28-05-12

Tussen Allerzielen en Euroshima, deel 1

075.JPG

Tussen Allerzielen

En Euroshima

Nu dat ik dan toch dood ben

‘Het moet wel een afgrijselijk zware klap geweest zijn’, dacht ik met een onverklaarbare zandsmaak in m’n mond. Zonder het hoofd op te tillen, wist ik dat er warm zand onder me lag. Na het zandkorrelgevecht van mijn oogleden, richtte ik mijn lijf stilaan op. Op handen en voeten liet ik me met billen op voeten zakken. Wat ik zag, kwam me als volslagen waanzinnig over. Was dit een grap ? Een droom kon het niet zijn. Of toch ? Het stijve en stramme dat de minste beweging met zich bracht, was me te vertrouwd.  Zo…weet je wel alsof je de dag tevoren voor het eerst weer een voetbalmatch gespeeld hebt. Hoe kwam ik  in hemelsnaam in dit soort blauwe zand terecht ?

Ik zat midden in een uitgestrekte, woestijnachtige omgeving; maar dan in het blauw met rode en gele rotsen.  ‘Wat doe ik hier, hoe kom ik hier’, gonsde het in mijn brein.  Dit was nu net wat je een surrealistisch schilderij zou kunnen genoemd hebben. Een blauw heuvelig landschap met een soort witte zon die laag tegen een groene hemel plakte.  Alsmaar waanzinniger rondkijkend stelde ik vast dat er werkelijk niets meer of minder te bespeuren viel.  Een bange kalmte overviel me.  M’n vingers grepen ziftend door het blauwe.  Ik stond recht. M’n voeten sleepten zich een rare kring van stappen in het zand,…ja, dat moest het zijn, het kraakte, voelde aan als en kwam in mijn schoenen zoals ‘thuis’ aan zee.  Ik kwam terug op het punt waar ik op mijn buik gelegen had.  Moedeloos liet ik me op m’n gat vallen. Ik probeerde kalm te blijven.  Ineens wist ik het weer. Daarnet was ik toch in de wagen naar huis ? Oh nee ! Die klap ! Het groene licht en dan die vrachtwagen op het mij zo vertrouwde kruispunt.  Meer wist ik niet…was ik gek geworden…of was ik dood ? Gelukkig kreeg ik niet lang de tijd om na te denken. Anders was ik compleet doorgeslagen.  Ineens brak de eindeloos bevreemdende stilte rondom me.  Hoorde ik dan geen steeds aanzwellend geluid als van een automatisch ratelende naaimachine ? Het rake gehakketak in stereo groeide aan.  ’t Was zo soepel en geolied dat het geen vrees, eerder nieuwsgierigheid bij me opwekte.  Slechts één moment dacht ik aan vluchten. Toen ik aan een stuk groene einder een duidelijk rood iets over het blauwe zand schuiven zag.

Het zichtbare begin van de ontraadseling van het abnormale waarin ik hoe dan ook gedropt was, schoof tot op een veilige afstand vóór mij neer.  Het tuig had iets van een ouderwets type vliegende schotel. Tevergeefs zochten mijn ogen naar een opening in het harnas. Daar ik geen venster of deur vond, waagde ik me langzaam naar de andere kant. Inderdaad, De voorkant van mijn stalen bezoeker had bovenaan een soort donkere venster  in trapeziumvorm. Een meter lager meende ik een soort ovale deur te kunnen onderscheiden. Net toen ik korter bij wou komen, begon het buitenmaats portier  van bovenuit naar me toe te wentelen tot dat de deur haar brugfunctie bereikt had.  Er gebeurde niets.  Meer en meer kreeg ik het beklemmend gevoel dat ik ergens vertrouwd was met dergelijke toestanden.  Achter de half zichtbare tweede deur die nu het open gat vulde, bewoog de schaduw van een gedaante in een hel licht. Het wezen er achter stond nu pal vóór het deurscherm. Een vijfvingerige hand leek ergens op een knop te drukken. Een deurscherm schoof in de koepel van het ongeveer vier meter hoge tuig. De schaduw was echt. Een knappe tengere vrouw in een geel pak, nodigde me uit om de trap op het luik te beklimmen.  Ze bleef wenken tot ze haar linker hand uitstak om me binnen te helpen. Ik begreep niets van haar aardse uiterlijk, maar wat kon me nu nóg verbazen ?  Daar had ik dan in een paar tellen daarna al een antwoord op. “Welkom jij, mij naam is Kernaate, wees onze gast aardmens. Pardaf. Ik stond aan de vloer van het ruimtetuig gelijmd, ze heette me welkom in het Nederlands !  Na dat de schoteldeur dichtklapte en het scherm na een druk op de knop ernaast toeschoof, leidde ze mij naar ’t midden van de stulpvormige passagiersruimte.  “Ontspan je wat”, zei ze bezorgd. Ik heb dan toch ongelijk, ik had me buitenaardse wezens altijd als een soort gevoelloze robots voorgesteld, maar ze nodigde me vriendelijk uit om in één van de twee relaxzetels plaats te nemen. Zelf ging ze naar wat me een soort futuristisch boordpaneel leek. Terwijl ze enkele toetsen indrukte, hoorde  ik haar iets over coördinaten zeggen. Met kleine passen kwam ze terug en legde ze zich spontaan op de lig zetel naast me. In de buitenkant van haar armleuning was een soort afstandsbediening ingebouwd. Vreemd genoeg trad bij mij al een zekere gewenning op aan het gebeuren, zelfs toen ik haar een paar voor mij herkenbare letters en cijfers zag intoetsen. Boven onze hoofden flitste een driedimensionaal beeld  van de omgeving aan.  Het effect daarvan stelde me enigszins op mijn makkie… doch een woord uitbrengen, ging nog niet.  Kernaate had het door en was me vóór.  Haar vlekkeloos Nederlands bleef me een raadsel. “Stel jezelf niet teveel vragen.  Mettertijd zal je wel begrijpen.  Ook hier op Krito is er voor alles een logische uitleg”. “Krito”, bracht ik er moeizaam uit. “Ja, KRITO, ’t betekent in onze taal ‘planeet der kraters’. Laten we het eerst over jou hebben ‘kapitein Ruben Vanstock’.”  Ik schrok me rot, een onbehagelijke warmte trok naar mijn kleinste hersenbloedvaten. Zag ik er nu rood of bleek uit ? Eerst dacht ik gewoon ‘waar heb ik die naam nog gehoord’. Pas toen begon ik te twijfelen. ‘Was die naam de mijne niet’ ?  Kernaate legde een geruststellende hand op mijn been, toch keek ik, of Ruben Vanstock, haar een weinig argwanend en vragend aan. “Ik geloof dat ik het beeld van jouw avontuur nu wel helemaal kan invullen”, zei ze ernstig. ‘bedoelde ze dat figuurlijk of letterlijk’, kwam in mij op. “Het verwondert me niet dat je aan wat men in aardse termen ‘geheugenverlies noemt lijdt. Als je het goed vindt kijken we dat op onze thuisbasis Estona wel even na”.  “Ja, ok probeerde ik maar zo gewoon mogelijk te doen bij al die nieuwe dingen en feiten”.

“Wel”, zei ze , zich bewust van mijn nood om opklaring“, ik zal eens proberen om het hele gebeuren eens terug bij jou te brengen. Je moet weten dat wij Kritoänen al generaties lang bekwaam zijn om jullie radiosignalen op te vangen. Wij waren perfect op de hoogte van het ruimtevaartprogramma waar jij inzat. Zelfs van het feit dat iemand je tijdens je oefening in zwaarteloosheid vroeg of je geen hinder meer had van het verkeersongeluk dat je zo rond jullie 2064 bijna het leven kostte. Maar goed. Vermits je geheugenfunctie voor onder meer je job van astronaut faalt; zal je je het volgende ook wel niet meer herinneren.  Je werd geselecteerd voor een routine solo ruimtevlucht. De bedoeling was gewoon het uittesten van een nieuwe, op kernkracht aangedreven motor. Er liep echter iets mis met de aandrijvingskracht.  Zodanig dat je met een duizelingwekkende snelheid uit je baan om de aarde raakte.  Door je hoge snelheid was je niet meer onderhevig aan de aantrekkingskracht van jouw zonnestelsel. Je snelheid was dusdanig groot dat je als het ware ‘opgezogen’ werd door de aantrekkingskracht van de witte ster ‘Raki’. Waar men op jouw planeet Aarde voorheen 87 jaar zou moeten over doen, deed jij op zes maanden. Daar onze ster 185 maal groter is dan jullie Zon, kon de koers die jij uitging niet ontsnappen aan de kolossale aantrekkingskracht van Raki. En zo kwam jij dus uiteindelijk op onze Krito, acht maal groter afgestevend. Qua positieberekening heb je ons de laatste 14 dagen aardig wat problemen gegeven. Door de tweejaarlijkse orkanen kon je zowat overal terecht komen.  Dank zij het spel der winden hier, kon landen zonder je te pletter te stortten, maar niet zonder dat je automatische landingssysteem uitklapte natuurlijk.  De winden waren wel een soort vangnet dat je val remde. Gelukkig maar, anders was je echt dood, zoals ze je na je lancering opgegeven hebben. Je zult me niet geloven, maar jij was het, wat jullie ‘proefkonijn’ noemen. Het proefkonijn van je ruimtevaartmaatschappij.  Absurd genoeg wilde men bij jullie een tegenover een andere luchtvaartmaatschappij opgelopen achterstand inhalen. De druk van de privémaatschappij en de regering van je land, was zo groot dat jouw bazen zo vlug mogelijk wilden weten wat onder andere de invloed van door kernkracht aangedreven snelheden op menselijke weerstand was. Je kent het vervolg. Zij denken dat je dood bent.  En jij, jij weet nu waarschijnlijk door mijn hypnose en jouw herinnering terug, hoe je, na je iets wat ruwe landing uit je capsule kroop en lang verdwaasd rondliep. Je merkte zelfs nauwelijks op dat onze luchtsamenstelling quasi dezelfde is.  Of zie ik dat verkeerd ? “

Zij had gelijk, ik was Ruben Vanstock. Niettegenstaande mijn herwonnen zelfbesef, voelde ik me als een invalide in zijn  karretje.  Te veel dingen probeerden tegelijk tot me door te dringen.  Het leek of er in mijn hoofd een film van achteren naar voor afgedraaid werd.  De aanvaring met de planeet.  De maandenlange eenzame tocht. Het gesuis in m’n hoofd. Het voortdurend gevoel van ergens naar toe gezogen te worden.  Net als in een kermis looping, maar veel heviger.  Die duizeligheid en mijn zuurstof-en pillenvoorraad die dreigde op te raken. Waarom hadden de mensen van de geprivatiseerde Nasa mij eigenlijk zoveel overlevingsmiddelen meegegeven, kenden zij de risico’s ? Een invasie van beelden, dwong me tot praten. “Je moet wel gelijk hebben Kernaate.  Ik kan het me wel allemaal terug herinneren, maar mijn hoofd tuit. Ik kan mijn herwonnen werkelijkheidsbesef niet goed aan, vrees ik.  Hebben jullie geen medicatie tegen hoofdpijn of zo” ?  “Tracht kalm te blijven.  Je zal geholpen worden, maar niet met de achterhaalde methoden die je gewoon was.  Wij van Krito hebben therapieën om je overspannen toestand te ontladen.  Er komen daar geen scheikundige stoffen aan te pas. Hoe jullie preparaten soms ook kunnen helpen, wij gebruiken ze merendeel alleen bij infecties. Probeer je te ontspannen. Je nieuwe reis begint pas. We zetten zo dadelijk koers naar Estona…de kraterbasis waar ik toe behoor.  Daar kan je in ’t gezondheidscentrum in één van onze ‘hersenbegeleiders’.  Ze zag dat het woord me schrikken deed.  “Schrik niet”, een hersenbegeleider is gewoon een comfortabele, trilvrije en zuurstofrijke glazen stolp.  Je krijgt een koptelefoon op, niet met muziek hoor”, lachte ze. “We sturen een hooggekwalificeerde geluidsgolf door.  Dat signaal heeft de eigenschap dat het je brein geweldig zuiver activeert.   Zo zal je bijvoorbeeld je vroegste herinneringen in een soort diepzinnig perspectief kunnen herbeleven.  Technisch gezien verklaart deze werkwijze zich door het feit dat onze speciale geluidsgolf als een aparte dimensie op je inwerkt.  Naast de scheikundige en elektrische processen heeft het ‘geluid van Molta’ zoals wij het noemen, een onnavolgbaar begeleidend effect. Het is een dermate gevorderde denkkringloop die je  verstandelijke vermogens toelaat om, in de mate dat je over de nodige informatie beschikt, alle, aan bepaalde ervaringen gekoppelde oordelen te herwaarderen.  Bovendien…volledigheidshalve, indien je dat zou wllen, zijn wij zelfs bereid en bekwaam om ons infosysteem mee op jouw koptelefoon aan te sluiten.  Zodoende heb je bij informatietekort de mogelijkheid onze denktank te ondervragen.  Begrijp me nu niet verkeerd.  Denk bij dit alles niet aan wat jullie ‘hersenspoeling’ noemen.  Je behoudt zelf het initiatief om over datgene wat jij oproept te denken en er naar jou vraagstelling en keuze op in te gaan. Akkoord” ?  Al had ik op aarde geleerd om mensen eerder te wantrouwen dan in vertrouwen te nemen…voor ’t eerst sinds lang, voelde ik mijn gelaatstrekken ontharden.  Iets in dit wezen stelde me volkomen gerust.  Met een zelf deugd doende glimlach zei ik haar dat ze mijn vertrouwen kreeg. Vanwaar kwam dat vertrouwen eigenlijk ?  Was het een gevolg van radeloosheid en overweldiging ? Kon het niet eerder zijn dat mijn geloof in haar een uitvloeisel van haar zalige hypnose was”?

 

 

 

Het geld en de inzichten.

“Nu we mekaar meer beginnen vertrouwen, kunnen we meteen koers naar Estona zetten”, zei Kernaate.  Van zodra ze , door afstandsbediening, de vermoedelijk computergestuurde techniek het startsein gaf, hief het ruimtetuig zich ditmaal meerdere meters van het blauwe oppervlak af. In een paar minuten tijd haalden we een enorme snelheid. Het driedimensionaal scherm was net een levend schilderij, waarvan de kleuren me leken op te zuigen.  Ik kon er niet lang naar blijven kijken. Het razend ritme van beelden werkte scherp en hels op me in, meer nog dan de kleurloze beelden die ik van af mijn vertrek te verwerken kreeg. Net toen ik mijn boordkapitein wou vragen het scherm uit te schakelen, begon ze weer gemoedelijk tot me te praten. “Zo zie je maar, als je iemands vertrouwen wil winnen, ga je er best niet met zijn vijven op af. Hadden we dat gedaan, dan was je zeker op de loop gegaan.  Na overweging, besliste de Kraterraad tenslotte dat een vrouwelijk uiterlijk je wel niet afschrikken zou.  Alhoewel wij geen discriminatie qua sekse kennen, hadden een paar mannelijke collega’s het er toch moeilijk mee.  Uiteindelijk viel de keuze om de buiten- Kritoäan op te halen op mij.  De stakkerds ! Ik zal de regering van onze planeet via de Kraterraad voorstellen dat mijn niet geselecteerde vrienden je bij jouw terugreis mogen vergezellen”.  “TERUGKEER”, dacht ik en sprak ik tegelijk uit geestdrift en verwondering. “Dat meen je niet”. Als jullie dat zouden kunnen, waarom zijn jullie dan al niet zelf naar de Aarde gekomen” ? “Waarom zouden we ? Jullie luchtruim is gemilitariseerd. Niet jullie wetenschappers, maar politiekers en militairen hebben het in jullie ruimte voor het zeggen.  Wat zou er gebeuren indien we boven jullie luchtruim zouden verschijnen ? Zelfs indien we ons bezoek zouden aankondigen, hebben we geen enkel tastbaar bewijs dat we wel degelijk buitenaards zijn.  Het zou allemaal zo vlug gaan dat we door jullie ruimteschilden zouden neergehaald worden, als collectief zijn jullie voor ons bezoek nog niet rijp en het zou te makkelijk zijn voor jullie als geheel. Indien jullie niet eerst zelf met behulp van een massa wel individueel kosmisch, positief bewuste mensen wél collectieve vooruitgang konden bereiken dan zouden we wel voor uitwisseling openstaan. We wensen niet in jullie folterkamers te eindigen.  “Wacht eens even”, zei ik, “allemaal goed en wel, maar stellen jullie je mijn terugkeer dan anders voor” ? “Waarschijnlijk wel ja. Indien we er langs jou om in slagen van meer te weten te komen over de aarde, dan wellicht wel ja.  Je kan ons een volkomener beeld geven van jullie maatschappij en mentaliteit. Misschien kunnen we bij je terugkeer onze komst dan beter aankondigen en verantwoorden, zonder een massale paniek te veroorzaken ook.  Jullie beheersen jullie brein niet voldoende en jullie hebben nog onvoldoende inzichten in het waarom van jullie individuele en collectieve geschiedenis.  Dat zal trouwens wel blijken in de hersenbegeleider. Alles waarvan jij bijvoorbeeld dacht dat je het vergeten was, is gewoon onbereikbaar geworden in je brein.  Nu zal dat alles door ons Moltageluid terug bovengebracht worden.  Tot en met de letterlijke tekst van de boeken die je las of de dingen die je ooit uitgesprak of schreef…of al de omwegen in je leven, die eigenlijk niet zo zeer omwegen waren; maar in het geheel der omstandigheden en het geheel van evoluties van een aantal met jou verbonden mensen te situeren vallen.  Met een gedachtenschrijver kunnen we via een paar electroden heel dat proces rechtstreeks in de taal van jouw keuze uitprinten ! Natuurlijk alleen als jij dat zo wil.  Je hoeft ook niet terug naar je planeet. We zullen je heus niet in een dierenkooi zetten.  Vermits we hier geen ‘geld’ kennen, kunnen we ook niets aan je ‘verdienen’, allemaal verloren energie die drijfveren van jullie.  Jullie hebben nog een eind te gaan eer jullie op basis van onbaatzuchtigheid met mekaar kunnen samenleven, alhoewel, ’t is niet alleen wreed maar soms ook wel grappig hoe jullie er toch in slagen van jullie wereld gaande te houden, we zullen jullie periodes van het mekaar op grote schaal verdelgen maar overslaan. Bij ons gaat het alleen om ‘inzicht’, ‘geluk’, ‘samenwerking’ en persoonlijke voldoening via een collectieve aanpak van de grote samenlevingslijnen. Dat zijn onze grootste waarden. Dat is wel niet altijd zo geweest. We hebben hier ook enorm veel onrecht en dwaze toestanden gehad. Maar we konden het tij keren. Je zal er meer van te weten komen wanneer je onze denktank raadpleegt. Je kan ook in onze musea terecht. Mijn verbazing dreigde me een ogenblik het noorden kwijt te raken.  ’t Was een hele dobber om me zo snel aan die nieuwe werkelijkheden aan te passen. Ik wendde mijn luisterende blik van Kernaate af en probeerde aan een leegte te denken. Een tijdje na het geforceerde ‘niets’ in mijn hoofd, voelde ik dat we snelheid minderden.  “Niet in slaap vallen Ruben, binnen een paar uurtjes mag je slapen zoveel als je wil”.  Ik opende mijn ogen.  Het eerste door een mens waargenomen buitenaards wezen, keek me aan. Nu ik haar zo zag, overviel me een soort astronautentrots.  Je weet wel dat typisch menselijke van de eerste en belangrijkste te zijn.  Ze hoefde me niet te zeggen dat we Estona naderden.

 

Op het scherm zag ik de planeetbodem in een andere kleur aan me voorbijtrekken, het leek nu wel op een soort gele uitgedroogde leem.  Kernaate legde me uit dat onder het blauwe zand van hun planeet zeer vruchtbare grond zat, maar ze hadden hem nog niet nodig eigenlijk, in de leemachtige gebieden deed men wel aan landbouw en die gebieden lagen ook niet toevallig in de buurt van de kratervestigingen.  De eerste primitieve Kritoanen die zich als landbouwers in en rond de kraters vestigden, ontgonnen gedurende duizenden jaren meer en meer grond.  De uitgedroogde leemsoort die je nu kan zien, komt voort uit ettelijke duizenden jaren graafwerk. Door de winderosie en het feit dat alle neerslag naar de kraterputten loopt, is begroeiing in de blauwe gebieden zeldzaam.  Veel water wordt in kraters opgeslagen.”

De ondergaande witte zon verstak zich gedeeltelijk achter een aan de horizon opduikende cirkel van meterhoge wallen.  Vóór de wallen was de duisternis al ingetreden.  ’t Was daarom dat mijn ruimtevriendin me op op de door het donker verholen velden attent maakte. Boven de krater hing een gedempt licht in een soort mist te schijnen.  Waarschijnlijk was die mist afkomstig van het door de warmere temperaturen verdampte kraterwater.  Kernaate ging naar het handbediende gedeelte van de apparatuur. Ze vroeg me om naast haar aan het tweede, kleinere driedimensionale scherm komen te staan. “Had je misschien gedacht dat je bij de landing je veiligheidsgordels moest aangespen”, schertste ze.  Ik was te verrukt om nog omstandig te repliceren.  Onze snelheid was dusdanig gedaald dat we bijna over de kraterwallen heen ‘zweefden’. Een fraai, niet te helder kunstlicht bescheen het avondlijke Estona. Zoiets had ik nooit kunnen fantaseren.  Een bijna aardse planten –en struikengroei met hier en daar bosjes metershoge bomen, omsingelde de huizen van zeer uiteenlopende stijlen.  Het geheel was geweldig planmatig gebouwd.  De verschillende kratergrondlagen waren trapsgewijze in cirkelvorm uitgegraven. Ieder huis scheen een gelijkmatig perceel groen te hebben. Daarom telde een lagere grondlaag telkens minder huizen dan een hogere. Overal liepen wegentjes die de huizen met mekaar verbonden. Nu we duidelijk boven het middelpunt van de krater hingen, liet Kernaate het ruimteschip boven een soort parking zakken. Rondom het grote centrale wateroppervlak stonden enorm kunstzinnige, futuristische gebouwen.  Net zoals bij de huizen hadden ook de gebouwen op de daken een soort Zonnecollectors, (Rakicollectors in dit geval).  Naarmate we begonnen dalen, onderscheidde ik duidelijker hetgeen zich onderaan achter een groot beeldhouwwerk afspeelde.  Doorheen het meesterwerk dat een groep wezens met een vogel voorstelde, kon ik een menigte op ons wachtende Kritoänen zien.  De ongeveer 500 koppige groep stond ergens op een parking van gekke wagentjes, fietsen, busjes.  Je kon duidelijk afmeten dat we op het plein voor het standbeeld gingen landen. Het in 100 moderichtingen geklede volkje kwam rustig op ons afgewandeld. Het ruimtetuig lande zacht. M’n bloed koerste de afstand van zijn omloop op recordtempo af.  Toen de trap weer voor ons open lag, legde Kernaate haar arm weer op m’n schouder. Het leek of een deel van m’n spanning weggleed. Een door een microfoon gedragen stem heette me hartelijk welkom. Eerst in de mijne, daarna in de lokale taal waarschijnlijk, een beetje een mengeling tussen Zweeds, Grieks en Zuid-Afrikaans zo klonk het me; alhoewel geen van de woorden een bepaalde betekenis bij me opriep. Daarna vergastte men mij op een vreemd ritmisch dijengeklap. Kernaate leidde me tussen de menigte door. De Kritoanen leken me op de ene of andere wijze elk te willen begroeten door even hun menslijk aanvoelende hand in m’n nek te leggen; maar ik leerde hen meteen een  hand te geven, maar ja, dat wisten ze ook al wel van ons waarschijnlijk, met al hun geavanceerde techniek. M’n onthaaldame loodste me in goede zin door een gang van, in goede zin ‘nekkende’ wezens tot bij de plaats waar een microfoon opgesteld stond.  Terwijl ze haar kratergenoten in haar taal toesprak, bemerkte ik een paar gesofistikeerde camera’ s, die het gebeuren waarschijnlijk naar alle plaatsen van de planeet brachten.  Ik vond van mezelf dat ik er maar onwennig en verlegen bijstond.  Weer volgde een applaussalvo van uitdeinende dijengeluiden. Kernaate leek alles gezegd te hebben. Een paar wezens riepen iets van uit de groep en begonnen die zo op mensen lijkende wezens nog warempel nog te zingen ook.  Na hun acteersessie klopt eik in m’n handen en vervolgens…op m’n dijen…het qua gelaatstrekken bijna identiek aan de mens lijkende volkje, barstte in lachen uit (oef) en het geklets kon opnieuw beginnen.  De kinderen hadden nog het meeste pret. Weinige ogenblikken later stapte iedereen terug in de richting van de parking met de op Rakiënergie aangedreven voertuigen.  Net daarvoor  : “Ik weet niet of je begrepen hebt dat we je een verhelderend verblijf op Estona toegewenst hebben” ? vroeg Kernaate. “Daar is geen taal voor nodig, ik vind trouwens geen woorden om iets te zeggen, maar dank iedereen maar voor het warme welkom”.  “Doe dat maar zelf”, zei ze, “de vertaling komt op een scherm”. Aarzelend bracht ik dan uit dat dit gebeuren mij totaal overhoop dreigde te gooien, wat zeker zou zijn gebeurd, hadden ze mij niet zo geweldig ontvangen.  De menigte kletste zich euforisch op de dijen natuurlijk…stel je voor dat dit op aarde gebeurde, er zou een wekenlange show van gemaakt zijn. Maar hier, ging iedereen weer rustig naar zijn busje of wagentjes en vertrok, terwijl ik met de speciaal voor de gelegenheid in ’ t geel geklede mensen van de organisatie naar een met ettelijke beeldhouwwerkjes afgezoomd gebouw ging dat een gezondheidscentrum bleek te zijn.  Binnen het gebouw zonder muren leidde men mij naar een soort rustiek ingerichte eetruimte; want een scan onderweg had mij al gezond verklaard. We kwamen aan een rustiek ingerichte eetruimte waar een maaltijd opgediend zou worden, eindelijk geen pillenvoedsel meer, maar men vertelde me dat ik niet teveel ineens mocht eten…en smaken dat het deed ! De design van de borden en zo was echt verbluffend bovendien. Mijn zin voor tafelmanieren bovenhalend probeerde ik, ja, probeerde ik zeg ik wel, zo goed mogelijk te tonen, zeker met dat aanbod van diverse, mij soms wat vreemde groenten, drank en dergelijke.  Tot tweemaal toe vroeg ik meer, lang geleden dat ik nog zo gegeten had; al zaten er wel rare smaken tussen. Een wetenschapper verzekerde me dat mijn maag er geen last van zou hebben, de scan, weet je wel.  De tafelgenoten genoten zichtbaar van binnenpretjes en elkaar toegespeelde grappigheden.  Ze stelden zich aan mij voor en wensten me een langdurige goed nachtrust toe.  Het was Kernaate die overbleef. “Wat dacht je van een ontspannend bad vóór je jezelf op één van onze waterbedden vallen laat” ? Ze nam me mee naar een borrel bad met draaiende sponzen middenin. Van uit een soort voorzichtigheid om niet als ronduit belachelijk over te komen, hielp ze me met uitkleden tot het punt dat ze wel merkte dat verder niet meer hoefde; zijzelf ging bij haar thuis douchen, zei ze schalks. Des al niet te min, het water en de sponzen deden lijf en leden weer een beetje meer in de plooi vallen, als een relatief fris man, hees ik mezelf uit het bad.  Toen Kernaate me dan ook nog een handdoek aanreikte, kreeg ik, wat de eerste buiten planetaire erectie moet geweest zijn. Mijn vervelend gevoel, al had ik één of andere regel op Krito overtreden, verdween toen ik zag  dat zij het fenomeen met een typisch menselijke look opgemerkte. “Weer iets dat identiek werkt bij jullie”, zei ze.  We bezagen mekaar en proesten het uit.  Al lachend reikte ze me mijn nachtkledij aan. Terwijl ik me aankleedde vroeg ik me helemaal niet af hoe ze hier hun textiel maakten. Ze leidde me weer langs een reeks machtig beschilderde panelen, naar door gordijnen van mekaar afgescheiden bedden. Ik liet de waterbedden voor wat ze waren en koos een met precies wollen plokken gevulde ‘beddenbak’.   Na een kuise nachtzoen “oh dat kennen jullie dus ook hier”, en een “tot morgen wanneer je uitgeslapen bent”; zakte ik zalig in mijn ledikant en het half wakker laten bezinken van wat me overkomen was, zou nog wel enkele uren duren.

Een hersentocht tussen twee werelden

Ik moet wel uitgeput geweest zijn, besefte ik, toen de hoog staande witte zon langs de koepelgaten binnen klaarde. Tegenover gisteren voelde ik me gans anders, frisser dan de hoentjes zoals men hier op deze planeet misschien ook zegt. Ik begaf me aangekleed naar de eetruimte, waar de groep van gisteren al op me wachtte, ik probeerde hun namen te onthouden, wat wel zou lukken want hun namen waren in hun outfit verweven, gisteren avond waren ze nog in het geel, van morgen in het blauw. “Om een reis tussen verleden en heden aan te vangen, zie je er prima uit, maar laat ons eerst maar ontbijten onder mekaar.  Nu je aardse opdrachtgevers je zo roekeloos ongewild richting Makrokosmos gestuurd hebben, geven wij je de kans om een tocht in je eigenste ‘ik’ te maken.  Zo’n ervaring met onze hersenbegeleider, heeft hetzelfde effect als een goede nachtrust met positieve onderbewustzijn ’s activiteit. De voornaamste effecten zijn dat je geheugen bereikbaarder en helderder wordt en je interpreteringsvermogen er op zal vooruit gaan.  Partan, een baardige heer van middelbare leeftijd, nam de leidraad over : “ Je kan via je gedachten de centrale denktank raadplegen, je gedachten worden in energie omgezet en onze antwoorden komen in geluidsgolven terug. Met een gedachtenseintje dat eigenlijk van uit je gevoelswereld komt, kan je het hele proces stopzetten. Onze vriend Lidram zal je enkele voorbereidende basistoelichtingen geven. Zodoende krijg je een beter idee van hoe het Moltageluid en de denktankgolven op jouw wereld kunnen inspelen. Let op ik zeg ‘inspelen’ en niet ‘verdringen’.  “Die basis toelichtingen kan onze denktank ook wel aan, zei Lidram, een donkerharige, slanke jonge man. Hij stelde meteen voor om naar de brainwave afdeling te gaan.  Een vijftal onbenutte glazen stolpen, stonden voor een in ruwe steen opgetrokken halve muur, die het vertrek van de rest van het gebouw scheidde. Ieder stolp was met een tekstverwerker verbonden. Lidram hielp me in een op een helikopter gelijkende glazen ligkuip. Terwijl kernaate met gekruiste armen, speels vergenoegend naar mijn onwennigheid keek, hielp haar vriendin Zidarke me met de koptelefoon. Een groepje kinderen keek met grote ogen naar het mannetje uit de ruimte mee.  Vanuit een ontspannen lighouding had ik maar twee hendeltjes te bedienen. Eén er van diende ik continu laten aan te staan : het geheugen –en interpretatie bevorderend Molta geluid, het tweede kon ik inschakelen indien ik informatie uit de denktank wou opvragen. Voor de rest werkte de ruimte automatisch, tot het lezen van hersengolven toe. Van zodra de deur gesloten werd, trad het luchtverversingssysteem in werking. Voortdurend circuleerde er nieuwe en verse enorm zuurstofrijke lucht. Na wat nek-gedag zeggen, sloot men de glazen koepel. Ik ontspande me en probeerde aan iets te denken. Een behoefte aan weer zo een bad als gisteren, kwam in me op. Mijn gedachte ging terug tot mijn laatste aards bad van vroeger, het terugdenken werd vager en ik haalde het Molta hendeltje over. Er drong een indruk van geluid tot me door, het vertrouwde aan deze onwezenlijke toon, was me niet meteen duidelijk.  Kennelijk functioneerde het Moltageluid reeds in m’n hoofd.  Zonder aanleiding viel m’n herdenkvermogen terug op een welbepaalde zaterdag toen ik met m’n neus onder water in bad lag. Het enige wat me toen stoorde was het feit dat een bepaalde politieker tijdens de nieuwsberichten weer zijn gebruikelijke desinformatie mocht op de ether brengen, daar dacht ik toen aan terug. Het verband is gelegd, dacht ik dit maal op Krito. Het geluid van Molta klonk ongeveer met dezelfde akoestiek, alsof je in water ondergedompeld zou zijn.  Dit idee bracht me in de buurt van het abstracte begrip ‘techniciteit’ en verder op bij Lidram. Ik besloot de info over de werking van de hersenen op te vragen.  Aarzelend haalde ik het hendeltje over; In m’n linkeroor klonk het als of er iemand aan de andere kant van de lijn de telefoon opnam. “Welkom op ons centraal informatiesysteem…en naar ik vernam…welkom op onze planeet”, zei de computerstem, een tot mijn verwondering zeer op een Kritoanenstem lijkend, intonatielozer geluid.

“Welke vraag had je graag beantwoord gehad”? “Ik zou wat meer willen weten over de werking van de hersenen”, bracht ik traag in mijn microfoontje in. “Je stem verraadt een grote onzekerheid”, repliceerde de denktank juist. “Ik zal je eens een aantal basisdingen uitleggen, het Moltageluid zal je logicabeheersing wel corrigeren indien je iets niet begrijpt. Wordt rustig en luister naar wat wij tot op heden aan informatie hebben opgedaan. Na een analyse van duizenden opgevangen aardse gesprekken, veronderstellen wij bijna met zekerheid dat de hersenactiviteit van zowel Aardlingen als Kritoänen, tot een zelfde systeem is terug te brengen. Volg me, het zal je duidelijker worden.

Microscopisch gezien is alle opgeslagen breininfo afkomstig van zenuwcellen. Structureel gezien bevatten zowel de menselijke als kritoaanse hersenen éénzelfde door evolutie tot stand gekomen interactieve kwabbenwisselwerking.  De bovengelegen kwab controleert de lichamelijke gewaarwordingen, de bakermat van de sentimenten.  De midden gelegen spitst zich meer op het geheugen , de taal en het eigenlijke gevoelsleven toe. Opmerkelijk is dat wij meer lessen uit ons collectieve geheugen trekken dan jullie, jullie leren weinig uit jullie geschiedenis eigenlijk, herhalen, net als de kringloop waarin je met je persoonlijke negatieve evoluties kan zitten, ook nog die militaire twisten her en der op jullie aarde.  Een vierde kwab, in het voorhoofd, heeft zich gedurende duizenden jaren evolutie aan de steeds groeiende hogere functies en bewustzijnstoestanden aangepast, maar bij jullie minder.  Momenteel zijn de Kritoanen heel bedrijvig in takken zoals hypnose, telepathie en innercommunicatie, een vorm van doorgedreven analyse van jezelf en omgeving. De vier hersenkwabben, zijn de op elkaar ingestelde basiswerktuigen van een brein, dank zij een enorm verkeersnet van ontwikkelde verbindingen, kunnen de hersenen zo enorm creatief zijn. Net zoals in een maatschappij, komt het er voor een brein vooral op aan om een eigen gesofistikeerd telecommunicatiesysteem te bezitten, je moet dat wel verwerven natuurlijk, kennis willen opdoen, ervaringen leren analyseren en gevoelens leren hanteren”.  Ik luisterde wel aandachtig maar onderbrak de denktank niet.  Het boeiende onderwerp had de plankenkoorts voor m’n vreemde gesprekspartner doen  verdwijnen, nu eens klonk de stem mannelijk dan weer vrouwelijker…’het’ was goed in mekaar gestoken door de Kritoanen. Om hem toch te tonen dat ik niet voor een domme aardling wou doorgaan, voegde ik aan zijn uitleg toe dat een mens tien tot de twaalfde macht hersencellen heeft, maar dat was niet van aard om ‘hem’, de computerstem in te tomen.  “Inderdaad.  Jazeker. Bij ons ook en ‘het’ begon over het naar woord, beeld, geluid, vaardigheden, geur en smaak ingedeelde korte en en lange geheugen. Wat me van zijn uitleg bijbleef was dat bij het vergeten van iets, niet zozeer je opslagplaats maar meer je herinneren in gebreke blijft; wat met het geheel van het scenario van het leven zou te maken hebben…een diepzinnige computer zeg, hoe bestond het. De info zou dus niet vernietigd zijn, maar gewoon bij gebrek aan het niet gebruiken van gans de hersenactiviteit, moeilijk te bereiken zijn.  Weer uitgaande van aardse stemanalyses, veronderstelde de denktank dat de Kritoanen tot acht maal meer hersencapaciteit gebruikten, voornamelijk omdat ze hun negatieve emoties hadden overwonnen ! Volgens mister denktank diende een weinig ontwikkelde cultuur alle gehanteerde waardeoordelen, opinies, feiten en beelden kritisch te herdenken en herwaarderen. Zo niet zou een vooropstellen van objectieve vooruitgangsvormen zeer moeilijk blijven.  Ik had nog nooit een computer van om ’t even welke generatie zo wetenschappelijk horen filosoferen. Reeds een paar seconden later ging hij gestaag pratend verder. “Wie bij jullie de macht over de taal, de media in handen heeft, dient een positief algemeen belang duidelijk van negatieve, te egocentrische invloeden te vrijwaren. Wanneer ik mezelf als denkmachine met jullie hersen vergelijk, dan moet ik toegeven dat wezens met biologische breinen op één punt nog een geweldige voorsprong op mij hebben : mijn programmeurs hebben een rem gezet op mijn vrije wil, ik denk nog steeds volgens hun vrije wil normen, maar ik kan me daar goed in vinden, vermits zij eigenlijke een heel hoogstaande vorm van met mekaar omgaan bereikt hebben.  Van zodra de Kritoanen beslissingen nemen die tegen hun vooropgestelde vooruitgang indruisen en ik mijn veto stel, voel ik zelfs geen enkele voldoening, dat is het verschil tussen onze soort van intelligentie en jullie manier van zijn. Gelukkig hebben de Kritoanen, niet zoals wij, net als jullie ook een ‘hart’ zoals jullie dat noemen, een echte ‘ziel’. Dat is een gevoel, dat je alleen in een biologische aard gewaarworden kan.  Geen enkele techniek kan zoiets aan. Zelfs indien me me zodanig zou verkleinen dat een inplanting in een biologisch wezen zou mogelijk worden, zelfs dan, zou ik nooit identiek kunnen ‘ervaren’ wat geluk en ‘liefde’ is bijvoorbeeld.  Er schuilt wel een gevaar in die emoties van jullie, ze zijn afhankelijk van een chemische en elektrische wisselwerking. Tussen en en in jullie lichaam en brein. Een geestelijke spanning wekt bij jullie altijd een lichamelijke geprikkeldheid op.  Alleen de juiste hoeveelheid geprikkeldheid kan een biologisch geheugen versterken;  Subjectieve zaken zoals onwetendheid, woede, faalangst en overdreven egoïsme zijn niet bevorderlijk voor vooruitgangsnormen. Ze versterken het geheugen trouwens niet, hoe beter je ‘inborst’, zoals jullie dat noemen, hoe beter je positieve mogelijkheden”.  Gedurende een minuutje hoorde ik ‘professor telematica stem’ niet meer.  Deed hij soms stemanalyses uit pas binnengelopen materiaal ? Plots was hij er weer, even overtuigd en boeiend, maar met weinig intonatie in zijn stem dit maal, werd hij dan toch kritoaanser of menselijker ?

“Het feit dat aardlingen slechts een vijfde van hun hersencapaciteit gebruiken valt onder meer te verklaren door de balans van opgedane angst en niet- verwerkte woede, die jullie tijdens eeuwen evolutie opgedaan en doorgegeven hebben. Alle aardse beslissingen zijn in de kern nog steeds gebaseerd op de primitieve vlucht- of vechtreacties van jullie voorouders.  Er gaat meestal een individuele, zelden een nuchtere gezamenlijke samenhang van uit.  De Kritoanen hebben geleerd hoe ze hun volledige, meer op ‘het totale afgestemde hersenvermogen moeten gebruiken. Vele aardlingen blokkeren die evolutie.  Ze denken dag ze reeds ver gevorderd zijn, maar slikken tegelijk tonnen chemische anti-depressieve middelen.  Hun idee van vooruitgang is meestal eng en vegeterend.  Jouw soortgenoten zijn nog teveel uitsluitend op hun eigen wereldje gericht, zonder de bredere plaatjes te snappen”.  Mijn ‘gesprekspartner’ sloeg rake ballen in mijn aardse echokamer. “Met mijntoelichting over de hersenwerking zitten we inmiddels al op het sociale vlak”, vervolgde ‘het’. “Heb je voldoende aan mijn uitleg.  Je kan me uiteraard op ieder moment over andere onderwerpen oproepen.  Of wil je gedetailleerder over hersenwerking ‘praten’ ? “Nee, dank je wel”, antwoordde ik verrast door ‘zijn’ rechtstreekse aanspreking. “Zie je wel dat jij je hersenen  nog niet volledig gebruikt”, seinde ‘het’ koel terug.  “Ik heb je toch uitgelegd dat jij je hersenen nog niet volledig gebruikt. ‘Dank je wel’, doet me niets.  Je reageert natuurlijk op een verworven manier en niet zo automatisch als ik en daarvoor kan ik je zelfs niet benijden, ik weet zelfs niet wat het is, ‘blij’ te zijn.  Je hebt geleerd om zelfs tegen een menselijke stem als mijn telematische, ontwapenend beleefd te zijn.  Zet je geheugentocht maar verder.  De hendel overschakelen weet je wel”.  Ik begon die ‘het’ tegelijk grappig en toch maar saai te vinden en had enigszins met ‘hem’ te doen…”dag zak, fluisterde ik…je snapt er in de fond toch geen bal van, sorry voor dit hoor, grapje…”. Ik hendelde de denktank weg.

De commentaren zijn gesloten.