25-06-12

Gotlev en het leven

 

kingston 046.jpg

 

Gotlev en het leven

Buiten is het stil, dacht hij, overdag en zo maar hier en daar wat wind. Een hele magere spin wacht te midden van een betrokken augustusdag op nieuwe buit; want de vette donkere mug, niet zo een schriel kleintje; hangt uitgezogen in het zijdeachtige net, vleugels open, als Christus op zijn kruis. Onder de vorm van regendruppels op het pannen dak van de houten berghut, werd als een perfect muzikale intro, wat geluid geboren. Met deze twee zinnen opende hij die dag het boek waar hij nog geen naam aan gaf. Rood bloed stroomde door zijn aderen, maar vandaag zou hij zich hij zich door de blauwe stromen in de spiegelwereld van het van het geestelijke bestaan laten inspireren. Rood en blauw, soms zuiver, soms gemengd in magische observaties over tal van dingen in de dag. Alleen over de rode of de blauwe lijnen schrijven, of over hun magische interactie, hij had het beiden gekund, gedaan.  Blauw was theorie, rood meer praktijk. Literatuur, magenta. De gele zon met haar witte licht bovenop de berg waar van boven uit gezien alles klein leek, scheen overvloedig en was al een halve dag zonder moeite druk in de weer om alles en iedereen beurtelings in de schaduw te zetten. Van tussen de huizen en winkeltjes in het dal, zag je meer detail dan van boven op de berg met zijn watervallen die zich naar de zee haasten, maar detail, dat had Gotlev meer dan genoeg mee naar boven naar de berg genomen. Net zoals je blauw en rood in het schrijven kon afwisselen en combineren, kon hij al eens panoramische, dan weer diep indringende gedachten hebben.

Vanwaar kwam al die schepping ? Waarom moest hij er zo nodig nog iets aan toevoegen ? Voor hij naar de berg trok, had hij alle mogelijke uitleg bestudeerd, niet alleen afgerekend met wat men hem had proberen opdringen, maar een heel eigen idee over het ontstaan van alles vooropgezet; één dat meer met de werkelijkheid kopte. In de bestudering van iedere wetenschap lag zo veel onbegrepen symboliek. Alles en iedereen wat en wie ooit had bestaan, bestond nog altijd, maar onder een andere vorm; alles had een invloed gehad en nog steeds werkte alles door en bestond iedereen in functie van het ontdekken van steeds meer zin in het leven bijvoorbeeld. Hoe meer de zin van dingen en mensenlevens onder druk kwam te staan, des te groter de kans dat de dingen en mensen andere kanten uit evolueerden. Alles als gevolgen van grote en kleine omwentelingen. Wat als straling en fotonen was begonnen en atomen, moleculen en cellen en wijzelf opleverden, ging een dag gewoon weer over in straling. Dat er ook straling tussen mensen onderling was, daar was Gotlev wel zeker van; hij geloofde in telepathisch contact tussen de levende mensen.     De doden waren begraven of verast, hun mineralen bleven achter en hun straling was wellicht naar heel ver in de ruimte vertrokken of heel kortbij, voor een deel onder het goede wat we vanbinnen kunnen voelen aanwezig, in de ene meer als in de andere omdat eenieder de overgeërfde strijd tussen positieve en negatieve emoties (het andere deel) nog niet gewonnen had en bijgevolg het echte sterke in henzelf nog niet aangeboord.    Vaak had men in die strijd al zoveel verwondingen opgelopen, dat men niet meer bij het eerste deel, de innerlijke rust geraakte. Mensen bestonden uit mannelijke en vrouwelijke puzzels van voorouders eigenlijk en die delen probeerden mekaar soms te verdringen, meer dan naar evenwicht te zoeken…het leek wel een proces dat zich zowel binnen de mens als tussen hem en zijn medemensen voltrok. Heel veel mensen bestonden en bestaan, maar je kon ze qua voorgeschiedenissen in typen indelen, hun psychen ook beïnvloed door een hele hoop culturele achtergronden. Ze begrepen nog niet allen ten volle dat het de bedoeling van hun collectieve en persoonlijke geschiedenis was dat ze zich zoveel mogelijk bewust moesten worden van hoe dit bestaan in mekaar zit. De strijd om het bezit van de stoffelijke bestaansvoorwaarden had hen langs vele onmenselijke omwegen voor een stuk vooruitgang gebracht, maar deden ze er veel mee.      De meesten leden een bestaan waarin ze zich in een achterhaalde concurrentie land per land en bedrijf per bedrijf, afjakkerden om te veel dingen. Een massa anderen had niet de mogelijkheid om uit een toestand met alleen nauwelijks de primaire levensbehoeften te raken. Al die toestanden volgde Gotlev dagelijks op. Hij bezag de landkaart van de wereld en zag tegelijkertijd het visuele beeld dat astronauten eens hadden genomen vanuit de ruimte. Waar woede er ergens nog oorlog en heerste er armoede, welke sociale strijden waren er overal bezig, hij volgde het dagelijks, tal van evoluties, gunstige en minder gunstige, waren zich aan het voltrekken. Hij had er jaren over geschreven, maar liet dit nu meestal aan anderen over. Af en toe commentarieerde hij dingen op het internet of ging in discussie in forums of met mensen buiten het internetgebeuren. Hij had zelf zijn alternatieven, die hij af en toe promootte, maar de tijd, alhoewel hij er objectief rijp voor was, was dit niet, subjectief gezien…en zolang bleef het zich behelpen met de oude remedies. Zes miljard mensen en binnenkort drie miljard internetaansluitingen en nog steeds konden de mensen niet beslissen over de reconversie van de militaire industrie, het invoeren van gestandaardiseerde lonen en een wereldwijde deftige sociale zekerheid en een uniform en rechtvaardig taxatiesysteem, als overgang naar een wereld waar men geld uitsluitend op een administratieve manier zou gaan gebruiken. Het oude systeem maakt iedereen afhankelijk van het streven naar maximumwinsten die men vervolgens op beurzen verbrast en van de klassieke partijen en grote multinationals waar men moet bedelen om een job. De reactie daartegen vanuit allerhande vakbonden was en is systeem bestendigend. Ooit kwam er wel een dag waar de wereldpopulatie op een telematische manier een overkoepelend programma zou kunnen verkiezen en opleggen aan de regeringen, of nog beter, in een tweede ronde zelf de dirigenten van het programma zou kunnen verkiezen, rechtstreeks op projectlijsten in plaats van op partijlijsten. De progressieve krachten die in die richting gingen, waren in de minderheid en bedienden zich van de oude tactieken, het ijveren voor een zo goed mogelijk inkomen zonder dit op globaal vlak met een aangepast en technologisch vooruitstrevend eisenprogramma te verbinden. Over al deze zaken had hij al overvloedig tot in detail geschreven, tientallen essays over de geschiedenis en wat de filosofische stand van zaken zou moeten zijn na dat hele, aan de ontwikkeling van de andere takken van het menselijk denken gekoppelde epos der mensheid. Soms leek alles nog zoals bij de totstandkoming van het eerste atoom, plus, min en onverschillig evenwicht…op een situatie reageren en niet reageren en hoe. Hoe de eerste atomen reageerden en hoe bio organismen reageerden en wij in onze complexe wereld, voortdurend moest je kiezen. En dat had ook Gotlev gedaan. Een deel van zijn tijd besteedde hij aan het antwoorden op vragen, hoe dan ook, een ander deel aan wat hij daar nu allemaal als bruikbaars kon uit distilleren, bij wijze van het kunnen door te geven. Zijn interesse ging op het einde van al dat zoek- en schrijfwerk steeds meer uit naar hoe de menselijke geest nu eigenlijk innerlijk en onderling functioneerde. Het leek wel of men soms door allerlei gebeurtenissen en de innerlijke communicatie die die met zich meebrachten met een soort verborgen raadgever of raadgevers leefde. Om dat volledig te begrijpen moest je zowel het collectieve als persoonlijke verleden begrepen hebben en zodoende in het nu te kunnen aanvoelen welke wegen je dagelijks had in te slagen… alsof een deel van die beslissingen onvermijdelijk voor een groot stuk vastlag. Zo leek ‘t of de toekomst voortdurend iets was dat voor een groot stuk werd voorbereid.

http://voortijdigtestament.skynetblogs.be/archive/2011/06/25/om-over-te-filosoferen.html  

 Bergse overdenkingen(2)

Een lange smalle bergtrap leidde steil van het chalet naar de parking in het dorp een driehonderd meter lager. Gotlev’s oude camper stond er geparkeerd en van op die hoogte ook, had je een prachtig zicht op de omgeving. Soms bleef hij in zijn camper overnachten als hij ’s avonds van het dorp kwam waar hij al eens met toeristen of lokale mensen aan het praten ging. Je had net als in de kunst tussen mensen, zij die in niks geloofden en diegenen die hele optimistische gedachtegangen hadden en iedereen daartussen…vaak was het drankgebruik en soms de luiheid van de eerste groep vele malen groter dan de matigheid van de andere. Er hing een geweldig onweer in de lucht; waarvan Gotlev voor het inslapen genoot. Striemende bliksems en donderslagen als mokers afgewisseld met vlaagjes nattigheid en stortbuien als in van die op en neer melodieën van klassieke muziek. ’s Morgens werd hij waker met zijn haar voor zijn ogen en keek de bergomgeving aan…het leek net of zijn haar een bos was dat één was met de bomen op de bergen.

Het houten interieur van de camper had iets vredevols. Een poes zocht haar weg naar wat eetbaars en een paar kippen waren aan een dorpswandeling bezig, vroeg uit de veren en vroeg slapen was het devies dat ze aan de mensen gaven, maar een aantal snapte het duidelijk niet. Zolang ze voor het slapen gaan hun geesten niet vervuilden met negatieve emotionele windmolens en niet in dezelfde tredmolens bleven lopen of zich met het pulp gedeelte van onze cultuur bezig hielden, mochten ze gerust later slapen gaan. Bij mekaar komen op de terrassen gaf een gezellig gevoel van eenheid onder de mensen, al werd er soms ook wat gezeverd.  

Velen zonder werk hadden echt nood aan een bezigheid, al was het bijvoorbeeld zich weer meer voor kennis en cultuur gaan interesseren.  Gotlev bood hen die mogelijkheid via zijn uitgebreide bibliotheek en zijn uitleg over elk domein van het bestaan. Ook over dingen uit het persoonlijke leven kon worden gepraat…en bij mensen die duidelijk op zoek waren naar het méér achter de dingen ook daarover…al moest het dan bij dingen blijven die niemand in verwarring konden brengen.

Het dorpsleven in Guaechio was bijwijlen lyrisch. Een oude houten veewagen stond in een veld fruitbomen en naast wijngaarden en de bewoners er van, een paar dozijn kippen; ontsnapt aan de naburige grootschalige kippenkwekerij, omdat ze door een boer werden opgekocht, hadden een vogelvrij leven totdat ze voor hun gezegende ouderdom in de potten van de boer of anderen zouden belanden. Ze scharrelden onder de hoogstamfruitbomen en de krieken van de kriekenbomen waren ieder jaar heerlijk.  Een storm had over het land geraasd en hier en daar stonden bomen er schuin of in stukken uiteengescheurd bij. Harde tijden voor de zelfstandigen wiens plantages waren vernield. Gewoonlijk hadden ze maar een klein pensioentje samen en vanaf de jaren negentienhonderdvijftig, zestig keihard gewerkt tot ze er scheef van gingen vaak. Het leven was veranderd, welstelling in handbereik gekomen of bereikt voor het merendeel van de mensen, terwijl de andere kleine meerderheid het zonder werk of met een karig inkomen moest stellen, zich elke maand afvragend wat er na de huur of de elektriciteit nog zou overblijven. De oudjes van het dorp hadden het geluk dat ze vaak bij mekaar konden zitten in de schaduwplekjes onder de bomen, ze wisten wel wie ze er bij moesten halen als iemand zich een beetje veel terugtrok.

Soms ging Gotlev naar de plaatselijke kroeg, waar hij een pizza bestelde, die hij onder de aanwezigen verdeelde, die hem dan met de plaatselijke wijn of zo trakteerden. Er werd gepraat over de kleine boeren die in hun bestaan bedreigd waren door dat de grote plantages meer steun kregen dan de kleinere of van persoon tot persoon ook al eens over de niet-stoffelijke levensvoorwaarden.  Bij wijlen ontving hij ook mensen bij zich thuis in zijn woonst en probeerde hij de dagelijkse dingen des levens in een ruimer kader te plaatsen.

Hoe levenslijnen soms door anderen omgebogen worden en of waarom eigenlijk iedereen daardoor toch met zijn eigen levensopdrachten bezig is, of, én hoe door toedoen van de anderen eigenlijk iedereen op bepaalde wegen gezet wordt. Veel diepzinniger dan over het dure leven te praten, maar weinig aangeroerde onderwerpen.  Als men er voor open staat kan je veel verwerven in ’t leven, niet zozeer tastbare bezittingen, maar wijsheid, inzicht, de kunst om te observeren en zich al of niet te uiten, voor 1 mens, voor 10 of voor 100, maakt niet uit op de duur…allerlei obstakels  in het leven zijn er juist om je verder te brengen.

Het geestesleven en de onbewuste mogelijkheden er van, was tot nog toe ontoereikend uitgelegd aan de mensen, daar waar het het waarnemen zelf betrof, de innerlijke dialoog met jezelf over jezelf en je observaties. Hoefde het wel uitgelegd te worden eigenlijk  ? Je was niet alleen een embryo die de volledige cyclus van de evolutie van straling, atoom, eencellige tot lichaam had overgedaan, ook je geest ging in feite tot heel die steeds weerkerende misschien, big bang cyclus terug en je geest was in feite nauw verwant met al die sterren en toestanden daarbuiten, waar men precies niets mee te maken had. Het goede van eenieder die had geleefd, is een energie die blijft hangen en die je van binnen kunt voelen indien je niet zwaar emotioneel belast bent. Het negatieve deel van wie er niet meer was, zet zich door in de nog levende vervolgverhalen op de verhalen van de vorigen, geholpen door de positievere energie. Veel was er al neergepend in ‘new age- achtige boeken, veel verzonnen theorie die losstaat van wetenschappelijke achtergrond vaak... niet dat men met de rede alleen het geestelijke kan begrijpen, maar men heeft ze nodig. Verder moet men goed in zijn evenwicht zitten, om goed te kunnen observeren, niet overeten, variatie in het eten, niet te veel vlees, matig met alcoholische drank, sterke drank is iets voor bij zware verkoudheden vooral. Weten wie op welk moment welk deel van zijn zijn vertolkt en hoe je daar van dag tot dag kan op inspelen, voortbordurend op je ervaringen. Niet meer opnemen dan je aan kan en uit het zwaar emotionele blijven, je hebt er slechts ingezeten om te weten hoe het in mekaar zat. Eenvoudig fysieke dingen doen ook, het lichamelijke en zijn facetten beleven zonder er verslaafd aan te raken en ook door er soms afstand van te nemen als het het zwaar emotionele met zich brengt…geen kringetjes lopen en in schuldvragen verzinken en onnodig medelijden belanden indien je woorden en daden van uit het goede in jezelf vertrokken. Niets fouts toewensen aan anderen en geen negatieve gedachten uitzenden…als ze er zijn, vraag je af waar ze van komen en het waarom ervan, zal niet op zich laten wachten.

16:45 Gepost door co in kortverhalen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-06-12

Filosofisch Verzet volume I-VIII

Filosofisch Verzet Volume I-VII p1-560

http://filosofischverzet.blogspot.be/2012/06/filosofisch-...

 

of ook via : http://filosofischverzet.skynetblogs.be/ klik op titels