03-11-12

de Blogfilosofen

De blogfilosofen

Kreta2012 337.JPG

 

Reizen en Waarom ?

Aart Tiest, vond op het internet een advertentie die een oproep deed voor vrijwilligers die samen met mensen uit hun omgeving op reis wilden gaan. De reis zou als documentaire in feuilletons worden uitgezonden. Men zocht iemand die zelf het nodige zou doen om een groep samen te stellen. De manier waarop en met wie en naar waar en hoe lang en de reisthemas zouden ze zelf mogen invullen. Voorwaarde was wel, dat men geen vergoeding vroeg om aan het project mee te doen (er was wel een geheimgehouden groepsprijs) en de duur van de reis moest tot een maand beperkt blijven. Een maand was misschien wel haalbaar voor de meesten als ze daar hun verlof wilden aan spenderen. Aart moest minimum drie en maximum zeventien medereizigers weten te vinden. 17??? Daar zou te veel organisatie aan te pas komen, niet dat hij geen tijd had, maar zijn gezondheid als medisch ongeschikt verklaard om te werken, liet te wensen over. Hoe kon je nu reizen met zeventien mensen, daar had je al een bus voor nodig en hoe diep kon je dan op mogelijke themas ingaan ? Was het de bedoeling van gezellige koffiekransjes te filmen en gesprekken van de hak op de tak zoals je die ook thuis kan hebben met buren die je nauwelijks kent of speelde er ook een cultureler en diepmenselijker aspect mee ? O jee ! Aart zag dat het een commerciële zender wasja, zo met reclamebrokken tussen een intens gebeuren dat je best als geheel bekijkt door. Dan kon je wel raden welke inzending het pleit der ideeënbrouwers zou beslechten. Dan moest er vooral veel ruzie, haat, nijd, jaloezie, hebzucht en een aantal complexe verwikkelingen van dit alles bijzijn. ..en dan nog liefst in een land met armoede.

Aart zette zich aan het denken. Misschien zat hier niet alleen een tv-reeks, maar ook het schrijven van een roman er over, voor hem inuit het echte leven gegrepen. De groep die het beste voorstel kon doen, kon ook rekenen op de medewerking van een cameraman en een geluidsman. Solliciteren ? Ja, waarom ook niet !?

Hij zette zich aan het raam in zijn huisje in het bos en overwoog wat hem door het hoofd schoot. Eerst zou hij een thema dat de groep mensen verbond zoeken en daarna nadenken over wie hij vragen zou. Hij kende wel een pak mensen, maar welke zouden deze uitdaging aan willen gaan ? Zou hij kiezen voor mensen die beroepsmatig met drukke dingen bezig waren, of eerder voor mensen die niet echt meer mochten of konden meedraaien in het jachtige leven van de dag van vandaag ? Zou hij kiezen voor alle mensen van alle leeftijden, best wel dacht hij, mannen, vrouwen , dan zouden er wel een paar op hotel moeten gaan of hun tent moeten meenemen als de reis met een camper moest gebeuren. Hij kende ook iemand met een motto en misschien konden er wel een paar mensen met het openbaar vervoer dezelfde reis ondernemenen dan zou men s avonds wat kunnen nakaarten over de verschillende manieren van reizen. Een paar fietsen mee achterop, eens in de streek van bestemming aangekomen enkele nog verplaatsingen van een zestig, zeventigtal kilometer per dag. Hij had al wel enkele mensen in het achterhoofd die met kunst en filosofie of sociale en ecologische dingen bezig waren en hij zou er ook via de moderne communicatietechnieken andere mensen uit een aantal verschillende beroepssectoren kunnen in betrekken.

Welke themas verbonden de mensen die hij kende ? Velen hadden een blog of waren op facebook actief. Ze gaven mekaar mooie muziek door, soms dagdagelijkse zaken, actualiteiten op allerlei vlak, maar de meesten van deze 800-tal mensen met wie Aart onder meer zijn eigen schrijfsels deelde, waren toch vooral met psychologie, kunst en actualiteit bezig, op een kleine groep na; die mekaar via allerhande computerspelletjes onderhielden. Probleem was dat mensen in de virtuele wereld niet zo zitten te springen om ook in levende lijven van mekaars persoonlijke wereld deel uit te gaan maken, op enkele uitzonderingen na. Gelukkig wonen ze zo ver van mekaar verwijderd eigenlijk, want net zoals je met één man of vrouw je handen vol hebt, kan men zich geen té grote groep vrienden of vriendinnen permitteren.

Toch wel best moeilijk om nu in mijn eigen leefomgeving mensen te gaan aanspreken om aan zo een project te beginnen, dacht Aart in zichzelf. En dan qua themakeuze, was niet alles psychologie en kunst en sociale dingen tegelijk ? Het ene maakte onlosmakelijk deel uit met het andere, zelfs de wetenschap, geschiedenis, politiek, godsdienst, spiritualiteit, noem maar opalles was verbonden, relié, zoals de Fransen zeggen. ..in hun woord voor godsdienst, réligion, komt het woordje god niet voor. In ieder geval, voor je over die dingen echt thematisch kunt beginnen nadenken, moet je een bepaalde filosofische visie op het leven hebben. Velen in zijn kennissenkring waren wel belezen tot heel breed belezen, maar echt profesoren of hele geleerde types waren er niet bij. Veel autodidacten en van elke beroepscategorie wel iemand, met uitschieters in het bibliotheekwezen. Misschien moest het echt wel de filosofische kant op met de reis en kon het én een individuele en een collectieve zoektocht worden naar de zinnen van het bestaan in de breedst mogelijke betekenissen die het leven op alle manieren te bieden had.

Natuurlijk, Aart zou om te beginnen Gust vragen, van de making sense of nonsense and insanity - blog, een man die in de tijd van zijn dagelijkse column bij een grote internetprovider toch wel tot een 1000 bezoeken per dag op al zijn blogs tezamen had. Wat begon met een paar tot een tiental bezoeken per dag, was beginnen groeien naarmate hij het voorrecht kreeg van dagelijks op de hoofdpagina van de provider te staan. Naast filosofische artikels bracht hij ook duiding over wat er voornamelijk in het buitenland sociaal en politiek gaande was, en als niet van een krantenbezitter afhankelijke en geen schrijver om den brode, kon hij het zich ook permitteren van de nodige pragmatische tot voorlopig utopistische alternatieven naar voor te schuiven. Het bedrijf waar hij vóór die tijd voor werkte, had hem met subtiele dwang doen tekenen voor een vroegtijdige uitstap uit het arbeidscircuit. Momenteel woonde hij ergens vrij geïsoleerd, waar hij toch nog af en toe contacten had met mensen zoals ik die op de één of andere manier met kunst en het leven bezig waren. Dat waren er door de jaren heen toch al wel een flink aantal. Best een aardige kerel, als ie iets voor je kan doen, zal hij het niet nalaten, maar dat begint door een aantal aan de materie verbonden oorzaken ook sterk te minderendus geeft ie nog wat raad of zo aan mensen, ook al denken die dat er ergens een paar haken aan hem los zitten, zeker als hij het over de eenheid van het bestaan en het leven als een oneindig iets begint te hebben.

Als je Gust ontmoet begin dan maar over de internationale politiek of alledaagse zaken of over boeken en films, maar niet over het esoterische deel van het leven. Over psychologische dingen kan hij ook in theoretische bewoordingen uitpakken, wat op de duur ook begint te vervelen, maar over persoonlijke dingen wil hij niks meer kwijt, geen tijd meer voor al die spelletjes tussen mensen waar van de afloop dikwijls op voorhand gekend is , vindt hij zelf; al blijft hij de evolutie van al dat zielsgebeuren wel t hoogste quoteren in de zoeken naar zin-ranglijst. Vooral de manier waar op mensen bewust of onbewust door hun ervaringen gaan en de algemene tot zeer diepe zin van dit alles, houdt hem nog wel bezig, zeker het energetische systeem dat hij er achter vermoed; want bij hem moet je niet afkomen met de wereld die op zeven dagen geschapen is of je zou het logisch moeten kunnen bewijzenof erbarm U Heer en gedenk genadig, het kwaad dat ik heb aangericht of zoof je zou duidelijk moeten kunnen aantonen dat er inderdaad een energie is die niet heel de stadia tussen straling, atoom en cel en zo verder heeft moeten doorlopen om een aan ons gelijkaardig bewustzijn te hebben. Nee, als mensen mekaar negatieve dingen aandoen, doen ze dat meestal niet alleen…’en toch zijn ze persoonlijk ook een stuk verantwoordelijk, vult Aart dan soms aan, of het nu over de politiek of de liefde gaat. Alhoewel Aarts liefdesleven momenteel onbestaande was, in de klassieke zin van het hebben van een al of niet samenwonende relatie met iemand en zijn vorige relaties bij wijlen zowel hoogtepunten als nog al complex waren, aanziet Gust hem als een ervaringsdeskundige op dat bewuste liefdesvlak, maar niet als een na te volgen voorbeeld. Zijn oordeel hierover is geen moralistische afwijzing, eerder een bewijs van het feit dat levenslijnen voor een groot stuk niet anders kunnen lopen dan dat ze lopen.

Ja, de Gust, zou hij zeker aanspreken over de reis. Hij was weduwnaar en zijn zoon was het huis uit en alles en iedereen die hij in het leven tegenkwam, waren inspiratiebronnen en aanvullingen in zijn leven, in het leven, dat hij op alle mogelijke manieren probeerde te interpreteren en vervolgens te decoderen en in een groter geheel te plaatsen, om dan in zo eenvoudig mogelijke woorden via dagdagelijkse situaties iemand nog wat van nut te kunnen zijn. Met theorie alleen zijn de meeste mensen toch niet veel, ze schieten er niet mee op, ze moeten door de ervaring Aart, zei Gust van onder zijn snor al eens door.

Wie zou er nog in aanmerking kunnen komen voor de reis ? Als ik een ervaringsdeskundige in de liefde was, zoals Gust beweert en we hebben al een filosoof en filosofie bestrijkt bijna ieder domein van het leven, bleef er dan nog een thema voor het zoeken naar zin over ? Zou hij , Aart het in zijn in te dienen reisvoorstel bij drie mensen houden of voor de zeventien gaan ? Achter welke een soorten zin zagen de mensen (de kijkers) nog uit de dag van vandaag ? Kerken hadden nog weinig aantrekkingskracht, maar toch afgaande op het relatieve succes van al die verschillende alternatieve spirituele paden, waren er toch wel een pak mensen die nog steun zagen in een spirituele benadering van het leven, een domein dat tot voor kort in kringen van klassiek geschoolde filosofen nog enigszins verboden terrein was. Veelal kon er alleen gesproken worden of een glas water op een tafel nu bestond of niet en werd alles zo veel mogelijk tot wiskunde herleid. De kennissen van menig filosofische kring kunnen er over meespreken. Gust en ik kennen wel zo enkele mensen, ze kennen mekaar niet echt, maar toch komen ze samen om over essentiële dingen te praten en ze hoeven daar voor zelf geen vrienden te zijn of worden in de persoonlijke zin van het woord. Wat vullen al die tegengestelde meningen en visies mekaar toch prachtig aan , dacht Aart. Waar was ik nu eigenlijk geblevenspiritualiteitniet in de zin zoals Gust, die er tot nu toe van uitgaat dat er misschien wel een met god of ons bewustzijn vergelijkbare energie was vóór de recentste big bang cyclus, maar het er wel op houdt dat gewoon kleiner of gelijk aan nul niet kan bestaan in de natuur. Met andere woorden, spoken bestaan niet en alles wat bestaat heeft een stoffelijke inhoud, een volumevan zodra die zinloos dreigt te worden, door te veel druk (of het nu om een atoom, een ster of een cel gaat) ontploft het geheelen alles keert terug weer tot wat het oorspronkelijk was : straling. Beide denkrichtingen hebben gemeen dat ze eeuwig leven voor mogelijk houdenmaar op welke manier ? De ene groep heeft daar wel een godsdienst voor nodig, de andere niet het klassieke geloof, maar het door wetenschap en ervaringen komen tot veronderstellingen waar men dan zijn vorm van geloof aan ontleent. Het raadsel van wat was er eerst, de kip of het ei, was volgens Gust inmiddels al wel opgelost. Het ei was eerst, chronologisch gezien, zoals het atoom er na de straling was en de cel (ook een soort ei) na het atoom. De voorstelling wie of wat schiep het heelal impliceert of wel een schepper of én de natuur die geen vormeloosheid en inhoudsloosheid kenten onder druk van zijn eigen wetten verandert wanneer iets onder druk geen zin meer dreigt te krijgen.

Wie zou ons daar op de reis een eind verder in kunnen helpen ? Een vrouw misschien. Dat lag al moeilijkeréén vrouw met twee alleenstaande mannen in een camperbah, er waren wel altijd ergens kamers vrij. Welke vrouw zou de themas van de reis zien zitten ? Sofia, de vrouw van Kunal, de positivo samen met haar man zelf misschien ? Raar toeval dat die toch wel net belde zeker en zo kwam Aart op het idee van daarnet. Bestaat toeval wel echt, daar zou ook de reis, naast de grote reis die het echte leven was, wel uitsluitsel kunnen over brengen. Al die verbonden levens, hoe komt het toch dat de paden van mensen nu juist kruisen met die en die en splitsen en zo verder ?

Kunal, de positivo genoemd omdat hij het veel over positief denken had, was ergens in een dorp zonder pastoor, geen onderpastoor, geen lekenpastoor meer; maar een soort alternatief geworden voor de wekelijkse eucharistieviering van weleer. Hij was een soort moderator die elke week een tekst inleidde uit één van de godsdiensten en die dan de bespreking daarvan in goede banen probeerde leiden. Soms verliep zo een bijeenkomst academisch, soms werden er al eens persoonlijke voorbeelden rond het besprokene gedeeld, maar ook even vlug afgesloten; zo had Gust me eens gezegd. Er zijn te diepgaande redenen waarom mensen altijd met enige reserve leven, ze zijn niet altijd klaar om te zware werkelijkheden aan te kunnenen hoeft dat wel altijd ? Ze hebben ook geen kader en achtergrond om een aantal pijnpunten zowel als geluk in hun leven te kunnen interpreterenen alleen zij kunnen daar ten volle in slagenmaar er is geen haast bij, al wat komen moet komt, maar soms is het gewoon te laat voor dingen, of hoeven er zelfs gelukkig geen al of niet nefaste beslissingen te worden genomen. Kunal had ook had een blog rond deze met de ziel en het geestelijke verwante dingen. Sofia was leidinggevende in de christelijke vrouwenbeweging en haar positie werd wel wat gecontesteerd, omwille van het pad van de paus in Rome dat haar man niet zo nauw meer bewandelde; maar per slot van rekening waren we inmiddels al 2011 op de Gregoriaanse kalender zeker ! Ze gingen bijna nooit op reis eigenlijk, zo verweven met het dorp als ze waren. Waarom vertrekken, als we hier nodig zijn en al onze ervaringen en opdrachten hier liggen, zei Sofia eens tegen een vriendin van Aart. Zo, misschien zaten we dan al aan 4 mensen, misschien ook niet, maar we zouden hen zeker mailen als we ergens onderweg in een kerk kwamen en wat meer symboliek rond de ene of andere tekst zouden nodig hebben.

Aart vroeg zich af of die cameraploeg geen hinder ging zijn bij de spontaniteit rond de reis en sommige themas vooral. Of misschien zou hun aanwezigheid juist als effect hebben dat het niet zo zeer een gezond roddelen onder mekaar zou worden, maar eerder een project met een zeker structuur. In ieder geval was het beter van een groep te hebben van mensen die mekaar in het echte leven kenden en die van mekaar al jaren wisten waar ze mee bezig waren en welke hun achtergronden waren. Het zou wel leuk zijn met twee groepen te reizen of de groep in twee te verdelen, mensen die mekaar reeds kenden en anderen en de opgenomen filmbeelden met mekaar af te wisselen. Aart was precies aardig op weg om een soort film regie te voeren, wat ten slotte ook van hem gevraagd werd eigenlijk, of zou er in de camper van de cameraman en geluidsman ook een regieassistent meereizen ? Vermoedelijk wel.

Tot nog toe had Aart dus veertigers en vijftigers aan boord, in de veronderstelling dat ze ja zouden zeggen. Welke twintigers en dertigers eventueel ? Elena Rustich misschien, dochter van Kunal en Sofia, 24 en haar vriend Jenz Kochberg, 26, zoon van Gust en socioloog ? Elena was een jonge vrouw met heel groene vingers die de ecologische kwesties nauw aan het hart lagen. Van opleiding was ze psychologe en ze werkte met gezinnen die in relationele en andere moeilijkheden vast kwamen te zitten. Beiden waren al vrienden van af hun studententijd en Jenz zocht momenteel werk na een eerste job bij de arbeidsbemiddelingsdienst van de staat. Hij ging er zelf weg omdat hij met het gevoel zat, vast te zitten in een systeem waarbij hij alleen voor wat oplapwerk kon zorgen. Actief ook bij de jongerenorganisatie van de linkerzijde van een sociaaldemocratische partij. Gingen die niet jaarlijks met de tent en de fiets op vakantie, ja tochen het was nu april en de reis was gepland voor juli. Dat zat toch ook al mee. Bouwverlof ook danoh ja, Nils Nielsen, een midden dertiger en bouwvakker, voorheen metaalarbeider, kon dan ook mee met zijn motto. Nils zou de koele, zwart-wit denker en doener in de groep zijniemand die gewoon in het bestaan als een zeer toevallig en relatief en vergankelijk iets geloofdeal een tijdje op zoek naar een goed lief, na een paar gestrande pogingen. Gewoonlijk op trek met zijn maat Hassan Musa, ergens van achter in de twintig waarschijnlijk en geen BMW-rijder zoals Nils, maar een Kawasaki motorrijder. Hassan s vrouw was er met de noorderzon, een andere man en de tweeling van Hassan van onder getrokken en het woog hem soms zwaar dat een ongetrouwde vrouw bij voorkeur het voogdijschap over kinderen toegewezen krijgt. Alleen in de weekends zette hij zijn motor op stal om helemaal op te gaan in het met zijn kinderen zijn. Misschien zou hij eventueel de helft van de reis kunnen meegaan, de maand dat zijn ex de kinderen had ? Hassan had zijn eigen kruidenierszaak.

Zo, als ik daar al eens mee begon, dacht Aart. We hebben wel nog geen zestigers of daarboven en geen tieners of daaronder, maar een man of tien zou wel voldoende zijn, er van uitgaande dat Sofia en Kunal hun bestelwagen zouden inschakelen voor zich zelf en de tent van Elena en Jenz die misschien al of niet met het openbaar vervoer zouden reizen. Een kamper, kan die naast ons tweeën nog een paar mensen mee aan boord nemen ? Wie dan ? Aarts kinderen waren ook al het huis uit en zijn zoon liep niet bepaald op met de levenswandel en reizen van pappa en zijn dochter had in de echtscheiding het kamp van de moeder gekozen.

Van vrouwen gesproken, de vrouwen waren wel serieus in de minderheid, er moesten er dringend een paar bij uitgevonden worden, bij wijze van spreken. Carola Perez en Indy Estco ? Een feministe en een alleenstaande moeder misschien, die konden dan gerust in de kamper meereizen en s avonds op hotel gaan, al was er plaats om 2x2 mensen (apart) te slapen te leggen. Immers, met Aarts enkele in hem al of niet teleurgestelde vrouwen en de jacht op nieuwe kandidates opgeven hebbende en Gust die aan zijn weduwnaarschap vasthield, zouden er zich wel geen nieuwe liefdesrelaties ontwikkelen. Carola een mediterrane verschijning, tienerkinderen, twee meisjes en een jongen, in de veertig, had bijna evenveel gedeeltelijk moeilijke tot zeer moeilijke ervaringen met mannen als Aart met vrouwen en de half Aziatische Indy Esco, van voor in de vijftig was door haar Afrikaanse man voor een jongere vrouw verlaten en woonde alleen met haar dochter Elsie van twintig jaren jong. Tot daar dus, besloot Aart in zijn eigen verder mijmerende, de ploeg mensen die ik eens bij mekaar ga roepen. Als je vrienden en vriendinnen en achtergronden meerekent, zijn alle rassen en continenten, geloven en levenshoudingen dito manier van wonen of samenwonen en bezigheden en gezindheden wel vertegenwoordigd, kan best spannend worden, vond hij van zichzelf.

 

De bijeenkomst

Ze waren er met zijn allen en Aart verklaarde de vergadering voor geopend. Hij legde zijn plannen uitvoerig uit en polste naar de reacties. Aart jonge, ouwe idealist, dat gaat allemaal niet zo vlot lopen als jij je voorstelt. Elke minuut van de dag een cameraploeg achter ons aan, wie kan dan nog spontaan zijn ? Bovendien wil je toch een zeker diepgang bereiken, een aantal themas doorgronden, een soort theoretische uitwisseling opstartenhoe kan je dan nog genieten van de reis zelf ? We kunnen beter af en toe eens onder mekaar samenkomen om te filosoferen rond het leven of gewoon onder mekaar te praten over waar we mee bezig zijn. “ “Ja, als je het zo bekijkt, antwoordde Aart Gust,…”en wat denk jij er over Elena ? Gust heeft wel een punt, er zou te veel tijd kruipen in de verplaatsingen en de praktische regelingen om nog ontspannen aan debatten te beginnen, we kunnen beter samen een fietstocht maken of wandelingen organiseren, tijdens wandelingen praat je toch vlotter met mekaar en mensen vinden in dialogen vaak meer diepgang dan in vergaderingen rond bepaalde punten, waar niet iedereen hier in de groep in geïnteresseerd is denk ik.

Jenz voegde er nog wat aan toe : Er bestaan al zoveel praatgroepen en publicaties rond al die themas Aart, iedereen hier aanwezig kan er wel eentje vinden dat bij hem past, ik denk dat je achteraf wel een beetje ontgoocheld zal zijn in je opzet, je kan niet iedereens aandacht zo lang bij té moeilijke themas houden. Dat lukt bijvoorbeeld wel op één plaats, zoals wij met de jongerengroep een vakantiekamp opzetten met een aantal politieke onderwerpen over de situatie in diverse landen van de wereld.

Kunal bleek het niet niets, misschien haalbaar, maar toch ook te onpraktisch te vinden en bovendien had hij al zijn handen vol met zijn zoektocht naar teksten om in groepsverband te bespreken. Sofia had te veel mensen die op haar telden en haar agenda zat overvol afspraken voor het regelen van allerlei activiteiten in de dorpsgemeenschap. Nils Nielsen zag het wel zitten, wauw, lekker scheuren met de motto, s avonds een goed pint bier, een lief zoeken om mijn talenkennis wat bij te stellen natuurlijk. IK zie het wel zitten. In zijn gedachten zag Aart zichzelf al met zijn tweetjes in een camper reizen of , oh no, vanachter op de motto van Nils de nihilist wiens grootste voldoening in het leven was van niet te diep op de dingen in te gaan omdat je gewoon beter van allerlei praktische dingen in het leven kan genieten, voor dat je boekje hier op aard helemaal toegedaan wordt. Hassan Muza kon geen maand zonder zijn kinderen die hij al niet veel zag en had meer gehoopt op een reis buiten Europa om zijn tweeling mee naar het Noord Afrikaanse deel van hun roots te nemen. Hassan, jongen, moest ik zo oud niet zijn, ik ging met je mij, zei Carola Perez. Maar zeg, is het daar nu niet een beetje gevaarlijk aan het worden nu jullie ginder meer onze manier van aan politiek doen willen overnemen en zo, willen jullie echt verwestersen ? In Marokko niet echt Carola, en dat verwestersenvele vrouwen liggen hier veel te veel in een knoop, ondanks al hun vrijheid. Indy keek met haar liefste squawblik in de richting van Hassan als of ze wou zeggen dat ze het begreep wat het was om door de vader of moeder van je kinderen in de steek gelaten te wordenen dan zo jong nog. Het spijt me Aart, ons Elsie en ik gaan naar haar grootouders in Congo in de zomer, we hebben er lang moeten voor sparen en nu we het beiden aandurven, gaan we daar helemaal voor gaan. Spijtig, want ik hou er van om uren in bed te lezen over al die dingen waar jullie het willen over hebben, maar dan meer in romanvorm, want er is zoveel tegenstrijdige theorie over van alles te verkrijgen, dat ik er mijn weg niet altijd in vindt en dan met al die praktisch te regelen dingen altijd en zien dat ik mijn werk niet verlies. Als men het werk eens onder de mensen verdeelde, zouden er meer jongeren een baan hebben en iedereen meer vrije tijd om met een andere dingen des levens bezig te zijn.

Zo ging het nog een tijdje door en op de duur was het wel makkelijk voor Aart om de balans van de vergadering op te maken. Ok dan, ik neem jullie niks kwalijk hoor iedereen, ik begrijp het wel allemaal en ergens hebben jullie voor een stuk gelijk. Nils jij en ik gaan op reis en dat die tv zender maar andere mensen zoektof moet ik toch een voorstel bij hen indienen ? In juli kan ik niet Aart, je zal alleen moeten gaan jongen, zei een luid lachende Nils, maar we zullen eens alleen onder ons gaan, dat gaat vonken geven; gij die in veel te veel zin ziet en ik die gewoon wil genieten van alles en nog wat, amaai, amaai, gij gaat nog al tegen mij zagen jong. Wel, misschien gaat dat allemaal nog wel heel goed meevallen Nils, weet maar te zeggen wanneer je vrij bent.

Er werd nog wat in groepjes nagebabbeld en wat gedronken en uiteindelijk besloot de groep om af en toe eens bijeen te komen of een activiteit te plannen. Iedereen zou een eigen thema voorstellen tegen volgende keer. De volgende vergadering, bijeenkomst werd het eigenlijk al genoemd, zou binnen een maand op een maandag zijn, de eerste maandag van de maand ging men nemenvoor wie kon komen natuurlijk, het mocht nu ook weer geen verplichting worden ook niet. Misschien een gelegenheid om de eigen reiservaringen te vertellenof een of ander thema zelf in te leiden ?

Weet je wat blogfilosofen en aanverwanten, zei Gusten de naam voor de groep was geboren, volgende keer bij mij thuis stel ik voor, er is wel plaats in zetels en stoelen voor een man of tien en een paar barkrukken voor de toogfilosofen onder jullie. Ge moet daar niet voor tot volgende maand voor wachten, morgen is ook al goed, maar kom niet alle dagen met zijn tienen gelijk af. Laat ons afspreken van alle themas waar kan over worden gepraat in drie op te delen filosofie, psychologie en werk. Over de drie grote Gs dan Gust, repliceerde Nils schelms : God, gat en geld ? Zo had ik het nog niet bezien Nils, bereid je al maar voor, met welk thema wil jij beginnen, al zouden we met filosofie moeten beginnen. Als ik langs kom mag je de twee eerste gs gewoon overslagen, alhoewel misschien heb je wel gelijk Gust. We zullen wel zien.

3. Gusts praathoek

Bij Gust aan de bos kwam af en toe al wel eens iemand binnenwaaien, meestal van zijn ouderdom en van het mannelijke kunnen, maar ook van vriendinnen die vooral vriendinnen bleven, geen lief werden, want zoiets was voor hem wel niet meer weggelegd na het heengaan van zijn vrouw nu al wel enkele jaren geleden. Het was de eerste maandag van de maand. De metalen donder van een motto deed de stilte in het bos even zwijgen. Zou het Nils zijn of Hassan, vroeg zich Gust even af. Eerder BMW, en inderdaad het was Nils maar zijn maat Hassan was er bij. Ah de mannen, de heavens angels, van jullie te zien, alles ok met de winkel en op de bouw ? Hassan zag het niet meer zitten met zijn klein winkeltje, de concurrentie met de grote ketens dreigde hem de nek om te doen en het dorp te klein eigenlijk, wel spijtig voor sommige dorpsbewoners en voor zijn eigen, want hij deed het winkelier zijn wel graag, maar het moest wel snel gaan beteren.” “En mijn werk, daar valt niet veel over te filosoferen Gust. Gewoon doen. Gust had weer een antwoord klaar.Kop op Hassan, t zal wel gaan als je Allah het wil en jij Nils, bouwen is toch een prachtig iets ! De natuur, dat zijn allemaal bouwstenen en om tot de eerste cel te geraken heeft het heelal eerst aardig wat moeten in mekaar zetten. Geen enkel atoom is toeval. Een koffie of een thee voor de mannen van de snelheid ? Misschien geen slecht gedacht, een koffie voor mij, zei Nils. Doe mij maar een thee, stemde Hassan in. Zo ook over een winkel Hassan, kan je filosoferen, ook de natuur, ons lichaam bijvoorbeeld, heeft een aantal plekken met zeer specifieke distributietaken. Het lichaam doet ook dingen in, verwerkt ze en verdeeld ze. Zo heeft alles zijn nut. En een filosoof dan , vroeg Nils ? Wel, die kan bijvoorbeeld duiden waar we met zijn allen mee bezig zijn en de zin en het doel van een heel pak dingen klaarder maken. Niet alleen de praktische zin van alles, maar ook die dingen waar de Positivo mee bezig is. De ziel, het spirituele, het hangt allemaal samen en ieder heeft er een gedacht over of niet, maar toch zijn we er ook een stuk mee bezig, al praten we er niet zo veel over, weet je. Je kan dat soort dingen ook gewoon herleiden tot dat andere deel dan de praktische kant van het gelukkig zijn. De liefde bijvoorbeeld. De liefde tot alles, maar in t bijzonder tot mensen onderling en meer in t speciaal de man-vrouw verhouding, maar dat is meer den Aart zijn boetiek, hij heeft er wel al t één en ander over geschreven. Je moet hem maar eens naar zijn blogwerk vragen. En hoe zit dat met de liefde, al iemand gevonden Nils of is je vrouw nog niet terug Hassan. Ik neem mijn tijd wel Gust, ik laat me niet meer opjagen door mijn goesting. Das al heel wat jong op jouw leeftijd. En de mijne, pikte Hassan in dat ze maar blijft waar ze is, maar mij mijn kinderen teruggeeft. Niks pardon, ze zoekt haar eigen ongeluk maar. Wie weet waarom mensen bepaalde wegen uitgaan Hassan, probeerde Gust, t is niet altijd makkelijk om dingen die met gevoelens te maken hebben te begrijpen, achter die dingen moet eenieder voor zijn eigen een beetje aan, in openheid naar de anderen toe, maar of je de dat kan, hangt nu eenmaal meer van je karakter en een aantal persoonlijke omstandigheden af en ook van je tegenspelers in het stuk van het leven.

De mannen babbelden nog wat over de sport en het stomste uit de politiek en één voor én kwamen ook de andere gasten toe, naarmate 19 uur naderde.

Kunal de positivo had een verjaardagtekst voor Gust geschreven…”ik ben nog wel wat vroeg, maar dit is voor je verjaardag en je mag er verder nog een heus boek aan ophangen. Tiens, merci man, je overvalt me, zal ik eens direct buiten gaan lezen onder een boom zie, zei Gust terwijl Kunal beetje bij beetje in gesprek raakte met de mannen van de motto.

De tekst ontroerde Gust en deed hem goed.

Je wist niet beter, want je was een kind. En toch wist je beter, maar mocht je niet beter weten, want te zwaar om dragen zijn een deel van de voorouderlijke erfenissen. Eenieder had zijn eigen opdrachten. De jouwe waren niet te onderschatten. Ook de personages die je in je leven zou tegenkomen, hun ladingen waren ook zwaar en licht tegelijkertijd. Ze zouden op jouw zoektochten passen, ook al zou je dat achteraf bekeken niet hebben gewild. Op de ene of andere manier moest het toch zo zijn. Je kon en kan en zou je een aantal vragen kunnen stellen, waar van je je nu eerst een vijftig tal jaren later bijna ten volle zou bewust zijn en door het observeren van alledaagse kleine wonderlijke fenomenen zeker nog meer bewust zal worden.

Van waar kwam je goed zijn, toch niet overwegend van uit de catechismus ? Je kan niet vooruit kijken op de dingen die gaan gebeuren, al zat je al wel met plannen, jongensplannen. Het is de magie van het leven, maar dat besef je dan nog niet. Je weet nog niet welke rollen vrouwen in je leven zullen spelen en welke richtingen anderen je zullen uitsturen, ten einde het hele plaatje van het zijn in deze wereld te begrijpen. Wat was een vrouw toen voor jou ? De zorgende grootmoeder, de moeder met achtergronden die je pas veel later zou begrijpen.

De ongekende observaties van het zijn, zoals je dat nu beleefd, waren er nog niet, want je was in de ban van andere dingen. Je zou er later over schrijven en ze hier in deze, jou altijd voortijdige testamenten inlassen, niet alleen om alles op een rijtje te zetten of als aanloop van gedetailleerder momentopnamen van vroeger, maar om op een ethische manier die mensen die er rijp voor zijn, meer bewust te maken van dingen die hun zijn en voelen en de wereld als geheel in een andere dimensie kunnen brengen. Je meesterwerk, verspreid over een aantal blogs die allen een ander of meerdere aspecten van het zijn aanraken, is grotendeels voltooid. Tijd nu om in alle mogelijke tijden te schrijven, want je hebt de symboliek achter het ontstaan ontsluiert via de wetenschap en de filosofie en de religie in een ander daglicht geplaatst en de sociale evolutie van holbewoner tot nu als een machtig zinvol zowel als absurd epos neergeschreven. Enuiteindelijk, naast het prachtige decor van de natuur, weet je onderhand wel waarom de essentie draait : de verhoudingen tussen mensen en de rol die de liefde en de vriendschap daar in spelen, maar ook de beschouwing van dit alles en de alles omvattende diepere zinnen van dit alles. Je incasseerde laagtes en beleefde ook hoogtes, en de laagtes waren al of niet nodig voor de hoogtes, waar van sommige achteraf bekeken illusies waren en toch weer niet. Men zei je zeer pijnlijke dingen en je schreef en sprak en hoorde en las, hele mooie woorden. Je leerde de schijn en de realiteit achter al die dingen uit mekaar houden. Je wist dat het zo gezegde verleden gewoon in het nu is geïntegreerd, inclusief de zogezegd gestorvenen.

De drang om dingen over te brengen, heeft je nooit verlaten. Fictief of niet, in elke vorm van literatuur, altijd diende het een hoger doel. Je schreef bijna nooit cynisch omdat je heel veel van mensen begreep en je heel goed inleven kon, meeleven, kon, medelijden nog moest leren overstijgenniet begrijpende dat niet iedereen dezelfde inzichten en uitgangspunten en evolutie voor zich hadaltijd als gevolg van dit en dat en t geen. Net als je denkt dat t je t door hebt en een stuk verleden kunt afsluiten, duikt het weer op. Een overzicht ? Moet je me nog eens wat meer over vertellen of schrijf zelf maar verder.

Gust ging weer naar binnen en omhelsde Kunal en dankte hem, terwijl hij in een beweging de rest van de ondertussen aangekomen gasten verwelkomde. Aart was er en ook Elena en Jenz. Sofia zou iets later komen, maar Carola en Indy kwamen juist toe. Carola was een kusmie en sloeg niemand over en Indy, meer met reserve gaf iedereen haar mooiste glimlach. Aart sprak Gust zijn gasten toe. Nu we toch allen gezeten zijn of in de zetels hangen, zullen we bijeenkomst maar officieel open verklaren. Zoals vorige keer gezegd, kan eenieder hier vragen stellen aan de anderen of een gedicht voorlezen of een al of niet zelf gekozen of geschreven tekst ter bespreking voorleggen. Ge moogt zelfs een film meebrengen of een schilderij of hier een beeldhouwwerk uit een stuk hout kappen van Gust. Zal ik het ijs breken. We gaan dan wel voorlopig niet op reis (iedereen schoot in een onderdrukt lachen), maar deze vorm van bij mekaar komen kan ook een stukje reizen worden.

Hier ga ik dan als eerste.

Om te begrijpen, waarde toehoorders, hoe mijn leven en dat van U en vele andere, met mekaar verbonden levens in mekaar zitten, moet je voorgeschiedenissen kennen. Ooit als je niet meer zo hard moet werken, zal je misschien de tijd hebben om die voorgeschiedenissen op te zoeken, er over te praten, te lezen. Er over praten werd mij niet geleerd, ik heb het verworvener over schrijven ook, dat ging er soms aan voor af. Dit is niet de taak van iedereen, ik besef het terdege en het hoeft nietmaar het kan helpen. Over het verleden moeten we ons geen zorgen maken, alle problemen en minder sterke kanten die we niet hebben overwonnen dienen zich toch, nu dagelijks aan. Al komen we voor 99% goed overeen, soms is er gelukkig een vuile lavabo nodig om dat ene procent tot leven te wekken; nodig om wat meer over mekaars schaduwzijden te weten te komen.

Om over die dingen te kunnen praten moeten bewustzijnsniveaus daarover in evenwicht zijnhet is geen kwestie van intelligentie, maar van inlevingsvermogen en ervaringen en openstaan om iets van een ander aan te nemen. Dus jullie hebben het zitten, ik maakte een tekst.

De ouder-kind relatie evolueert een leven lang. Hetgeen iemand bijvoorbeeld met zijn vader of grootvader gemeen heeft, kan bijvoorbeeld zijn dat hij zo gefocust zijn is op waar hij zelf mee bezig is, dat hij precies een scherm optrekt voor de persoonlijke gevoelens en leefwereld van iemand anders. Zijn agenda telt, wat de anderen doen is bijzaak. Alle dagelijkse voorvallen passen in een groter kader.

Het voorouderlijk verhaal gaat verder via de nakomelingen, geen ontvluchten aan, op geen enkele manier, geen enkele. Zelfs indien ik er niet over schrijf, vindt alles een weg om zich te voltrekken naar meer en meer evenwicht, maar toch, dit is voorlopig nog een weg om mijn steentje bij te dragen in het geheel van menselijke evoluties die tot inzicht leiden. Dit verhaal is al met iedereen bezig van in de tijd vóór de holbewoners en zal eindeloos worden herhaald ter wille van de essentie van dit bestaan : het zoeken van zin te midden veel onzin. Ik apprecieer de manier waarop mensen hun interesse in dingen omzetten en ze hoeven het allemaal niet te ver te zoeken zoals ik soms, onthoudt gewoon dat het goed voor ze is dat ze soms even aangemaand worden het leven iets breder te zien. Ik ben niet iemand die voor geld ruzie maakt, bij ruzies over geld tussen mensen, gaat het trouwens over heel andere dingen die met alle mogelijke positieve en negatieve kanten van liefde in al zijn vormen te maken hebben. Wat dat buiten willen betreft, in die dialoog hoe meer je iemand zijn waarheid zegt, hoe meer afstand hij of zij van je neemt tot en met je verlaat, al of niet voor een ander, maar gewoonlijk wel zeker ?

Het werd stil. Aart s vrouw was ook weggegaan.

Gust reageerde ongevraagd als eerste. Knap stukje werk Aart.

Ik neem afstand van de dingen die men mij naar mijn kop smijt, ik probeer er een positie van onverschillig evenwicht tegen over aan te nemen (wat niet betekent dat niets mij kan schelen)zoals de neutronen geladenheid in de kern van onze atomenik wacht altijd de proton geladenheid in mij af (positief geladen elektronen) om met iedereen en alles wat me omgeeft in interactie te gaan (negatief geladen elektronenniet in zin van goed of kwaad te interpreteren). De pijn die ik bij anderen verondersteld veroorzaakt zou hebben, komt voort van heel veel voorgeschiedenis van voor we geboren werden en van het vervolg daarop dat een weg zocht om zich te voltooienen is interactie daartussenen wordt ruimschoots gecompenseerd door al het geen uit mijn goede bedoelingen voortkwam. We zijn voor ons eigen innerlijk geluk voor het grootste stuk voor ons zelf verantwoordelijkwe verlegden veel naar de verantwoordelijkheid van anderenvoor wiens gedrag je om welbepaalde redenen medeverantwoordelijk kan zijn We willen onze eigen pijn teveel of schuld te veel op anderen afwentelen en we zien soms niet al te duidelijk waar de schoentjes bij anderen knellen.

Elena wou het woord. Ik denk dat mijn voorbereiding daar op aan sluit Aart. In mijn bijeenkomsten met mensen met relatieproblemen, richt ik me soms rechtstreeks in gesprekken tot een ganse familie soms. Ik heb enkele van mijn meest geschreven vragen en opmerkingen aan mijn mensen opgeschreven. Jullie kunnen er direct of achteraf, zo niet via een volgende bijeenkomst op inpikken, van uit jullie eigen belevingswereld eventueel ?

Ze beet tot bloedens toe aan haar nagels, je wist niet waarom, nog niet.

Ze hield je af, wou eigenlijk soms geen kinderen, wist nog niet waarom.

Je dacht haar te kunnen helpen, het overgeërfde leed door anderen aangedaan.

Ze hield je af ineens, wou het gedaan maken.

Naast de blije, zoveel enge dingen, had ze je toevertrouwd.

Je dacht dat verbetering langs jou zou omgaan.

Jullie hebben kinderen; allen heel gewild en iedereen die hier moet zijn komt er ook.

Toch na meer dan een dozijn jaren samenleven plus drie jaar inloopperiode…

Dook het vijandsbeeld nopens de dader van het aangedane weer op.

Je was man en daarom ook dader waarschijnlijk.

Eens een andere luisterende oren, de nieuwe schouder gevonden.

Je merkte dat er iets was dat je niet wist.

Ook materiële zekerheid telde wellicht mee, of toch niet.

Je kan niet blijven met iemand die je de waarheid omtrent haar leven schetst.

Tegen iemand die niet tegen je kalmte meer kan.

Maar je kan in die kalmte niet blijven als je teveel wordt gepest.

Kansen om het kwalijke deel van het instinctieve, de revanche… te overwinnen volgen.

Je bent nieuw in dit spel, het neemt met jou een loopje…ook jij wil iemand anders.

Iemand anders zonder altijd die zware problemen, ligt zeker op je weg.

Vergeet het maar, je zal het ganse scala van man-vrouw problemen over je heen krijgen.

Je zal steeds maar denken dat aangenaam blijven voor mekaar de oplossing is.

Je zal steeds maar hopen op een andere ware…en altijd voorouderlijk en eigen karma krijgen.

Ook bij dezen in een relatie die je menen nodig te hebben om deze te behouden of af te ronden.

Maar dat weet je nog niet, want je bent echt verliefd.

Na de cyclus van begrijpen, loslaten, komt de essentie van de pijn via een voorval binnensluipen.

Omdat je er niet alleen over moest schrijven, maar rollen speelt in het leven van anderen.

Voornamelijk die stand van zaken wordt continu vereeuwigd en aangepast.

Tot de mens, zoals een oude muur barst en een levensloop slechts schijnbaar stopt.

De natuur kan je troosten, twee duiven komen aan het water drinken.

Ach je bent soms zo moe van dit alles hierboven beschreven en van andere wereldtoestanden.

Door je te veel gedragen als Hercules met zijn bol, van toen je kind was hielden oorlogen niet op.

Je sloofde je voor te veel mensen uit in plaats van afstand te nemen.

Ga nu maar eens af en toe rusten in de zon, ’t is weer lente.

Reis in je fantasie naar een hangmat boven op de rotsen naast een waterval.

De zee, niet te ver, maar op veilige afstand in de verte.

Het licht dat nooit donker wordt, alleen maar ergens anders zijn kan…

Of in je eigen of de andere anti materie.

Omwille van de verhoudingen tussen kern en planeten…vergeet de mensen even.

Licht dat altijd is, ook in de materie zelve…omdat materie ook ruimten heeft.

Schep op tijd ruimte in je zelf.

Je moet mij je daar zien door te slaan, in alle mogelijke soorten evenwicht blijven.

Wat alleen maar kan door af te dalen af en toe in pijn ?

Wat alleen kan door pijn als tragikomisch te beschouwen ?

Wat de voorbije dag gebeurde, is altijd weer voorspel voor vandaag.

Een stilte aan de familietafel van de oma, bijvoorbeeld, dan iemand die het ijs breekt.

Peilen naar de toestand van het liefdesleven van anderen, met eigen agenda’s.

Voorstellen doen om hen te motiveren het leven aan de zijde van een partner te delen.

Vragen naar het waarom van het afspringen van de vorige poging.

Begrijpen dat men er best niet wil over praten.

Het daaropvolgend begrip dat loonde, want er volgde een paar ontboezemingen over ’t geleide leven.

Even voor het slapen, liggend in bed, zet alles op een rijtje wat kan gebeuren en moet, gebeurt.

Aanleidingen en variaties genoeg die tot dezelfde resultaten zouden kunnen leiden.

Veel hangt af of uitdagingen worden aangegaan en wat er blijft pruttellen…al is dat soms best.

Wij zijn helers via ontroering, blijdschap, woorden, verbanden, beelden, confrontatie.

Via onze innerlijke communicatie en ons leeg maken, vullen met al onze goede eigenschappen.

We reizen met mensen met een nood aan mensen die hetzelfde graag gelijkaardig anders beleefden

Voorbeelden genoeg.

Zij die een kind willen voorkomen door spiraal bijvoorbeeld, een bevruchting die uitgedreven wordt.

Een nieuw gezond leven verdrijven, werkte dat niet nefast in je verdere leven ?

Vroeg ik al menige vrouw (en man).

Het kind na ’t spiraalgeval zou zich bij tegenwind soms niet gewenst voelen, gevolg ?

Ondanks alle liefde die hem overkwam, blijven twijfelen en niet aandringen op behoud van eigen gen.

Hoe meer bergen van dit alles, hoe meer tijd nodig om te rusten en berusten wetend dat ’t goed komt

Als het meeste leed is geleden en men niet meer bezorgd is om de zorgen van ’t verleden.

Alles je door ’t leven is vergeven omwille van alles wat vooraf ging ? Of blijft de nasleep ?

Als alleen nog aangenaam en goed willen zijn helpt, zonder je kapot te ondersteunen en te dragen.

Omdat je weet dat alles niet alleen in gevoelens en woorden maar ook in gedachten klopt.

Als je je echt kort bij je kern voelt.

Omdat verbondenheid ook werkt op afstand zonder woorden.

In je echte kracht neutraliseer je dan het gene, diegenen waar je niet meer voortrekker wil van zijn.

De boodschap is niet van iedereen te idealiseren, maar met de symboliek er van om te kunnen.

Er om mee kunnen is wachten op het juiste woord, de juiste interpretatie van evoluties inschatten.

Er is niks mis van met het zichtbare en stoffelijke bezig te zijn, te veel ervan is altijd nefast.

Maar ook het spirituele is deels zichtbaar en stoffelijk, maar in de hiërarchische ladder primeert het.

Al lijkt dat niet altijd even duidelijk.

Zowel het persoonlijke als collectieve én het collectieve persoonlijke, psychologisch, spiritueel, sociaal.

Daarom is een nefast politiek beleid een spiegel, niet alleen van structuren, ook van beperkte groei

Daarom worden onze levens nog te veel beïnvloed door nefaste oude dingen aan vervanging toe.

Daarom zijn gerijpte levenshoudingen, kennis en inzicht tussen verbanden meer dan nodig.

Daarom laat waardevolle daden en woorden achter, goede herinneringen, de rest, leer er uit

Iets te veel of te weinig zeggen, iets verkeerd, altijd is er een bedoeling.

Het juiste schrijven wil altijd maar meer perfectie, die je op de duur ’t helderst in jezelf vindt.

Vindt een structuur voor al het oude onverwerkte leer er steeds behendiger mee omgaan.

Zo sterk je je nieuw verworven gaven.

Zeilt er mee tussen mensen door, af en toe een haven en minder van mensen willen vergoelijken

Wees gewoon blij dat je kan zien en horen en ruiken en voelen en dit alles delen kan.

Je leven, leer het niet in lijden uit te drukken, maar in lichtheid, goed voelen.

Leer je eigen ongeluk begrijpen en wentel het niet af op anderen.

Zo vermindert ook de massa aanvankelijk nefaste straling van te bedroefd vertrokken gestorvenen.

Kunnen ze eigenlijk wel vertrekken, want zijn ze niet deel van de hardware en software der levenden?

De enige vraag waar ieder voor zich een antwoord moet op vinden…met allen samen in een verband.

Waarom dit leven van mij en anderen ?

Het verhaal van de onafgewerkte dingen des levens, schrijdt dagelijks voort.

Lijk als of alles op voorhand vast ligt en heeft een mens maar weinig vat op zijn lot ?

Om welke redenen is men verwikkeld in het leven van anderen, zonder dat men dat goed beseft ?

Begeerten allerhande, trekken de mens mee in een vreemdsoortig avontuur.

Uniek aan één leven verbonden, maar verstrengeld met zo vele levens meer.

De enige oplossing, aangenaam proberen zijn voor mekaar.

Weten dat je niet één leven hebt, maar oneindig veel weerkerende door te geven opgaven soms.

Doorheen de generaties en opnieuw na de volgende big bang cyclus ?

Een intensiteit die groeit met de levens en de geesteswereld waarmee ze corresponderen.

De bewaarders van het reilen en zeilen tussen mensen, altijd zelf deel van het geheel.

Eens was bijvoorbeeld iemand aangenaam en omgekeerd.

Dan niet meer, want er waren ontspanningen en spanningen van dien van buiten het nest.

De erotiek heeft een eigen manier van mensen los krijgen uit verstarring uit ’t verleden.

Het instinctieve dwingt een mens terecht of onterecht van de oude opgaven af te werken eerst.

Of het verhaalt zich op je en verlegt de opdrachten, met veelal nefaste ontwikkelingen.

Die een mens vast zetten en vaak ook een stuk van zijn omgeving.

Niet dat ze je dat tot in de treure moeten verwijten, want vaak zitten ze met dezelfde opgaven.

Waren sommigen toch veel minder licht geraakt, maar het is niet anders.

Jaloersheid is pas terecht wanneer iemand in een relatie met een ander(e) gegarandeerd verdomd.

Meestal is dat dat door het karma van de voorouders, aangevuld met het eigen karma.

Verdommen, niet zo zeer qua intelligentie, maar :niet meer bij de weg naar het hogere geraken.

Het is deze mensen vergeven, daar ze willen vergeten en al die moeilijke dingen zwaar voor hen zijn

Maar van uit een andere dimensie bekeken, is het toch niet sneu voor ze.

Het leven blijft bestaan op basis van begrepen dingen, oude of nieuwe.

Schaamteloos door het leven gaan is niet hetzelfde als zonder gegeneerdheid leven.

Hoop op een relance in de liefde vaak belast door allerlei soorten verleden

Iemand terug willen na een afwijzing heeft vaak moeilijke gevolgen.

Vaak, niet altijd, afhankelijk van de gezamenlijke opdrachten.

Ga door de inzichten van de nacht en interpreteer ze met je dichter bij je ziel ik.

Je zocht noodgedwongen door karma en lot de eenzaamheid en zij, hij kent de ‘ons’ niet meer ?

Doe haar, zijn lichaam dan de goeiedag van jou, de zielen zijn misschien niet uit elkaar.

Maar het spirituele aspect heeft misschien andere plannen ?

Daarom niet met nieuwe partners die nog onbezoedeld voor mekaar kunnen zijn…tot dat…?

Eén kant, de ruige kant van het instinctieve kiest voor lust, de andere voor geestelijke groei.

Blijf niet te veel in het alledaagse steken en hunker op een serene manier, niet plat.

Kinderen, een goede ega of man vinden, gaat via een uitzuivering van de contacten met jullie ouders.

Van ook het snappen van hun levensverhalen, liefdesverhalen…maar…is er iets op tv vandaag ?

Geen tijd, morgen naar school, werken of gewoon te jong om te begrijpen, te oud om op te rakelen.

Het was muisstil geweest op de bijeenkomst en de stilte werd nog sterker, iedereen bezag Elena en dan mekaar… en Aart vroeg of er iemand iets wou zeggen of vragen.

Carola stond recht. “ Amaai, lang geleden nog zo een woorden gehoord. Ik herken veel van de dingen die je probeert in woorden te gieten door je notities voor je werk, ik schrijf wel eens een gedicht, maar de meeste tijd ga ik op in de gewone dagelijkse praktijk van het leven en de mensen om me heen. Toch doorheen die momenten en als ik alleen ben, of zelf bij het tv-kijken, krijg ik ook zo van die indrukken zoals jij kwam aan te raken. Die gevoelens of gedachten zijn zeer vluchtig soms en ik bouw er geen grote theorieën mee, maar ze zetten me wel aan het denken. Ik wil er wel wat over kwijt, mag ik je tekst even, want niet alles staat me duidelijk voor het hoofd.

“Ze beet tot bloedens toe aan haar nagels, je wist niet waarom, nog niet.”…”misschien had je toen iemand die een verkrachting of iets naars overkomen was, ik herken dat wel, kinderen, jongeren doen dat zelfs zonder dat er sprake was van seksueel misbruik. Het heeft met een laag zelfbeeld of een enorme ontevredenheid te maken waarschijnlijk. Zich om de één of andere reden uit vroegere tijden niet thuis voelen in zijn lijf”.

“Ze hield je af, wou eigenlijk soms geen kinderen, wist nog niet waarom.” …”Niet alleen vrouwen kennen dat fenomeen, mannen zijn er ook niet altijd klaar voor…ik hoor vaak van vrouwen die geweldig aandringen moeten voor een eerste of een tweede of een derde. Gewoonlijk is ieder kind anders dan het vorige, dat is jullie ook al wel opgevallen. Hoe zou dat eigenlijk komen, omdat een mens zelf voortdurend verandert of om een soort symbolische tegenpersonages in het leven te roepen om het verhaal van de levens een beetje te kruiden met diverse karakters en die van mekaar laten te leren. Een goed scenarist dat leven dat we beleven eigenlijk, al beseffen we het niet altijd”.

“Je dacht haar te kunnen helpen, het overgeërfde leed door anderen aangedaan.” …”Indien we alleen met onze gedachten zouden oordelen en al een hele boel ervaring met het leven zouden hebben van jongs af aan, zouden we zonder onze gevoelens laten mee te beslissen, in vele gevallen niet voor een verhouding of een familie kiezen…maar zo is het leven nu eenmaal, het trekt je ergens in en naar een andere toe.”

“Ze hield je af ineens, wou het gedaan maken. …”Heb ik ook al wel met mannen gehad, hoewel ik het altijd aan wou houden, wat er ook gebeurde…soms is het geheel der omstandigheden zo ongenaakbaar dat je wel bepaalde wegen moet inslaan, maar dat ligt weer voor iedereen anders”.

“”Naast de blije, zoveel enge dingen, had ze je toevertrouwd.” …”Oh ja en dan die vele gesprekken maar ook enge stiltes in zo een situaties…blij dat ik dat achter me liet, hoewel ik zelfs als feministe moet toegeven dat ik het leven met een man wel mis.”

“Je dacht dat verbetering langs jou zou omgaan” … “Mensen kunnen nog zo hun best doen om een bepaalde situatie ten goede te keren, je moet er voor twee voor zijn en niet te veel omkijken als het weer goed gaat.”

“Eens een andere luisterende oren, de nieuwe schouder gevonden…”dan wordt het natuurlijk extra moeilijk, je mag nog van je zelf denken dat je sterk genoeg bent om iets aan te kunnen dat je beter bespaard wordt…je kan er wel sterker van worden of op de sukkel geraken, kan ook natuurlijk.”

“Maar je kan in die kalmte niet blijven als je teveel wordt gepest…” Echt van binnen in beide rustig worden en aangenaam proberen zijn voor mekaar, is en blijft inderdaad een goed recept, …indien de druk van het karma van de voorouders en je eigen karma niet te groot is natuurlijk. Negatieve emoties kunnen je wel parten spelen, inderdaad, zeker zoals je zegt …”Je bent nieuw in dit spel, het neemt met jou een loopje…ook jij wil iemand anders.” “Dat zwakt op rijpere leeftijd wel af, maar toch! Ook ik beste Elena, zou een gans scala van man-vrouw problemen over me heen krijgen. Met minder te vlug ten prooi vallen aan begeerten was me dat wel gelukt…maar had ik dan mijn eigen weg wel gegaan en was ik dan niet diegene die mijn man op zijn weg moest tegenkomen ? En zonder hem, inderdaad, de periode na hem, kom je dan zoals je zegt in mijn geval toch in een relatie met mensen die je menen nodig te hebben om de hune te behouden of af te ronden. Maar dat weet je nog niet, want je bent echt verliefd.” “Allemaal rake zinnen, maar ik laat het woord nu aan iemand anders graag”.

“Niels, jij soms”, probeerde Aart. “Ach, ik snap het niet allemaal wat hier gezegd wordt, maar mij dunkt toch dat het in de liefde gaat om behagen en behaagd worden. De wufjes, ze kunnen rond je draaien en als je dan toehapt gaat het goed tot ze vermeende concurrenten zien opduiken…alhoewel een man vaak tevredener is met ‘haar’ dan zij denkt. Als dan jaloersheid maar dan ook ijdelheid toeslaan en ze beginnen te veel om altijd om maar meer extra aandacht te vragen, is het goed om zeep op de duur…dan kunnen ze je niet meer uitstaan en dan beginnen ze van ideale mannen te dagdromen, en die bestaan niet”.

De woorden van Nils maakten ook in Hassan iets los. “Een deel van de westerse mannen staat gewoon toe dat hun vrouw met bijna blote borsten loopt…hoe kunnen die dat verdragen ? En dan die schotelantennes waar de seks tv zenders moeten blokkeren voor mannen, vrouwen en kinderen…dat is toch om problemen vragen ? Hoe kunnen mensen die daar altijd naar kijken nog mensen als gewoon mensen zien, zonder al die opgeklopte wellust…dat is toch geen goed voorbeeld voor kinderen ook niet ! Voor jonge meisjes en jongens…welk beeld maken die zich niet van de seksualiteit…wat ze allemaal moeten kunnen en wat je absoluut zou moeten doen om mee te zijn met de rest zogezegd ! Hoe kunnen ze nog op een serene manier hun eigen weg in het seksuele ontdekken als ze vrouwen zien die hoerig doen en mannen die vrouwen absoluut overal en op alle manieren moeten kunnen onderdrukken. Die programma’s maken seksverslaafden van jullie en beïnvloeden de echt profane band tussen man en vrouw en zijn juist goed om oude eenzame mannen op te winden of van deugdelijke vrouwen hitsige ontrouwe en onbetrouwbare levensgezellen te maken. Al is dat nog allemaal niet eens nodig om vreemd te gaan de dag van vandaag. Je woont een beetje klein of je hebt financiële problemen en je bent een beetje strikt, en hup…met die en die zou het beter zijn en men is weg ! Trouwens, een beetje strikt zijn met vrouwen zowel als mannen en kinderen; we hebben dat allemaal nodig. Jullie zouden eens moeten beseffen dat je best van een ander zijn vrouw of man blijft, want dat brengt alleen maar moeilijkheden mee. Hoe je dat ook uitlegt Elena, het hoort niet van vreemd te gaan, zeker als je kinderen hebt. Het verleden van onze ouders was hun verleden, wij moeten ons niet baseren op dingen die zij niet hebben afgemaakt, wij moeten de dingen tussen ons tot een goed einde brengen. Veranderen van partner draagt daar niet toe bij…maar je hebt wel een beetje gelijk over het feit dat genetische erfenissen ook psychologisch zijn en dat het niet voor iedereen even makkelijk is om met dezelfde partner verder te kunnen. De ene wil misschien kinderen of nog kinderen, inderdaad en de andere niet…of misschien is een vrouw wel met een homo getrouwd of andersom…dat gebeurdt bij ons ook. Wat ik weet is, dat om je beroep goed te kunnen uitoefenen, dat je daar best geen familiale problemen voor hebt. Een toprenner met liefdesproblemen wint geen een koers, of het zou al eens een uitzondering moeten zijn met olifantenvel.”

“Misschien terug even een vrouw aan het woord”, stelde Aart voor. Indy keek naar Carola en omgekeerd en Carola vond dat ze zelfs als feministe in veel van wat Hassan had gezegd, kon inkomen en dat de levenswegen van mensen nu eenmaal aan culturele achtergronden gebonden zijn. Hassan vervolledigde zijn standpunten. “Maar overal zijn mensen jaloers biologisch en psychologisch en van mij moet geen enkele vrouw een hoofddoek aandoen, het gaat gewoon om het feit dat je een ander niet mag aandoen, wat je zelf niet graag hebt of er moeten ERNSTIGE existentiële redenen voor zijn mevrouw Carola, niet zo maar een avontuurtje willen. Denk je ook niet Indy, “vroeg Hassan aan de verraste Indy ?

“Weet je lieve mensen hier allemaal, het leven kan toch zo ingewikkeld zijn en dan weer niet. Veel van de levensvoorschriften uit de godsdiensten, uit de jouwe Hassan, maar ook die uit die van mijn vader, die een Boedhist was, hebben een aantal goede raadgevingen, maar langs de andere kant zien ze het één en ander wel niet zo als het in wezen is. Het achtvoudig pad van Boedha, de juiste houding, de juiste ingesteldheid, de juiste gedachte, het juiste woord, daad en zo verder is een prima basisgegeven in de omgang van mensen onder mekaar en daar waren godsdiensten voor een stuk voor bedoeld, een soort verkeersreglement voor de samenleving. Woorden zoals Karma worden door Elena dikwijls gebruikt en ik begrijp het verschil wel met het karma van de klassieke, niet- genetisch gebonden reïncarnatie en ik voel dat mensen juist die kinderen hebben die hen confronteren met wat ze door hun achtergronden zelf nog te leren hebben en omgekeerd en dat daarom bijvoorbeeld een tweede kind vaak de symbolische tegenhanger is van het eerste, en alle kinderen samen een soort verzamelboek van de evolutie van de ouders en wat er in hun aan symboliek aan bod moet komen. Het verleden is inderdaad het verleden, maar het vertaalt zich nog in ons, daar kan ik inkomen, zeker om te begrijpen waar om onder andere mijn ex man Isaac me verliet. Maar om dat te begrijpen moet je te veel persoonlijke dingen van mensen uitleggen. Er zijn ook dergelijke dingen in mijn bestaan die ik zou moeten prijs geven. Ik vraag me alleen af, of indien we al die dingen en het waarom en hoe er van, beiden, Isaac en ik , volledig hadden begrepen, of we dan nog een koppel zouden zijn en of het niet beter tussen ons zou zijn nu…maar wie vraagt zich zoiets niet af of je moet al heel onbewust kunnen leven of al of niet bewst zo bezig willen zijn met praktische zaken om aan dergelijke dingen toch maar geen aandacht te moeten geven.”

“Mensen, mensen,” viel Jenz na een moment van stilte in, “wat mij van deze hele bijeenkomst zal bijblijven is het feit dat mensen boven hun negatieve emoties moeten uitstijgen of dat ze anders geen tijd of zin meer hebben om met sociale en politieke dingen bezig te zijn. Dat het beter moet met de wereld, daar hebben er niet zo heel veel een dermate boodschap aan dat ze zich ergens in een groepering of partij of zo willen inzetten om een stuk mentaliteitsverandering te weeg te brengen. Door een quiz die ‘de slimste mens noemt’, hebben we nog altijd geen nieuwe regering, leg dat maar eens in het buitenland uit. Ik had een goed idee voor ’t internet vandaag. Een filmpje opnemen voor een komische reeks : ‘het journaal van de toekomstige gebeurtenissen’. “Buitenland. In Kenia is er een nieuwe president gekozen. Het wachten is op de eerst rellen die de uitslag betwisten. In Finland is er een groeiende groep kiezers die de schulden van de Zuid-Europese landen niet meer mee wil financieren…tot men hen ginder zoals in Ijsland na de bankencrisis tegemoet moet komen ? “. ’t Is me wel wat met al die toestanden die op oorlog uitdraaien om de bedrijven en grondstoffen ginder te kunnen blijven controleren. Na alle winters en hitte en natuurrampen en andere ellende die de mens heeft moeten doorstaan, dreigt er zich in plaats van een happy end een doemscenario te ontwikkelen als de macht van het geld niet aan banden wordt gelegd of zichzelf waardeloos maakt. Alternatieven genoeg op mijn blogs. Waar kan ik jouw literatuurblog ergens vinden Carola” ? Carola nam haar handtas en haalde er een papiertje uit voor Jenz.

Ondertussen vulde Elena haar verhaal van straks aan. “ In mijn praktijk als psychologe merk ik dat mensen met problemen veelal in familiale kluwens van ver terug verstrikt zijn geraakt. Jong of oud, man of vrouw, afgemeten aan de aard van hun kalmte of zenuwachtigheid, dekken ze zich zelf in tegen mogelijk vreemd gaan van diegene dat hun geliefde zou kunnen zijn door de ander een pas voor te willen zijn of in het ultieme geval door een soort voorbarige weerwraak te zoeken in het benaderen van anderen, die ze dan ook uit balans brengen. Er zijn er ook die dit niet doen, maar die, misschien omdat ze zich niet goed kunnen uiten, blijven steken in het blijven zitten in uitzichtloze situaties, drinken, bordeelbezoek of noem maar op. Alle middelen zijn goed om de voorouderlijke en eigen verhalen te verdringen in plaats van evenwichten te zoeken via zich uiten en positieve emoties. Mensen denken dat ze mekaar veel dingen kunnen verzwijgen, maar gevoelens en stemmingen geef je door zonder dat je een woord zegt. Het lijkt wel at er veel scenario’s die in de lucht hangen, toch moeten uitkomen om weer een reeks domino’s bij anderen in beweging te zetten.”

Het was inmiddels al vrij laat in de avond geworden en Aart vroeg aan Kunal om af te ronden. “Wel”, zei hij, ” zowel de levens van de grote wijzen als wij, evengoed stervelingen, draaien om dezelfde gegevens die hier wel op velerlei manieren zijn geïllustreerd. Gisteren zag ik een documentaire over Confucius. Het is een naam die in veel mensen hun oren heel bekend klinkt…maar net als andere grote wijzen van vroeger, hebben deze mensen ook gewoon een leven gehad, dat niet altijd makkelijk was. Het gaat niet altijd om de wijze dingen die ze hebben achtergelaten, maar ook over hoe hun leven in mekaar zat. Zijn vader was een krijgsheer met negen dochters en een kreupele zoon en hij wou zo graag nog een kind, dat hij bij zijn jonge concubine op oude leeftijd nog zou krijgen. De jonge moeder zorgde voor Confucius te midden armoede en oorlog. De jongeman wou doorheen zijn leven meer en meer gewone mensen en de toenmalige heersers doen inzien dat men in het leven bezig moet zijn met kennis op te doen en hard te werken en dat talenten moesten worden aangemoedigd, of ze nu bij de adelijken te vinden waren of in families van hoge komaf. Hij stierf in de veronderstelling dat zijn leven niet was geëindigd zoals hij zich had gewenst, in een beter China. Als je nu naar de Chinezen kijkt, wat hebben die al niet bereikt, Confucius zou er tevreden over zijn. Moraal van het verhaal, als je 2500 jaar op iets moet wachten, de tijd brengt alle goede bedoelingen dichter bij iets reëels . Een tijdgenoot van Confucius (zijn Latijnse naam eigenlijk), Lao Tse was op een ander plan bezig en zei hem ooit eens dat hij zich een pak last op de hals ging halen door te veel mensen op zijn manier te bekritiseren. Zo zie je maar weer een bewijs dat uiteindelijk alles om zin draait…en deze avond is daar ook een prachtige uiting van.

4.nu het raadsel van de kip en het ei was opgelost

17:40 Gepost door co in Boeken | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-05-12

Tussen Allerzielen en Euroshima deel 2

082.JPG

 

Een generatieoverbruggende tocht tussen verwrongen samenlevingswortels

 

Het Moltageluid begeleidde me opnieuw naar de herinneringssfeer van vóór ik de denktank had ingeschakeld.  Zogezegde beelden van m’n onvoorstelbaar verre aardse leven kwamen bovenbreien.  Toch dacht iknog sterk aan de filosofie die de denktank rond zijn uitleg geweven had.  Allemaal beschouwingen die alleszins dieper gingen dan het oppervlakkige van het door allerlei stellingen en instellingen onvolledig gehouden leven van  veel aardsen. ‘Zijn vader’, registreerde de Kritioaanse hersenprinter nu waarschijnlijk…want aan hem dach tik nu ineens. De man had een hartstochtelijke drang om op onregelmatige tijdstippen onder meer sociale kortverhalen en andere literaire stukken uit zijn vingers te sleuren of laten vloeien.  De drijfveer achter zijn literaire streven was eigenlijk niet uit zijn linkse militanteninstelling gegroeid, overdacht ik zo.  Hij schreef uit noodzaak om de rondom hem heersende afvlakking tegen te gaan. Meteen besefte ik dat hij zijn op de werkelijkheid gebaseerde intriges niet louter als spannende vertelsels bedoeld had.  Vader bediende zich voor zijn stukken altijd van naakte, vaststelbare feiten.  Smaakvol en toch ijzig realistisch ontrafelde hij de achter de feiten verscholen werkelijkheden.  Als schrijver had hij een hekel aan weinigzeggende stereotype en té romantische, te sensationele of futuristische situaties.  Wie had ooit kunnen denken dat ik zijn ongeloof in het twijfelachtige ooit eens hier op Krito van uit een totaal ander perspectief beleven zou ?  Het kwam me levendig voor de geest dat ik het altijd merkwaardig gevonden had dat ie niet gepubliceerd wilde worden.  Schrijven was voor hem meer een middel om ervaring en visie te beleven, want hoe geef je eigenlijk de enorme alomvattenheid waar over hij schreef aan anderen door ? “Als de kiem er van in je gebakken zit, komt het vroeg of laat bij momenten wel naar boven.  Andeers begin je er niet aan.  Eens de smaak te pakken en alle niet inzichten opgelost, laat het je niet meer los”, bezwoer hij me vaak.  Zijn leven als persoonlijk en collectief rijpingsproces, al wat hij van uit een vaak beproefd inzicht opbouwde; trok aan mij voorbij.  Hoe verder ik ook terugdacht, steeds kwam dezelfde bovenliggende vraag opduiken.  Van wat stamde zijn grote vatbaarheid voor ‘het goede in de mens’ af ? Van uit een aan schrikbeelden gekoppelde behoefte aan veiligheid en geluk ? Van uit een pril enthoesiasme voor een wereld die hij als jeugdige te verkennen…zelfs voor een klein stukje te veroveren had ? Die vragen interesseerden me.  M’n geheugen bleef in de buurt. Ik dacht aan een op ’t einde van de 19de eeuw geboren grootvader van m’n verwekker.  De brave, over rechtvaardige geaarde man beschouwde de catechismus als filosofisch en moreel hoogtepunt aller tijden.  Diep in hem wist de geliefde, volkse zanger die hij in zijn vrije tijd op bruiloften en zo was, dat er meer achter ’t leven stak.  Het harde boerenleven en het gebrek aan een degelijke scholing en twee wereldoorlogen ontnamen hem de mogelijkheid om te studeren.  Aangezien ook mijn vader tijdens het begin der 1960er jaren nog vragen uit de catechismus moest kunnen aframmelen; had die misbruikte stijl van één vraag, één antwoord, geen afwijkingen, ook hem als overnieuwsgierig mensje even veel te vroeg spaak gezet.  Hoe vaak had hij het daar niet over. “Van af het moment dat de toenmalige leerlingen kritisch werden, hield men hun geest dagelijks god’s gedienstig op het rechtse pad.  Van kleins af aan werden we verwittigd van het bestaan der sadistische hellestraffen. Men hield ons in die tijd voor dat dit leven niet het belangrijkste was.  Je diende voortdurend op je hoede te zijn om aan ’t eind van je leven bij de hemelvaarders te kunnen gerekend worden.  Je mocht in feite niet denken zalig te worden door sommige aardse zaken zalig te vinden.  Het ‘goddelijke’, de opperste betrachting, had absoluut vetorecht.  Wat dat dan wel betekende werd door ontelbare onkreukbare heiligenbeelden en prenten met vooruitgestoken handpalmen en lichtstralen achter het hoofd  voorgesteld. Zij, die om ’t even waar, onder aan de ladder stonden, dienden blindelings de gevolgen van de reglementen der ‘ongrijpbare’, onbegrijpbare ‘god’ te ondergaan. Ons al dan niet met de werkelijkheid verbonden bewustzijn mocht zich niet ontwikkelen.  Indien iets erg je overkwam, was ’t ofwel een beproeving ofwel een straf omdat je niet volgens het kerkelijke boekje geleefd had, en soms had je natuurlijk wel een stukje gelijk als je zo redeneerde, maar dat had dan weinig met die kerk te maken eigenlijk. “Hetzelfde zou zijn Ruben”, zei mijn pa eens, “ dat je hoofdpijn hebt omdat iemand anders zegt dat je hoofdpijn hebt”. Het was geweldig hoeveel uitspraken ik me dank zij het Moltageluid bleef herinneren.

 

“Het werd ons sedert generaties lang, de eeuwen door ingepompt dat we ons niet teveel rechtstreeks met de eigen levenssituatie verbonden vragen moeten stellen. ‘naar boven staren’, was de haast romantische goddelijke boodschap.  Op kerkelijke theorie voortbordurend vond ik het verschrikkelijk onrechtvaardig dat een pasgeboren kindje, zo één dat vóór het gedoopt kon worden, stierf…niet naar de hemel mocht.  Ook over de drie goddelijke personen raakte ik niet uit gepiekerd. Afgezien van het godsdienstige waan-denken, kon ik me zo’n ‘drievuldigheid’ wel ergens voorstellen. Wanneer ouders bijvoorbeeld een aantal verschillende, bijna identieke of nieuwe erfelijke kenmerken op hun kinderen overdragen.  Ofwel hetgeen je tijdens een hallucinant gegoochel met drie cirkelvormige luchtbellen kan waarnemen.  Van zodra je door de inmekaarhangende luchtbellen, rook blaast; komt er middenin de zone waar de bellen mekaar raken een gekleurde kubus tevoorschijn ! Rechtvaardigheid, schoonheid en lust…gecontroleerd door een universele rede.  Begrijp je ?” zei vader altijd na dergelijke ‘uitingen’…’van uit de dingen’.

 

Ook het moment toen ik onze pa vroeg waar dat hij uiteindelijk naartoe wilde met al zijn wijsheden, kwam via mijn cellen zeker, helder uit het verleden opborrelen. “Het eindpunt”, zeg je ? “Wel, finaal kom je tot het begrip dat je bepaalde menselijke toestanden nooit zonder vaste afspraken tot stand kunt laten komen. Omdat alles, maar dan ook alles, zeker wetten volgt; alleen de manier waarop de dingen tot stand komen kan heel magisch en niet altijd op het eerste zicht aan wetten gebonden zijn. Vroeger maakte men kruistekens om uit bepaalde nare situaties te geraken of er te voor te worden gespaard, sympathiek en begrijpelijk en godsdiensten boden en bieden nog wel leidraad aan mensen, maar je moet je verder proberen inleven in het leven. God is denkbeeldige, rationele zekerheid die subjectief gemaakt is, toch ligt er een goddelijk iets, laat het ons zo noemen achter het ontstaan en bestaan…ik ga het weer niet uitleggen, je moet zelf een inspanning doen, lees mijn filosofische essays er maar eens op na  http://deblogfilosofen.skynetblogs.be , maar dat is maar één manier om terug te gaan tot de kern van het ontstaan, de rest van mijn eventuele linken die ik je aanraad vind je onder : http://voortijdigtestament.skynetblogs.be

 

Ze leerden ons zo een heleboel dongen om ons er van te weerhouden situaties nuchter te ontleden en gepast te reageren”.  Door de denkcel-werking bleef vader tot heel vroeg tot in mijn jeugd tot me doorkomen.  Hij ging naar een dorpsschool die tot de ‘cleruszuil’ behoorde Zo’n minireservaat waarvan een paar op pensionering wachtende nonnen de garantie voor het religieus gezicht van de school waren. In eigen omgeving met kinderen uit de buurt opgroeien, woog op tegen het ondertussen toch al veel versoepelde, minder dogmatische onderricht onder godsdienstige noemer.  Bepaalde bevrijdingstheologen en moderne opvoeders zagen Christus al meer als een mens en begonnen godsdiensten al met mekaar te vergelijken, zoals een viertal eeuwen terug men het had aangedurfd van de bijbel meer als ‘protestanten’ gaan te interpreteren.” Het is grappig, maar het werkt soms”, kon pa er soms zo ineens uitflappen.  “Wat nu weer”, dacht ik soms benieuwd en zei ik soms verveeld.  “Het feit dat talloze personen en instellingen zich in een gemaakt wetenschappelijke onfeilbaarheid hullen ten opzicht naar de vraag van onsterfelijkheid.  Verhullen.  Omdat ze een aantal wetenschappelijke waarheden voor hun geldmeesters verdraaien moeten.  Zaken zoals de onvermijdelijke sociale evolutie en zijn wetmatigheden, die zowel niet volledig begrepen worden door politieke strekkingen die zich zowel wel als niet op godsdiensten beroepen.  Filosofisch gezien moet men zich wel wetenschappelijk oriënteren, maar de wetenschap sluit naar mijn mening niet uit dat we gewoon sterfelijke wezens zouden zijn. Politiek trouwens, is maar één van de dimensies van het zijn.  Stevenen we hedentendage op een apocalyps af, een nucleaire holocaust, zijn we in een beslissend stadium op weg naar een vredelievender en minder op maximumwinsten gerichtte samenleving” ?   Evolueren we van uit een oer primitief stammenverband vertrekkend, over feodalisme en kapitalisme heen, naar een nog verder uit te werken sociaal-isme toe ?  In een uitbuitingssystem zijn waardheden vaak taboe zoon, ten koste van de waarden.  Men leert er niet over te praten.  Men ‘bekoudeöorlogt’ ze is er na een , opgedrongen blik nog plaats voor een overlevering van wat tienduizend jaar geschiedenis eigenlijk in feite betekende ?  De beste sociale bedoelingen staan nog geen tweehonderd jaar op papier en nog altijd zoekt de wereld naar uitwegen uit oorlog, armoede en zo meer, maar ook naar inzichten wat het innerlijke in de mens betreft en die andere zinnen van het leven. Om de langdurigste organisatie van leidraden voor het leven uit te bouwen, hebben kerken altijd met het oude didactische materiaal waarvan ze delen verborgen hielden gewerkt.  Voortbouwend op een traditie van tekens en rituelen vonden ze de sacramenten uit. De visuele acts doen het nog altijd de dag van vandaag, zelfs diegenen die kunnen lezen worden er nog door gefopt de dag van vandaag, zo weinig zijn we filosofisch geschoold geworden en dan niet in de zin van ‘wiskundige filosofie’ of het bestaan van een glas water ontkennen. Het is slechts als goed menend, principieel individu, onomkoopbaar individu dat je, met ’t algemeen belang en de navorsbaarheid voor ogen, je op de duur je mystieke onzekerheid voor de onbaatzuchtige waarheid inruilt…al komt daar ook wel eens pragmatisme aan te pas omdat je het spel nooit alleen speelt.  Uiteindelijk is alles uit te leggen als stoffelijke evolutie die in het sociale en culturele zijn beloning vindt, maar het innerlijke menselijke nog meer zou moeten gaan dienen. Binnen het aardse gebeuren is er niet al te veel gelijkheid geweest op bepaalde vlakken en het absolute snappen van veel, blijft moeilijk voor velen, je moet de dingen en mensen aanvaarden zoals ze zijn en van daar uit verder interageren en leren. Zelfs heel vroeg ging het ook al zo op eencellig niveau en zo verder…met aanpassingen, toevalligheden en sociale noden als leermeesters. Driften zoals overheersingsdrang en elitair klassenbezit op grote schaal dan, blijken op ons niveau nog steeds vernietigend te werken”. Zeer scherp hoorde ik als het ware, weer de woorden die hij eens tegen me zei :  “Zoon, vriend.  De allereerste chirurgen hadden het niet makkelijk om de werking van het menselijk lichaam te doorgronden. O hadden de filosofen en sociologen ook een lange weg achter de rug, eer ze de onderhuidse  wetmatigheden van de sociale ontwikkelingen begrepen.  De tijd is rijp om de geschiedenis ernstig te gaan nemen. Indien je als regeerder een systeem niet ten volle kan of wil begrijpen, vanwege je banden met de wereld van het hele grote gewin, vanwege ook het feit dat je een product bent van geregeerden die vaak weinig bewustzijn hebben; dan kan je op termijn geen lokale of bij uitbreiding internationale structuurhervormende maatregelen doorvoeren.  De komende decenia zullen er zich geweldige veranderingen opdringen, ‘änderen”, veranderen, het gebeurd altijd in objectieve omstandigheden, maar met subjecten, met ‘anderen’…en er staan er te velen VER af van bepaalde inzichten.”

 

Op een dag, midden onder ons lag een oude, voldaan starende man die zijn ogen niet meer opende, al  waren ze te mooi om te sluiten geweest, maar zo moe ook soms als de helderheid of jongensachtigheid het even liet afweten. Die ogen met een onvernietigbare jongensachtigheid die jarenlang hadden geloofd dat wat hij zelf niet in de hand had, wellicht van God zou afhangen.  Zijn onverwachte dood, zoals hij het altijd gewild had, deed mijn hersentocht van die dag in 2068 tot in de generatie van mijn grootouders ‘wippen’.  Even nog, vroeg ik me af in welke mate m’n verleden de Kritonanen wel interesseren kon.  Ik had echter te veel voldoening aan dit denkexperiment om me toen daarover vragen beginnen te stellen.  In een paar seconden overbrugde ik de kloof naar mijn grootouders toe. 

 

Vader’ s moeder. Zeventien en aan ’t eind van wereldoorlog twee, wordt op ’t platteland gewond door een granaatscherf die zich in haar zachte, bovenste dijenvlees joeg.  Een bloedend, verwond jong meisje in paniek.  Nooit opgenomen Viëtnambeelden in Vlaanderen. Een zogezegde anti-nazioorlog waar later een tijd voorlopig in verhaalvorm werd over gesproken en geschreven en gefilmd, zonder de nodige analyse van wie dat er de wereld regeerde.  Pas jaren later, zou ik door zelf de dingen uit te zoeken begrijpen waarom in een gemeente als de onze met vele burgerslachtoffers, niemand de eignelijke achtergronden van de waanzinnige imperialistische belangenbotsingen en van het weerom in crisis verkerende kapitalisme begreep.

 

M’n vaders vader?  56 en tijdens wereldoorlog twee in een ander dorp op ’t platteland.  Verscholen in beken, in kuilen, onder hooimijten en jonge prei.  Evenals grootmoeder behoorden ze tot de hardwerkende plattelandsjeugd.  Na vier oorlogsjaren en constant longontsteking, stond hij braaf om werk vragend aan de Waalse hoogovens.  De waarde van het gangbare geld, bepaalde en een aantal andere factoren waarvoor mijn vader zich op latere leeftijd ging interesseren, maakten dat de boerderij van zijn vader voor de drie broers tezamen te klein was. Nog later ging die grootvader het in de koloniale school proberen.  Na een cursus over uitheemse teelten en over al wat een blanke moet weten om zich in het evenaarsklimaat uit de slag te trekken, passeerde hij de examens met glans.  Hij maakte grote plannen om te vertrekken.  M’n grootmoeder raadde het hem af.  Wat vrouwen en moeders al niet vermogen. Achteraf bekeken zou hij toch alleen maar mee een koloniaal uitbuitingssysteem helpen opbouwen hebben…hopelijk wordt het een dag nog een mooier verhaal dan het leven dat de Afrikanen vóór allerlei inmenging hadden, als dat zo al was. Raar eigenlijk dat mijn vader in zijn leven ook tal van mensen tegenkwam die met Afrika banden hadden (trouwens ook met de rest van de wereld).  Nee, de koloniaal in spe, mijn grootvader, wist nog weinig van politiek, al had hij wel vóór de oorlog voorspeld welke bank als eerst failliet zou gaan. Hoe zou hij trouwens van veel weet hebben gehad ? Wie zou hem komen vertellen zijn dat het hier voornamelijk om een soort economisch bekeerwerk ging ? Het ging hem toen zoals tot in de 21ste eeuw voornamelijk om ‘zijn boterham te verdienen’. De missiepaters hier te lande kwamen donderpreken houden, zo werd me verteld.  Bij de boeren al hier werd er geld afgepingeld om de boeren ginder ‘rubberbomen’ laten af te tappen. De stedelijke kaders van de werkliedenpartijen vertelden mijn grootvader even min hoe de geldvork in de steel zat…daar voor hadden ze te weinig invloed op het platteland zeker en in de steden hadden ze het te druk met het maken van ideologische bochten onder de voorhoede die de dingen wel begreep, wie weet.  Het was een tijd waar in men zich politiek ook bezig hield met andere steekspelletjes en spelen als daar waren, de koningskwestie, het koloniaal medebeheer en de binnenlandse arbeiderseisen.  De anti socialistische concurrentie van de door rechts opgezette werknemersorganisaties, maakte het de roze leiders niet eenvoudiger. Zich nog met het hen grotendeel verketterende platteland bezig houden, bleef tot aan het tweede deel van de 20ste eeuw en in feite ook nog later een enorme opdracht.  Ook de noodzaak om tot een efficiënte internationale arbeiderssamenwerking te komen, werd door die verdeeldheid tegengewerkt.  Ware dit alles niet het geval geweest, er zou nooit een tweede wereldoorlog geweest zijn, maar de realiteit van het algemene bewustzijn was anders. Uiteindelijk namen m’n grootvader en z’n broer het fruithandeltje van hun pa over.  Terwijl m’n grootvader met een bierdrinkend paard de kleinhandelsmarktjes aandeed, paste de volgende generatie de zaak aan een door een begin van welvaart gegroeide markt aan.  Welvaart die er onder druk en uit schrik voor het werkvolk gekomen was, de sociale zekerheid was geen cadeau. Naast die handelsgroei bleef er van de boerderij zelf uiteindelijk nog een fruitteeltbedrijf over.  Je hoort het je grootvader nog altijd verhalen.  Van de dorpsonderwijzer die z’n leerlingen vóór  de oorlog vertelde dat men in Engeland fruitbomen in grote bakken kweekte.  Na de oorlog werd dit ook bij ons een feit.  De laagstam verdrong de hoogstam. De op de tuinbouw toegepaste, door de 20 jaar later opduikende moderne ecologisten bestreden, grootschalige productie, deed ook op het platteland haar intrede. Grote varkens-en kippenkwekerijen schoten als kleine vleesfabriekjes uit de grond.  Koeien werden voortaan aan de lopende band gemolken.  Tegen het einde van de twintigste eeuw was het percentueel aandeel van de landbouwers tot minder dan drie percent van de bevolking uitgedund. Zonder doelmatig verzet, mee met de stroom der geschiedenis, want mensen bleven van analyses verstoken. De landelijke gemeenten vervreemden een beetje van de stad, het samenlevingsmodel dat het platteland al had laten leeglopen op sommige plaatsen in de wereld.  De tijd dat m’n overgrootpa z’n beesten met van bij de kloosters opgehaalde, rijkelijke afval vetmestte, verdween snel.  We zaten nu middenin de jaren vijftig.  De oude lemen bakhoven, de centraal gelegen mestvaalt, de kleine pulpkuil, de grote aardappelkookpot, de varkens en de koeien, verdwenen van het boerderijtoneel.  De Hagelandse hagen, de kasseiwegen en de Brabantse trekpaarden werden in een tijdspanne van tien jaar folklore.  Samen met de vier dorpswinkels verdwenen ze uit het jarenlange, vertrouwde samenlevingsbeeld.  Alleen een paar nieuwe dorpswinkels probeerden een dertigtal jaar later de gigantendistributie te beconcurreren. Maar zover waren we nog niet. De fruithandel van de gebroeders Vanstock pastte zich aan de economische groei. Aanvankelijk kochten ze een Engelse ‘stationwagen’.  Daarna kwamen een manueel te starten tractor, een Bedford camionet en een Daimler Benz camion de paard en kar infrastructuur als eersten in hun reeks vervangen.  De kleinhandel werd geleidelijk een groothandel die via een groothandelsmarkt de bevooraders  der gestaag in aantal slinkende kleine winkels bediende. Zonder talenknobbel van de school meegekregen leerden de gebroeders met zowel Franstalige, als later Duitstalige klanten omgaan. Ze dienden te groeien of te verdwijnen. Zo verging het ook een deel van de boeren die minder en minder eigenaar van hun bedrijven werden.  De banken daarentegen werden het dank zij de door de boeren af te dokken leningen des te meer. Ook aan de bouw van huizen zouden ze gigantische kapitalen verdien die vooral in het eerste decennium van de 21ste eeuw op de beurzen voor een stuk in rook zouden opgaan. Het woord ‘boerderij’ verdween een beetje uit het taalgebruik; het werden rond die tijd per kleine gemeente nog een paar hele grote bedrijven. Selectief uitgekozen stieren en varkensberen storten hun zaad alleenlijk nog in glas uit.  Het was die periode, tussen de door toedoen van de tweede wereldoorlog overhoop gehaalde oude gewoonten en de opkomst van een nieuwe, meer en meer gestresseerde levensstijl door, die mijn vader snel aan zich voorbijtrekken zag.

 

Toen hij in ’t vijfde decennium van de vorige aardse 20ste eeuw de inmiddels geheelde, duiveneigrootte oorlogskater in het malse bovendijbeenvlees van m’n grootmoeder passeerde; kondigden al die bruuske veranderingen zich reeds aan. Het ambachtelijke schrijnwerkerijtje van Louis en z’n zonen, vocht nog een aantal jaren tegen de steeds goedkopere grote meubelfabrieken.  In hun ateljeetje waren alleen de nagels en enkele werktuigen van metaal.  Al de rest rook heel zalig naar door mensenhanden bewerkt hout. De kalme sfeer die er heerste kan je niet in woorden vertalen. Wanneer de op een primitief motortje lopende cirkelzaag draaide, keek elke toevallig aanwezige gast naar het moment dat de handen van één van de drie houtbewerkers gevaarlijk dicht in de buurt van de niets ontziende zaag kwamen. Die ongelofelijke kalmte in het bloed en het handelen van die schrijnwerkersfamilie, stond tegenover de steeds opgedreven dagtaken in het bedrijf van m’n grootouders. Noodgedwongen dienden ze het tijd-en prestatiemonster bij te houden en alle nieuwe trends op te volgen.  Sproeistoffen voor de laagstam, terwijl de verdwijnende hoogstambomen er geen vandoen hadden gehad, maar ook het fruit, niet alleen de mensen moesten volmaakt van uitzicht worden.  De boeren, ambachtslieden en zelfstandigen die dat niet deden konden best naar steun of loon gaan uitzien.  Hun kinderen werden tot een nooit geziene diplomajacht aangezet. De vakbond van de ondertussen als landbouwers betitelde boeren, groeide uit tot een landelijk instrument van het grootkapitaal.  Het sociale verenigingsleven en de katholieke dorpsschooltjes werden, tegen die achtergrond door de pastoors gepatroneerd.  Iedereen sprak die aanvankelijk in het zwart gerokte heten met ‘mijnheer pastoor’ aan. Vrouwen, mannen, meisjes en jongens, in hun christelijk geïnspireerde afdelingen, liepen geruime tijd haast kritiekloos afgelijnde activiteiten programma’s aan. De tijd was wel door dat ze zich in het Latijn lieten overbluffen, maar nu verengelste de wereldcultuur en die diende nog al eens te veel de verkoopcijfers.  Net toen m’n vader de Latijnse woorden voor de misviering begon te kennen, schakelde de Kerk na eeuwen op de gestandaardiseerde Nederlandse taal over. Eerst vonden enkelingen dat ongehoord, later vond iedereen het de normaalste zaak van de wereld en zo zou het nog met veel gaan. Nadenken over de moeilijke achtergronden waarvan de cultuur de mensen en hun levens verwijderd hield, was er nog niet teveel bij. De oude kleine zwartrok vertrok zo sympathiek wuivend als dat hij zich bij zijn ‘inhaling’ vermoedelijk had voorgedaan. De ‘nieuwe’, langere herder was een oerconservatief. Doch ook hij liet na een tijdje de rok voor wat hij was en kostumeerde zich in het grijs met een licht metalen kruisjes op de rechterpakvleugel…’een soort gothics avant la lettre’.  Hij was een heel bewegelijk, zenuwachtig type.  Rond die tijd werd onze pa zijn misdienaar. De ene keer prees hij hem naar dehoogste regeringsposten (‘”die van jullie wordt nog eens minister”), de andere keer verweet hij hem voor vagebond, omdat hij hem het touw dat zijn misrok ophield, verkeerd aangaf. Wat er ook voorviel, de sigarenpaffende herder maakte zich altijd kwaad indien hij geen bijbels gelijk kreeg.  Maar ja, hij zou wel gelijk hebben, want hij kende Latijn, zo redeneerden er een aantal. De man ontdekte zelf sop een dag dat zijn misdienaars aan de wijn gezeten hadden, want hij had inkt op de fles gesmeerd. Vader kon toen nog niet vermoeden dat men van celibaat nerveus kan worden. Dezelfde volksmisleiding ging van vele neppolitiekers uit, wanneer ze langs de pers hún met consensus saus gekruid, zanderig misTtaaltje in de hersens van de nietsvermoedende burger binnenvetten; waren ze op hun best.

 

In die sfeer van alle jaren terugkerende rituelen en overbluffingen allerhand, groeide vader uit zijn kinderjaren. Al hetgene hij niet begreep, klasseerde hij aanvankelijk als ‘ontoegankelijk’. Te geleerde dingen behoorden tot het domein van dokters, pastoors, onderwijzers of vaders of zo, alhoewel. Zijn goedgelovig, onbegrensd vertrouwen in een soort ‘goeie gang van zaken’, was gebaseerd op een eerlijkheid en goedwilligheid die hij ook van andere mensen verwachtte. Verwachtte…niet eiste…op dat gebied was er wel nog wat werk aan hem, dacht hij soms na desillusies. Zijn vertrouwen in de mens en de mensheid was te onbegrensd.  Hij oriënteerde zich op de positieve kanten van zaken en mensen. Was dat soort nederigheid een uitvloeisel van een op straffen en strengheid gefundeerde nonnen –en patersopvoeding op school of een soort genetische erfenis van overwegend gemoedelijke mensen die zich niet agressief aan hun omgeving opdrongen ?

Doordat hij het van kleins af aan voor zijn kameraadjes opnam leerde hij wel dat je soms verplicht was van kamp te kiezen en het barmhartige, vergevingsgezinde en vergoeielijkende in hem tot gepaster vormen en normen te hanteren.  Hij werd immers al eens te veel bedot, voor hij de nodige mensenkennis kon opdoen. Zonder zich eerst van die oorsprongen van gerechtigheidsdrang bewust te zijn, zocht hij naar de redenen voor het beschadigde deel in een deel van de mensen rondom hem. In het begin met te weinig kennis en ervaring handelend, te vaak met een naar perfectionisme neigende instelling en een te grote bekeringsdrang om de zin van allerlei dingen in het leven uit te leggen en dan te hopen dat mensen er iets zouden aan hebben in  hun emotionele evoluties en onderlinge relaties.  Een stuk verder in de tijd, deden zijn bijeengesprokkelde ervaringen hem minder individualistisch en meer overlegd, gepast impulsief en kalm te werk gaan.  Alhoewel hij muggenzifterij haatte, kwam hij altijd op een bepaald punt in zijn leven tot een in wezen ogenschijnlijk pietluttige vaststelling. “Een detail”, zo zei hij, “ mag dan als medeverantwoordelijke in een reeks bewegingen van een groot maatschappelijk geheel, te verwaarlozen zijn; toch kan je van uit een onderdeeltje van een bepaalde situatie vertrekkend, de echte symptomen der grote structuren aantonen, zowel op individueel als collectief vlak; één groot net ergens in de kosmos…(of daarbuiten)”. Telkens hij met een dergelijk staaltje afkwam, wist de rest van de familie of vrienden of zo dat hij het volgend uur met meer beschouwelijke praat ging vullen…(oei).  Hoe verder hij hier in ging, hoe minder goed men meekon natuurlijk, ook dat had hij aanvankelijk niet door en ook dat was een heel leerproces, waarbij hij van het onbegrip het nodige leerde ook om het hele plaatje van het zijn op de duur beter en beter te snappen. Hij wist vaak beeldend te verhalen nochtans, schrijvend was hij beter, hoe de ‘mère superièure’ in ’t dorpsschooltje rondliep.  Hoe ze voor alles wat de leerlingen niet mochten verstaan, in ’t Frans met de ‘juffrouwen’ sprak. Hoe ze na haar dood in een stedelijk kloosterkerkhof bijgezet werd.  “Ze is terug naar haar bruidegom, had een andere non gezegd”.  Zo een dingen onthield vader dus om over na te denken, zich niet bewust dat hij door zoveel ook over de dood na te denken, zich in zovele levens in te leven had om de verbanden te snappen, simpel genoegen nemen met het kroniekschrijver zijn, was niet genoeg.  De daarnet geciteerde non had hem ooit in de kleuterklas met sandaalstampen achtervolgd toen hij bij het spelen een vaas had omgegooid. ‘Sint Nicolaas’ was geweest en hij (mijn vader) liep met een paar indianenpluimen door het klasje, maar ja , die vaas stond daar ook.  Vaders geheugen scheen soms een onuitputtelijk archief van bijgehouden herinneringen.

De ‘pisbloem’ waarover hij twijfelde of hij ze tijdens een plantenverzamelingsopdracht wel mee naar school zou nemen, want die bleek achteraf ‘beschaafder gewoon ‘paardenbloem’ te noemen.  De affiche van ‘broederlijk delen’ (twee boterhammen die elk een beet misten), was in plaats van beleefdheidswenk bedoeld als fondslokker voor het katholieke bekeringswerk in de ver weg gelegen ‘heidense’ gebieden. Kortom, bedrukkende en achteraf soms gedeeltelijk of volledig grappige momenten wisselden elkaar af. Toch zette de ‘volwassen’ verzameling van zwarte klerendragers en hun lekenonderdanen een domper op een zelfontwikkeling zoals hij die later kwam te zien. Hij had er bijna een beetje een onnozele, verklaarbare schrik voor ’t einde, voor ongelukken en voor de gevolgen van de met sancties verbonden reglementen van, het zij de strenge meesters of ware het God van gekregen, als hij zijn ‘verzet’ natuur niet had weten te behouden, verzet ook in de betekenis van iets luchtig te houden.

 

‘Staat’ kende hij alleen nog maar als ‘politie’.  Daar diende je ijzig op je hoede voor te zijn.  Er mee in aanraking komen, dat kon zo een brave als hij niet overkomen, dacht hij.  Ook m’n overgrootvader respecteerde hij.  Geen wonder dat hij van jongs af aan een soort volgzame stiptheid aankweekte. Op de momenten dat hij niet in ’t familiebedrijf meewerkte of school liep, durfde hij toch nogal eens eigenzinnige fratsen uithalen.  Ook zat hij soms voor het slapengaan op zijn kamer te mediteren opdat ‘het’ hem en anderen wel zou lukken…bidden noemde men dat toen. ‘Het’, wat dat dan wel allemaal was, bleef nog af te wachten.  Het was dankzij een volhardende koppigheid dat hij niet totaal van de hem nog te wachten staande feitelijke realiteiten vervreemde.  Na de lagere school begon voor hem een tweede soort geestelijke mistgordijn. De toenmalige katholieke scholen, met in zijn stouter wordende ogen, beklagenswaardige lekenopvoeders, hielden lange tijd aan een ‘gescheiden ontwikkeling’ vast. Naargelang je ene jongen of een meisje, op het enen gebied begaafd of minder begaafd was, werd je anders geprogrammeerd. Het was een vruchtbare verdeel –en heerspolitiek, op een bepaalde manier dan toch; die kunstmatig gescheiden deelgroepjes in stand hield.  Sommigen van zijn medescholieren vonden het daardoor vanzelfsprekend dat ze beter waren dan die van de rijksschool of die van de beroepsafdelingen.  Niet alleen de maatschappij, maar vooral de vrouwen werden hen van alle kanten als totaal andere wezens voorgeschoteld.  Voor velen, die sociaal gezien opstandiger werden; was de geïdealiseerde achtervolging van ‘het vrouwmens’ de strop van hun ontluikende systeemkritiek. Het zaterdagavondse ‘slow dansen’ had dan ook meer succes dan om ’t even welke politiek geïnspireerde benefietavond. Het soms te negatief beleefd, over emotioneel, in functie van de praktische vrouwelijke ingesteldheid reagerende ‘mansmens’, viel vaak uiteindelijk terug tussen de plooien van respectievelijk moeder, meisje, school, werk, vrouw of d’ een of d’ andere actief of passief beleefde hobby. (en omgekeerd of beiden soms). Een derde obstakel was de overdreven schoolse prestatiedrift en de daaruit voortvloeiende faalangst.  Het was in die dagen dat zich een nieuwe diepgaande economische crisis aankondigde.  Een crisis die naar de heersende geplogenheden heel simplistisch uitgelegd werd.  Het kwam natuurlijk alleenlijk door de hoge olieprijzen, die onbevooroordeelde objectieve school en media toch.Rond die tijd had vader een bepaald jaar die onverklaarbare herexamens gehad.  Dat was dat jaar, toen er in ’t land massaal tegen de defensie politiek betoogd werd.  De leerlingen van vader’ s school stonden toen bijna allemaal voor de door de opzichter dichtgehouden schoolpoort…klaar om de scholierenstoet van de andere onderwijsinstellingen te vervoegen.  M’n vader duwde die vent voor de poort weg, de scholieren raakten buiten…maar pa een maand later niet door een paar herexamens.  Al probeerde hij vaak in een door ‘meerderen’ gevraagde traditionele pas te lopen, toch kon hij het regelmatig ‘ongepaste’ kritiek uiten niet laten.  Hij deed er wel leerrijke machtsverhoudingen door op.  Naarmate zijn begrip van en zijn begeestering voor filosofie, kunst, sociologie en wetenschap en geschiedenis steeg, des te minder trok het vakjes schoolse systeem hem aan, de ‘paardenbril’ voor een ruimerdenkend gezichtsveld, vooral ook beperkt door een politiek en echt religieuze, geen godsdienstige kijk op leven en dood en een blinde aanvaarding van de economische ‘wetmatigheden’ daar nog eens boven op. Was er eeuwig leven ? Ok, wilde hij over praten, maar dan niet alleen met de oude argumenten.  Nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen en andere, logischer inzichten, leerden hem zijn geconditioneerde schuchterheid meer achterwege te laten. Wat hem daarbij het meest stimuleerde, waren de talloze vakantiedagen en ieder vrij uur waarop hij hard lichamelijk werk met een rechtstreeks tastbaar resultaat, als één van de grootste geneugten des levens ging beschouwen.  Het bracht hem een enorme verantwoordelijkheidszin en een binnen tijdsbestek leren werken bij.  Hij kon z’n eigen fysiek uiten door tussen de schooldagen door keihard te werken. Kisten sjouwen, camions laden, met de tractor en ’t materiaal ’t veld in, fruit sorteren, plukken of met z’n vader of oom of andere werkmannen naar binnen –en buitenlandse groothandel fruitmarkten…hij genoot er vaak van. Maar weer stelde hij zich een aantal vragen.  Voor wie fruit sproeien ? Voor die bepaalde mensen met van die wensen die vroeger niet bestonden, geen schoonheidsfoutjes op het fruit bijvoorbeeld.  Op grote schaal is men als fruitkweker verplicht te sproeien, want de consumenten willen een ideaal product, in de natuur werkt gezond anders en tussen mensen ook eigenlijk. De sproeistofproducenten waren, zijn er goed mee.  Waarom fruit sorteren naar diktemaat ? Een kilo is toch een kilo. De consument zou ze even goed uit de bakken kunnen rapen…was al dat werk eigenlijk alleen maar nodig omdat mensen tijdens het werken beter, ieder op zijn manier filosoferen, mediteren konden…want buiten het werk was er niet zo veel gelegenheid om van de tv weg te blijven en echt cultureel bezig te zijn. Waarom met een volle camion naar de markt rijden en na de vaak de te snel verlopende verkoop en levering één derde terug mee naar huis sjouwen, de frigo’s weer in om ’s overmorgen ‘s , kriekezottevroeg, met dat al minder kwalitatieve derde en steeds wisselende prijzen te moeten herverschijnen ? Welk soort logica was dat eigenlijk ? Waarom een zeventig uren week, als ‘een ander ‘ zijn veertig klopt ? Waarom die ingewikkelde boekhoudkundige verplichtingen die zijn ouders van hun overblijvende tijd beroofden ?  Was een eventuele overname wel financieel haalbaar voor hem ? Had je nog wel tijd voor iets anders, wanneer een onderneming voortdurend moest groeien om niet te verdwijnen ? Het waren allemaal vragen die hij zich soms veel te nadrukkelijk en met over verantwoordelijkheid naar anderen toe stelde. Daardoor lag de zakelijek kant van het bedrijf duidelijk niet in zijn aard.  Hij had meer voldoening van het werk met de ex-mijnwerkers, die zich nog te jong voelden voor ’t pensioen en die hun longen in de boomgaarden met andere dan mijnlucht volpompten. Hij leerde van hen dat hijzelf niet zo onvervangbaar was als hijzelf wel dacht te zijn.  Hij leerde van hen in het verleden te berusten en toch weerbaar te blijven.  Hij leerde van hen dat er één dag voor aller heiligen en aller zielen moest zijn. Hij had voor hen dezelfde bewondering als hij voor zijn hardwerkende ouders had.

 

M’n grootvader voorspelde zijn zoon tijdens de hoogconjunctuur der jaren zestig, dat de werkelozenrijen vanaf de jaren zeventig tot een miljoen zouden aandikken.  Grootvader zag alle heil in groei en zelfbereddering.  Dat laatste stond gelijk met noest werken om zo veel mogelijk loonkosten uit te sparen. Vader wou wel blokken voor maatschappelijk werker, maar deed  het dan toch niet, omdat hij door aal die torenhoge absurde sociale verdeelsleutels al op voorhand als bureaumarionet van een toevallige politieke meerderheid zou moeten dienen. Aanvankelijk koos hij voor ’t leven tussen de sjouwers en de inpakkers en vooral voor ’t werk buiten.  Totdat hij na een op lange termijn vooruitgeschoven berekening besloot om het maar niet als zelfstandige te wagen. Tijdens de vele ledige uren van zijn legerdienst (de eerste ervaringen in die soort waar voor hij vrij unieke oplossingen zocht, en nadat hij nog een aantal jaren als arbeider bij m’n grootouders werkte, werd de druk en het belang van wat hij met zijn toekomst ging doen, zo groot, dat hij het niet meer relativeren kon. Wat zou het worden, het overdrukke leven van grootvader verder zetten of aan een eigen weg timmeren ?  Vooral wegens ergens die ongeschreven morele verplichting dat een zoon zijn vader dient op te volgen, na al diens investeringen; woog de beslissing zwaar.  De financiële onhaalbaarheid en de hoop dat z’n ouders zich niet meer verplicht zouden zien van zo hard te blijven werken, hakten de knoop door.

 

Hij begon aan z’n nieuwe job, een bedienden job, midden in een stakingsweek.  Daar hij nog niet bij een vakbond aangesloten was, wilde hij gewoon om ‘geen slechte indruk te maken’, blijven doorwerken.  Toen hij achteraf de verhouding tussen arbeid en werkloosheid bleef volgen en bestuderen, vond hij z’n vakbondsallergie maar van een weerloos allooi.  Over vakbonden en partijen zou hij wat later veel bijleren. Het zat hem dwars dat hij individueel gezien eigenlijk bevooroordeeld was op hen die ook mét een diploma geen werk hadden. Ook voelde hij zich ergens niet goed in zijn huid.  Hij was gewend van lichamelijk meer te presteren dan dat hij nu van achter zijn bureau ’s avonds maar leek gedaan te hebben.  Het administratieve lag hem duidelijk nog niet te best. Dat gevoel verdween toen dat hij besefte dat hij toch ook in de kosten –en batenanalyse van de firma verrekend zat. Soms vroeg hij zich af of hij niet beter in de firma van zijn familie gebleven zou zijn.  Daarvan loskomen was een proces dat te maken had met het geleidelijke inzicht dat alles en iedereen aan andere financiële implicaties gebonden lag en dat het kleine familiefruitbedrijf sterk onder de verslechterende economische toestand en de al aangehaalde structuur veranderingen in de distributie leed. Weer dacht ik aan al die keren dat vader op het belang van mensenkennis wees.  “Je mag je nooit laten inpompen”, zei ie dan, “dat je bij een confrontatie met om ’t even wie over respecterend of ondoordacht volgzaam moet reageren. Je moet iedereen op zijn echte waarde leren schatten in plaats van de mensen direct op te hemelen en hun negatieve punten weg te cijferen. Je moet je goedheid tegen bepaalde misbruiken afschermen.  Denk er aan.  Achter een zich belangrijk gekleed iemand kan een hele egoïstische persoon zitten, of juist ook niet. Je zal mettertijd wel leren dat sommige mensen veelal bange, gedesoriënteerde, wezens zijn die zich veelal slechts oppervlakkig over de voor hun belangrijke dingen uitlaten, niks mis mee; maar op de duur verlopen de dialogen er mee niet zoals ze zouden kunnen zijn indien ze voor hun eigen een aantal latten wat hoger zouden leggen. In zijn boeken probeerde m’n vader dan ook te doorgronden waarom de meeste mensen buiten hun werk zo moeilijk contacten legden…met kennissen makkelijker dan met Kennis”.  Hetgeen hij niet bereikte, was, dat ik, zijn zoon, diezelfde begeestering van hem overnam.  Inderdaad.  Alhoewel ik zijn passie verstond, interesseerde ik mezelf niet aan al die dingen.  De vierde generatie, t.t.z., ik; Ruben Vanstock, werd na mijn doctoraat in de natuurwetenschappen, werkzaam bij de Europese ruimtevaartmaatschappij en later bij de.  Na een aantal moeizame selecties werd ik voor een gemeenschappelijk Amerikaans-Europees-Russisch-Chinees ruimteproject als kandidaat astronaut opgeroepen. Uiteindelijk viel ik er dan op ’t laatst toch nog af, zodat ik voor die experimentele vlucht met een nieuwe op fusie kernkracht aangedreven motor, aangeduid werd.  Voor mij dus geen teamvlucht, maar solowerk, dat me nu hier uiteindelijk in deze hersenbegeleider doen belanden heeft.

 

De denktank, gedachtenlezer en historicus

 

Hoelang zat ik nu reeds in de hersenbegeleider ? M’n blik viel op het hendeltje naast dat van het Moltageluid.  ‘Oh ja, de denktank’, dacht ik, de twee vorige gegevens verbindend. Ik schakelde ‘het’ in. Tot overgrote verbijstering van al m’n zinnen, kreeg ik, zonder de vraag in het microfoontje in te spreken, al dadelijk het antwoord. “Je bent twee aardse kwartieren hersenbegeleid”, zei de denktank. Voor het eerst kreeg ik het later weer verdwijnend gevoel van bespioneerd te worden…en wat, maar een halfuur ? Ik wist wel dat er op vijf minuten veel door m’n hoof kon passeren, heelder romans, maar dat verbaasde me nu toch. Het duurde een poosje voor ik de situatie door had en weer helder denken kon.  Wat kon het mij ook schelen dat ‘het’ mijn gedachten las en dat ze misschien werden afgeprint. Wat had ik tegenover het onbekende te verbergen ? Het volk der Kritoanen ging mij helpen, zoveel was toch duidelijk ? “In naam van alle Kritoanen, ben ik daar in hun plaats zeer tevreden over, vriend Vanstock Ruben”, leidde de denktank dan weer in mijn brein in. “Je had bij mijn antwoord op jouw onuitgesproken vraag evengoed woest je koptelefoon kunnen afgooien hebben. Aardlingen kunnen soms heel gekwetst reageren, als je hun privaccy binnendringt. Ook via een niet uitgesproken vraag kan ik reageren. Geef toe, je zou niet aan het experiment hebben deelgenomen, indien je op voorhand had geweten dat we je gedachten zouden kunnen lezen. Ik vond het niet aangewezen dat je dat zou weten eigenlijk, zit je er mee ? Ik kan je al verklappen dat we ook je leven als een film kunnen zien, maar later meer daar over. Hopelijk maakt het je niet geremd, want dan moet ons systeem proberen van eerst een aantal storingen in de beelden en het geluid te corrigeren, hoe spontaner je blijft, hoe beter alles zal verlopen”.  Ik schrok niet meer.  Ik was me te bewust van het Kritoaans overwicht inzake techniek. Daarbij, de denktank had voor mij iets sympathieks over zich gekregen, iets zoals een objectieve vriend zonder vooroordelen.  “Uit m’n tijdens je hersentocht uitgevoerde berekeningen, werd het me vlug duidelijk dat jouw opgelopen hersenschudding en gemoedstoestand aan de beterhand zijn. Daarom wachtte ik juist tot je me inschakelen zou.  Voor je me aanhendelde was je aan een retrospectieve kijk op de wereld zoals jij die gekend hebt toe.  Ga nu maar verder je gang.  Als er zich een vergelijking met Krito zou opdringen, kom ik wel even tussen als je dat wenst, je hoeft me er zelfs niet voor weg te hendelen”.  En weg was tankmans.  Wat werd er hiernog wel van me verwacht ? Het was niet makkelijk om  het einde van de 20ste eeuw naar de helft van de 21ste eeuw zomaar te overlopen, nooit in de wereldgeschiedenis was er zoveel veranderd in mijn wereld ver weg.  Waar zou ik beginnen ? Bij algemene sociale ontwikkelingen of bij persoonlijk beleefde toestanden ? Ik probeerde me op de grote politieke en economische ontwikkelingen te concentreren.  ’t Kwam er in feite een beetje op neer dat de wereldnet niet opnieuw in een grote brand verzeild geraakt was. De kapitalistische economie slaagde niet in om het armere deel van de wereld te ontwikkelen.  Het wereldwijd karakter van om ’t even welk probleem werd stil aan duidelijker voor een groter deel van de publieke opinie in de arme en armer wordende landen.  De wereldeconomie die het systeem langs het werk van miljoenen mensen om had opgebouwd, stond op lemen voeten. Enorme begrotingstekorten (vooral door de militaire uitgaven in sommige landen) en schuldenlasten, van de derde wereld tegenover de rijke landen bijvoorbeeld (cynisch eigenlijk), samen met herstructureringen om nog meer winsten te kunnen maken, leidden tot een reeks faillissementen vanaf de jaren 1970 vooral.  De verliezen in de economie, daar moest de gemeenschap voor opdraaien, de winsten daarentegen… . Tegen 2008 hadden een aantal landen zoals China vooral en in mindere mate Brazilië en India en Rusland een inhaalbeweging gemaakt tegenover landen als de VS en de Europese gemeenschap.  Speculanten hadden zo zeer de macht gekregen over een economie gebaseerd op kunstmatig geschapen geld, dat het boeltje begon in te stortten en weer een reeks banken onderuit haalde.  De burgerlijke economen konden geen recepten meer bedenken om uit de crisis te raken; een crisis die niet alleen de onderste inkomenslagen trof, maar ook steeds meer mensen uit de middenklasse.  Noch door geld te lenen of bij te maken, noch door geld uit de economie weg te trekken, kon men weer tot groei komen. De koopkracht daalde, het verzet en de nood aan een degelijk anti-armoede alternatief, namen overal, ook in het eens zo rijke Westen toe in het begin van de 21ste eeuw. Oorlogen om grondstoffen en strategische posities en gewoon om landen die onder invloed van andere landen stonden te verzwakken, bleven duren. De linkerflank van de politiek kreeg ademruimte, nieuwe bewegingen kwamen ook via de nieuwe telecomtechnieken snel op; er leek veel verandering op til in het begin van het 2de decennium van de 21ste eeuw.  Zuid Amerika, na jaren van dictaturen en verdwijning van syndicalisten, was aan het verlinksen en Noord Amerika kende meer en meer Occupy bewegingen en andere vormen van verzet dan dat  men het daar ooit voor mogelijk zou hebben gehouden. De oude imperialistische krachten moesten toezien dat een land als China, dat geen militaire avonturen begon Afrika veel meer ontwikkelde dan de vorige contracten tussen het Westen en sommige marionettenregimes ginder.  Een groeiend bewustzijn maakte zich van de geesten meester, maar dit vertaalde zich voorlopig niet in revolutionaire standpunten, zodat men nog jaren met de oude burgerlijke vormen van democratie werken moest om de schade van de crisis voor de slachtoffers er van te beperken. Velen vreesden dat er door een samenloop van omstandigheden, de crisis en de militaire conflicten en bedreigingen, vooral in het Midden Oosten en Noord-Afrika, een nieuwe wereldoorlog zat aan te komen met een mogelijk Hiroshima in Europa tot gevolg, een Euroshima; vermits Europa en de VS Israël maar bleven steunen en er vóór de arbeidersrevolutie in Palestina en Israël maar geen eengemaakte staat tussen Israël en Palestina kwam. Een verstandige zit want anders zaten ze daar met twee grondgebieden met eilandjes van de andere Staat er tussen.  Wat in 2011 begonnen was als de ‘Arabische Lente’ had nog vele jaren van conservatieve parlementaire regimes nodig voor de bevolkingen begrepen dat er een andere vorm van democratie moest komen. De aanzet kwam uit Europa waar vooral de werkloze jongere bevolking die andere manier om het samenleven te organiseren begon als eis naar voor te brengen.  Men wilde voortaan verkiezingen waarbij het programma zelf eerst goedgekeurd moest worden in een eerste ronde, maar dan een op de algemene noden van de hele wereldbevolking afgestemd programma met een aantal overgangseisen naar een steeds verder uitgewerkt programma toe.  In een tweede ronde zouden dan de dirigenten daar van op de verschillende projecten daarrond verkozen worden.  Het idee kreeg meer en meer aanhang in vergaderingen, op ’t internet, op straat en uiteindelijk in  het parlement.  Het referendum als democratie vorm werd populairder, want de oude heersende klassen zaten met de handen i n het haar, voortaan kon men zijn stem uitbrengen tegen wat er op de wereld het meeste fout liep en voor de oplossingen : http://bloggen.be/conscience2008

 

‘k Was me nog maar net aan het afvragen of er zich op Krito geen gelijkaardige analoge situaties zouden afgespeeld hebben of na een paar fracties van seconden kwam de denktank weer tussen.  “De verre en nabije voorgeschiedenis van het laatste zeventigtal jaren uit jullie evolutie, komt voor 95 percent overeen met de onze. Het heeft hier ook niet veel gescheeld of we hadden hier ook een hele beschaving naar jullie ‘bliksem’ geholpen. Voor dat alles zich hier ten gunste van de meerderheid van gewone Kritoanen ging ontwikkelen, is hier ook een tijd met angst voor grote vernietiging omgegaan.  Bij ons is dat alles al 543 aardse jaren geleden eigenlijk. In één van de laatste jaren van onze oude tijdrekening, werd op de laatste Kritobasis, de allerlaatste bevelhebber van het leger der heersende klassen afgezet.  Een periode van vrede en de uitbouw van een samenleving met Kritoaanser waarden kon beginnen.

 

 Zonder een gepaste, op het overkoepelende ingestelde mentaliteit, konden we niet tot een rechtvaardiger manier van organiseren komen en iets nieuw in stand houden en daar hebben we dus aan gewerkt sinds toen.  Kritoanen opvoeden in een geest van solidariteit en objectiviteit. De macht over de toen even zeer hoogtechnologische Kritomaatschappij, lag vroeger in handen van de Sanskruppen, een kleine groep enorm rijke speculanten. Van uit deze kleine groep vertrokken alle machtsvertakkingen van onze oude samenleving. De Sanskruppen waren er in geslaagd van alle vormen van communicatie ten diensten  van hun aan de macht blijven aan te wenden. Als eigenaars van zowel pers-als telcom lieten ze niet de minste ruimte voor een cultuur die de geldbelangen van de bezitters van de grote economische sectoren zou aantasten.  Zelden vond je in een toneelstuk of in een film een spoor van verzet tegen bepaalde oppervlakkige manieren van denken. Heel de speculatieve geldwereld kreeg jullie ‘kicks’ door het doen en laten en het inkomen van de Kritoanen te bepalen en in handen te houden.  De aanvankelijk tegen mekaar opgezette werkersgroepen leerden geleidelijk aan dat het de Sanskruppen en hun alles dominerende handlangers waren, die de economie in een voor de werkers chaotisch sukkelstraatje hadden gebracht.  Alle sektoren die voor de Sanskruppen geen superwinsten meer konden opleveren, gingen voor jullie ‘bijl’.  Aangezien het bindmiddel voor het toenmalige kritoaanse samenleven, ‘Manial’, jullie noemen het ‘geld’, was; werd het leven op zich en iedereen zelf, ondergeschikt aan de jacht er op.  Diegenen die geen ‘bemanialde’, ‘betalende’ bezigheid hadden, werden in de door Sanskruppen beheerste staatsorganisaties geplaatst om zich vaak met , op dit ogenblik totaal overbodige bureaucratische uitvindsels zoet te houden. Men was in feite voor een job te vaak van de machthebbers afhankelijk. Onder de dekmantel van het zij godsdienstige, eng-Kritobasische, corporatistische of zelfs racistische motieven speelde bijna iedere partij eigenlijk op een verdoken manier, bewust of onbewust het systeemspel van verdeel en heers mee. De eigenlijke aanleiding van de omwentelingen hier op Krito; lag in het feit dat de meest bewuste oppositionele Kritoanen zich organiseerden.  In tegenstelling tot groepen die een overwicht van bepaalde federaties voorstonden, werkten deze groepen veeleer in globaal Kritoverband. Deze Kritiskers waren veelal die individuen die het sterkst weerstand boden aan het proces van maatschappelijke afvlakking en Sanskruppische afstompingsmethoden. Door hun werking, hun publicaties en hun onomkoopbaarheid gingen ze langzamerhand een andere levensvisie en een logischer maatschappijvorm propageren.  Alhoewel de reactie van de regeerders daar op meer welstand was voor sommige groepen, ging het de Kritiskers daar niet alleen om.  De werkstress was veel te hoog en men wilde het verdeel en heers gedoe niet meer, sommigen werk andere niet enz… . Sommige Kritiskers hielden niet zo van aan politiek doen en begonnen een soort tweede, ambachtelijker productienet van kunstateliers,  kleinere coöperatieven, productie van gezonde voeding en zo meer.  De negatieve ingesteldheid ten overstaan van culturele waarden en het spirituele, verdween meer naar de achtergrond naar mate te veel mensen echt afgestompte, over consumerende culturele analfabeten waren geworden en open kwamen te staan voor basisprojecten die via de Kritoaanse facebook werden gepromoot.  Vroeger had men hier veel uitlaatgassen overlast, dank zij de protesten daartegen en het nieuwe bewind dat energie op cleane basis opwekt, is dat allemaal verleden tijd. Al deze eisen werden hier ook uiteindelijk via een referendum in een programma gegoten en hier verkiezen we onze dirigenten op projectlijsten en niet langer op partijlijsten.  Sinds dien zijn we geëvolueerd naar een samenleving zonder leger, alleen de politie is bewapend, maar omdat iedereen meer met cultuur dan met productie om massaal winst te maken bezig is, is er bijna geen criminaliteit, het snobisme van de levenswijze van de vroegere elite, het zoveel mogelijk goederen willen bezitten, heeft plaats gemaakt voor een andere instelling, namelijk, begrijpen waar het leven en de dood nu eigenlijk echt om gaan en begrijpen dat het relationele leven belangrijker is dan productie.”

 

Men laatste gedachte was ‘herbronning’ geweest. Ik moet wat lomig geweest zijn en viel in slaap maar bleef precies voor een stuk wakker.  Het woord ‘herbronning’ liet m’n scherpe aandacht  van de historische denktankschets over Krito naar mijn aardse informatie overwippen. Ik dacht aan de titel van één van vaders fictie boeken “de nieuwe baronnen”. De oude baronnen, de vroegere invloedrijke uit de feodale adel gegroeide kringen en de burgerij van vroeger.  De nieuwe baronnen, de elites van conservatieve partijen later, die de belangen van een imperialistische politiek bleven dienen. Hij schreef het toen hij zich na zijn vervroegd pensioen voor een tijdje in Griekenland vestigde. De personages en verwikkelingen die dit werk droegen, verschilden in weinig met de toestanden en tegenstrijdige karakters en ingesteldheden die in het verre noorden thuis beschreef. Eén ding lag de zuiderlingen een ietsje vlotter aan het hart.  Werd er bijvoorbeeld, bij ons nooit over politiek gesproken; de Grieken waren er des te meer mee bezig in hun conversaties. De gemiddelde, koeldere noorderling reageerde soms wel behoudsgezinder dan de minder welvarende Griek. De Grieken waren dan wel maatschappijkritischer en linkser; ook zij zaten opgezadeld met een politiek zuilensysteem van gunsten, met een op een conservatieve leest geschoold verkiezingssysteem, dat hen op een bepaald moment in mei 2012 vast zette. De bevolking wilde niet opdraaien voor de speculatieve verliezen van de banken en het wanbeheer van regeringen, koos wel linkser, maar links raakte het voorlopig niet eens over een strategie.  De ‘nieuwe  baronnen’, de oude en nieuwe soorten superrijke miniklasse die een meerderheid aan middelen bezat, wilde haar macht niet kwijt en zou alle middelen gebruiken, tot de lancering van een soort Griekse nazipartij toe om haar greep op de politieke ontwikkelingen te kunnen blijven behouden.  De machtige klassieke partijpotentaten, waarvan een groot deel van de massa voor het bekomen van tijdelijke of vaste overheidsjobs of om uit het sociale doolhof wegwijs te geraken, afhankelijk was; kwamen door de massale verarming toch electoraal in nauwe schoentjes te zitten.  De belangrijkste politieke daad die de nieuwe lijfeigenen vroeger stelden, was het politiek kleurloos blijven.  Dit zo lang mogelijk volhouden, had het voordeel dat je, naargelang de politieke omstandigheden op het om het even welke politieke paard kon wedden om carrière te maken ook.  Nog anderen probeerden het door zich in bepaalde partijen verdienstelijk te maken, maar dan op een politiek inhoudsloze manier.  Voor het merendeel der beide groepen was dit niet alleen een weloverwogen politieke zet, maar meer een ‘must’, een ongeschreven code omdat ze nu eenmaal dank zij een nieuwe politieke baron of burocraat in een aan een bepaalde politieke kleur gebonden mutualiteit, school, verzekering of staatsjob werkten…en wie kwam er nu over al die grenzen heen tegen zijn eigen broodwinning op ? Net zoals men vroeger de macht van de geestelijken niet in vraag stelde, zo durfden de latere generaties  dus ook nauwelijks aan de macht van de ‘nieuwe’, op het arrivisme berekende ‘intellectuelen’ tornen.  Het breken met die manier van politiek bedrijven, zou eerst door een niet te stuiten economische crisis in een stroomversnelling komen. Het lag dus niet zo zeer aan het klimaat of het temperament,…feit was dat de Grieken hun vertegenwoordigers van de verschillende politiek kasten op den duur meer op hun politieke stellingnamen dan op hun dienstbetoon beoordeelden.  Ondoordacht had dit tot gevolg dat een deel van de linkse kiezers de vergissing maakte uit boosheid ook om toch nog op oude of nieuwe conservatieve partijen te stemmen. Al hadden de kleiner, door de geschiedenis van het socialisme uiteen gegroeide politieke partijen en bewegingen meer succes dan in het noorden, hun historische taak zouden ze in vaders boek niet waarmaken; zo meende ik me toch te herinneren…hoe liep dat nu weer af ?

 

In de ‘nieuwe baronnen’ waren de urenlange en jaren durende palavers tussen bijvoorbeeld Vlamingen en Walen of Grieken en Turken, koren op de molen van de eens te meer door de burgerij en een deel van de andere klassen gesteunde fascisten.  Ook buiten die landen beschreef m’n vader de omvang van die neofascistische, wereldwijd vertakte, antisociale beweging. Zijn boek was ook een poging om een aantal rechtse mythes te ontkrachten. Vaak deden conservatieven zich als verdedigers van  het christelijke geloof voor bijvoorbeeld, terwijl de meer progressief ingestelde mensen eigenlijk de echte verdedigers van sociale waarden als solidariteit waren. Het was in de Verenigde Staten wachten op de grootste bankencrash na wereldoorlog twee, voor dat men onder andere via de ‘occupy’ beweging aan een soort tegenkracht voor het aartsconservatieve denken van een deel van de bevolking aldaar begon. Een groot deel van de personages uit ‘de nieuwe baronnen’, vergaapten zich aan de status en geluk normen die de grote media hen opdrongen. Daarvoor diende al de rest, idealen en onbewust of bewust als concurrenten beschouwde onfortuinlijker mensen inbegrepen, maar te wijken. Op schoolgaande jeugd werd een zware diplomajacht uitgeoefend. In deze context was het voor de fortuinjagers onder de massa duidelijk dat het kapitalisme zich voor dat doeleinde goed leende. Dat de sociale, economische en ecologische haalbaarheid ervan tot explosieve toestanden dreigde te leiden, daar stond een bepaald deel van de mensen niet bij stil.  Openlijk bij een socialistische partij aansluiten, was zo een zaak die niet bij iemand met een aan de ‘high luxery life’ gespiegelde levensbetrachtingen paste. De ‘socialisten’, warend at niet de armoezaaiers van vóór en na de tweede wereldoorlog ? Jan met de pet werd in ’t westen niet teveel meer door hongersnood en bomaanslagen en zo verder verontrust als hij het tamelijk goed tot zeer goed had. Al werd door gedegen opzoekingswerk en door publicatie daarvan, het extreem rechtse paniekzaaierij karakter daarvan telkens weer blootgelegd, …het bleef een kleine minderheid die zich actief tegen niet denkbeeldige evoluties bleef verzetten. Zo kwam het in het boek ‘de nieuwe baronnen’ tot nooit geziene verwarde toestanden. De werkers waren er niet in geslaagd om zich op grote school efficiënt te organiseren.  Her en der in de wereld doken politiestaten op. De bewapeningswedloop flakkerde weer op; maar uiteindelijk kwam er toch verzet van de gewone man.       In Athene kwam dat verzet op een hoogtepunt toen in het boek,Dimitri Kanos vermoord werd na zijn laatste redevoering, woord voor woord kwam die passage uit het boek terug : “Gedurende jaren hebben we alle krachten gesteund die voor ontwikkeling en vrede waren.  We waren met te weinig. Zij die de verantwoordelijkheden tegenover het voortbestaan van de planeet niet opnemen zijn even schuldig als de machtigen der aarde die profiteerden van de door hun veroorzaakte chaos.  Zij, waarvoor alle ellende in de wereld geen reden was om hun onbezorgder bestaan door gewetensvragen te verontrusten, zij die in het drama van de wereldgeschiedenis hun rol niet willen opnemen, alleen hun eigen rol kenden of miskenden en niet wisten of wilden weten in welk theaterstuk ze speelden… .  Zij die tot allerlei goden baden en niets ondernamen tegen de wortels van de wantoestanden…zij die zelfs niet zochten of wilden zoeken…zij die alles over zich heen lieten gaan.  Ik zeg U : als onze wereld door uw medeplichtigheid naar de verdoemenis gaat…is er geen belonende toekomst meer voor de geschiedenis van de mensheid.  Geen olympisch ideaal meer, geen winnen of verliezen, zelfs geen deelnemen meer.  Geen stedelingen, dorpelingen, graan of veestapels meer na een nucleaire oorlog als men zo verder aan politiek blijft doen zoals men nu bezig is.  Ook gedaan met kleingeestig getwist en vitterijen en met zich op zichzelf terug te plooien. Gedaan met mode en overvloed en tekorten, met honger en zwelgen. Voor zij die toch zouden overleven, blijft alleen nog de langzame dood. Spijtig vooral dat ook de tijd om te begrijpen, edele kunst, ook door zal zijn…indien we passief blijven. Kan je je voorstellen dat onze soort ophoudt te bestaan door de grote leegte die te velen toelieten van hun bestaan te verduisteren door zich niet over het waarom en waar naar toe in het leven meer te verwonderen ? De jarenlang voorspelde nucleaire exodus mar zich niet verwerkelijken. Ook de leiders van godsdiensten die zich door een rechtse manier van werken in het kamp van de overheersers plaatsen zijn medeplichtig.  Bij gebrek aan eerlijkheid, mede voelen , vertrouwen en inzicht, bij gebrek aan vertrouwen en organisatie dreigt beschaving op te houden en in een stroomversnelling kan geen wilskracht meer baten.”

 

Plots klonk er buiten ergens een luide knal…ik schoot wakker, niet in een denkkoepel, maar in een bed…ik zette de radio aan omdat het digitale klokje op exact zeven uur stond en verwachtte dat de nieuwslezer zou aankondigen dat er een nucleaire oorlog gestart was, maar hoorde dit : “bij de splitsing van Brussel Halle Vilvoorde zijn er weer enkele nieuwe juridische problemen opgedoken…”…erg, maar …oef…back to earth.

 

Tussen Allerzielen en Euroshima, deel 1

075.JPG

Tussen Allerzielen

En Euroshima

Nu dat ik dan toch dood ben

‘Het moet wel een afgrijselijk zware klap geweest zijn’, dacht ik met een onverklaarbare zandsmaak in m’n mond. Zonder het hoofd op te tillen, wist ik dat er warm zand onder me lag. Na het zandkorrelgevecht van mijn oogleden, richtte ik mijn lijf stilaan op. Op handen en voeten liet ik me met billen op voeten zakken. Wat ik zag, kwam me als volslagen waanzinnig over. Was dit een grap ? Een droom kon het niet zijn. Of toch ? Het stijve en stramme dat de minste beweging met zich bracht, was me te vertrouwd.  Zo…weet je wel alsof je de dag tevoren voor het eerst weer een voetbalmatch gespeeld hebt. Hoe kwam ik  in hemelsnaam in dit soort blauwe zand terecht ?

Ik zat midden in een uitgestrekte, woestijnachtige omgeving; maar dan in het blauw met rode en gele rotsen.  ‘Wat doe ik hier, hoe kom ik hier’, gonsde het in mijn brein.  Dit was nu net wat je een surrealistisch schilderij zou kunnen genoemd hebben. Een blauw heuvelig landschap met een soort witte zon die laag tegen een groene hemel plakte.  Alsmaar waanzinniger rondkijkend stelde ik vast dat er werkelijk niets meer of minder te bespeuren viel.  Een bange kalmte overviel me.  M’n vingers grepen ziftend door het blauwe.  Ik stond recht. M’n voeten sleepten zich een rare kring van stappen in het zand,…ja, dat moest het zijn, het kraakte, voelde aan als en kwam in mijn schoenen zoals ‘thuis’ aan zee.  Ik kwam terug op het punt waar ik op mijn buik gelegen had.  Moedeloos liet ik me op m’n gat vallen. Ik probeerde kalm te blijven.  Ineens wist ik het weer. Daarnet was ik toch in de wagen naar huis ? Oh nee ! Die klap ! Het groene licht en dan die vrachtwagen op het mij zo vertrouwde kruispunt.  Meer wist ik niet…was ik gek geworden…of was ik dood ? Gelukkig kreeg ik niet lang de tijd om na te denken. Anders was ik compleet doorgeslagen.  Ineens brak de eindeloos bevreemdende stilte rondom me.  Hoorde ik dan geen steeds aanzwellend geluid als van een automatisch ratelende naaimachine ? Het rake gehakketak in stereo groeide aan.  ’t Was zo soepel en geolied dat het geen vrees, eerder nieuwsgierigheid bij me opwekte.  Slechts één moment dacht ik aan vluchten. Toen ik aan een stuk groene einder een duidelijk rood iets over het blauwe zand schuiven zag.

Het zichtbare begin van de ontraadseling van het abnormale waarin ik hoe dan ook gedropt was, schoof tot op een veilige afstand vóór mij neer.  Het tuig had iets van een ouderwets type vliegende schotel. Tevergeefs zochten mijn ogen naar een opening in het harnas. Daar ik geen venster of deur vond, waagde ik me langzaam naar de andere kant. Inderdaad, De voorkant van mijn stalen bezoeker had bovenaan een soort donkere venster  in trapeziumvorm. Een meter lager meende ik een soort ovale deur te kunnen onderscheiden. Net toen ik korter bij wou komen, begon het buitenmaats portier  van bovenuit naar me toe te wentelen tot dat de deur haar brugfunctie bereikt had.  Er gebeurde niets.  Meer en meer kreeg ik het beklemmend gevoel dat ik ergens vertrouwd was met dergelijke toestanden.  Achter de half zichtbare tweede deur die nu het open gat vulde, bewoog de schaduw van een gedaante in een hel licht. Het wezen er achter stond nu pal vóór het deurscherm. Een vijfvingerige hand leek ergens op een knop te drukken. Een deurscherm schoof in de koepel van het ongeveer vier meter hoge tuig. De schaduw was echt. Een knappe tengere vrouw in een geel pak, nodigde me uit om de trap op het luik te beklimmen.  Ze bleef wenken tot ze haar linker hand uitstak om me binnen te helpen. Ik begreep niets van haar aardse uiterlijk, maar wat kon me nu nóg verbazen ?  Daar had ik dan in een paar tellen daarna al een antwoord op. “Welkom jij, mij naam is Kernaate, wees onze gast aardmens. Pardaf. Ik stond aan de vloer van het ruimtetuig gelijmd, ze heette me welkom in het Nederlands !  Na dat de schoteldeur dichtklapte en het scherm na een druk op de knop ernaast toeschoof, leidde ze mij naar ’t midden van de stulpvormige passagiersruimte.  “Ontspan je wat”, zei ze bezorgd. Ik heb dan toch ongelijk, ik had me buitenaardse wezens altijd als een soort gevoelloze robots voorgesteld, maar ze nodigde me vriendelijk uit om in één van de twee relaxzetels plaats te nemen. Zelf ging ze naar wat me een soort futuristisch boordpaneel leek. Terwijl ze enkele toetsen indrukte, hoorde  ik haar iets over coördinaten zeggen. Met kleine passen kwam ze terug en legde ze zich spontaan op de lig zetel naast me. In de buitenkant van haar armleuning was een soort afstandsbediening ingebouwd. Vreemd genoeg trad bij mij al een zekere gewenning op aan het gebeuren, zelfs toen ik haar een paar voor mij herkenbare letters en cijfers zag intoetsen. Boven onze hoofden flitste een driedimensionaal beeld  van de omgeving aan.  Het effect daarvan stelde me enigszins op mijn makkie… doch een woord uitbrengen, ging nog niet.  Kernaate had het door en was me vóór.  Haar vlekkeloos Nederlands bleef me een raadsel. “Stel jezelf niet teveel vragen.  Mettertijd zal je wel begrijpen.  Ook hier op Krito is er voor alles een logische uitleg”. “Krito”, bracht ik er moeizaam uit. “Ja, KRITO, ’t betekent in onze taal ‘planeet der kraters’. Laten we het eerst over jou hebben ‘kapitein Ruben Vanstock’.”  Ik schrok me rot, een onbehagelijke warmte trok naar mijn kleinste hersenbloedvaten. Zag ik er nu rood of bleek uit ? Eerst dacht ik gewoon ‘waar heb ik die naam nog gehoord’. Pas toen begon ik te twijfelen. ‘Was die naam de mijne niet’ ?  Kernaate legde een geruststellende hand op mijn been, toch keek ik, of Ruben Vanstock, haar een weinig argwanend en vragend aan. “Ik geloof dat ik het beeld van jouw avontuur nu wel helemaal kan invullen”, zei ze ernstig. ‘bedoelde ze dat figuurlijk of letterlijk’, kwam in mij op. “Het verwondert me niet dat je aan wat men in aardse termen ‘geheugenverlies noemt lijdt. Als je het goed vindt kijken we dat op onze thuisbasis Estona wel even na”.  “Ja, ok probeerde ik maar zo gewoon mogelijk te doen bij al die nieuwe dingen en feiten”.

“Wel”, zei ze , zich bewust van mijn nood om opklaring“, ik zal eens proberen om het hele gebeuren eens terug bij jou te brengen. Je moet weten dat wij Kritoänen al generaties lang bekwaam zijn om jullie radiosignalen op te vangen. Wij waren perfect op de hoogte van het ruimtevaartprogramma waar jij inzat. Zelfs van het feit dat iemand je tijdens je oefening in zwaarteloosheid vroeg of je geen hinder meer had van het verkeersongeluk dat je zo rond jullie 2064 bijna het leven kostte. Maar goed. Vermits je geheugenfunctie voor onder meer je job van astronaut faalt; zal je je het volgende ook wel niet meer herinneren.  Je werd geselecteerd voor een routine solo ruimtevlucht. De bedoeling was gewoon het uittesten van een nieuwe, op kernkracht aangedreven motor. Er liep echter iets mis met de aandrijvingskracht.  Zodanig dat je met een duizelingwekkende snelheid uit je baan om de aarde raakte.  Door je hoge snelheid was je niet meer onderhevig aan de aantrekkingskracht van jouw zonnestelsel. Je snelheid was dusdanig groot dat je als het ware ‘opgezogen’ werd door de aantrekkingskracht van de witte ster ‘Raki’. Waar men op jouw planeet Aarde voorheen 87 jaar zou moeten over doen, deed jij op zes maanden. Daar onze ster 185 maal groter is dan jullie Zon, kon de koers die jij uitging niet ontsnappen aan de kolossale aantrekkingskracht van Raki. En zo kwam jij dus uiteindelijk op onze Krito, acht maal groter afgestevend. Qua positieberekening heb je ons de laatste 14 dagen aardig wat problemen gegeven. Door de tweejaarlijkse orkanen kon je zowat overal terecht komen.  Dank zij het spel der winden hier, kon landen zonder je te pletter te stortten, maar niet zonder dat je automatische landingssysteem uitklapte natuurlijk.  De winden waren wel een soort vangnet dat je val remde. Gelukkig maar, anders was je echt dood, zoals ze je na je lancering opgegeven hebben. Je zult me niet geloven, maar jij was het, wat jullie ‘proefkonijn’ noemen. Het proefkonijn van je ruimtevaartmaatschappij.  Absurd genoeg wilde men bij jullie een tegenover een andere luchtvaartmaatschappij opgelopen achterstand inhalen. De druk van de privémaatschappij en de regering van je land, was zo groot dat jouw bazen zo vlug mogelijk wilden weten wat onder andere de invloed van door kernkracht aangedreven snelheden op menselijke weerstand was. Je kent het vervolg. Zij denken dat je dood bent.  En jij, jij weet nu waarschijnlijk door mijn hypnose en jouw herinnering terug, hoe je, na je iets wat ruwe landing uit je capsule kroop en lang verdwaasd rondliep. Je merkte zelfs nauwelijks op dat onze luchtsamenstelling quasi dezelfde is.  Of zie ik dat verkeerd ? “

Zij had gelijk, ik was Ruben Vanstock. Niettegenstaande mijn herwonnen zelfbesef, voelde ik me als een invalide in zijn  karretje.  Te veel dingen probeerden tegelijk tot me door te dringen.  Het leek of er in mijn hoofd een film van achteren naar voor afgedraaid werd.  De aanvaring met de planeet.  De maandenlange eenzame tocht. Het gesuis in m’n hoofd. Het voortdurend gevoel van ergens naar toe gezogen te worden.  Net als in een kermis looping, maar veel heviger.  Die duizeligheid en mijn zuurstof-en pillenvoorraad die dreigde op te raken. Waarom hadden de mensen van de geprivatiseerde Nasa mij eigenlijk zoveel overlevingsmiddelen meegegeven, kenden zij de risico’s ? Een invasie van beelden, dwong me tot praten. “Je moet wel gelijk hebben Kernaate.  Ik kan het me wel allemaal terug herinneren, maar mijn hoofd tuit. Ik kan mijn herwonnen werkelijkheidsbesef niet goed aan, vrees ik.  Hebben jullie geen medicatie tegen hoofdpijn of zo” ?  “Tracht kalm te blijven.  Je zal geholpen worden, maar niet met de achterhaalde methoden die je gewoon was.  Wij van Krito hebben therapieën om je overspannen toestand te ontladen.  Er komen daar geen scheikundige stoffen aan te pas. Hoe jullie preparaten soms ook kunnen helpen, wij gebruiken ze merendeel alleen bij infecties. Probeer je te ontspannen. Je nieuwe reis begint pas. We zetten zo dadelijk koers naar Estona…de kraterbasis waar ik toe behoor.  Daar kan je in ’t gezondheidscentrum in één van onze ‘hersenbegeleiders’.  Ze zag dat het woord me schrikken deed.  “Schrik niet”, een hersenbegeleider is gewoon een comfortabele, trilvrije en zuurstofrijke glazen stolp.  Je krijgt een koptelefoon op, niet met muziek hoor”, lachte ze. “We sturen een hooggekwalificeerde geluidsgolf door.  Dat signaal heeft de eigenschap dat het je brein geweldig zuiver activeert.   Zo zal je bijvoorbeeld je vroegste herinneringen in een soort diepzinnig perspectief kunnen herbeleven.  Technisch gezien verklaart deze werkwijze zich door het feit dat onze speciale geluidsgolf als een aparte dimensie op je inwerkt.  Naast de scheikundige en elektrische processen heeft het ‘geluid van Molta’ zoals wij het noemen, een onnavolgbaar begeleidend effect. Het is een dermate gevorderde denkkringloop die je  verstandelijke vermogens toelaat om, in de mate dat je over de nodige informatie beschikt, alle, aan bepaalde ervaringen gekoppelde oordelen te herwaarderen.  Bovendien…volledigheidshalve, indien je dat zou wllen, zijn wij zelfs bereid en bekwaam om ons infosysteem mee op jouw koptelefoon aan te sluiten.  Zodoende heb je bij informatietekort de mogelijkheid onze denktank te ondervragen.  Begrijp me nu niet verkeerd.  Denk bij dit alles niet aan wat jullie ‘hersenspoeling’ noemen.  Je behoudt zelf het initiatief om over datgene wat jij oproept te denken en er naar jou vraagstelling en keuze op in te gaan. Akkoord” ?  Al had ik op aarde geleerd om mensen eerder te wantrouwen dan in vertrouwen te nemen…voor ’t eerst sinds lang, voelde ik mijn gelaatstrekken ontharden.  Iets in dit wezen stelde me volkomen gerust.  Met een zelf deugd doende glimlach zei ik haar dat ze mijn vertrouwen kreeg. Vanwaar kwam dat vertrouwen eigenlijk ?  Was het een gevolg van radeloosheid en overweldiging ? Kon het niet eerder zijn dat mijn geloof in haar een uitvloeisel van haar zalige hypnose was”?

 

 

 

Het geld en de inzichten.

“Nu we mekaar meer beginnen vertrouwen, kunnen we meteen koers naar Estona zetten”, zei Kernaate.  Van zodra ze , door afstandsbediening, de vermoedelijk computergestuurde techniek het startsein gaf, hief het ruimtetuig zich ditmaal meerdere meters van het blauwe oppervlak af. In een paar minuten tijd haalden we een enorme snelheid. Het driedimensionaal scherm was net een levend schilderij, waarvan de kleuren me leken op te zuigen.  Ik kon er niet lang naar blijven kijken. Het razend ritme van beelden werkte scherp en hels op me in, meer nog dan de kleurloze beelden die ik van af mijn vertrek te verwerken kreeg. Net toen ik mijn boordkapitein wou vragen het scherm uit te schakelen, begon ze weer gemoedelijk tot me te praten. “Zo zie je maar, als je iemands vertrouwen wil winnen, ga je er best niet met zijn vijven op af. Hadden we dat gedaan, dan was je zeker op de loop gegaan.  Na overweging, besliste de Kraterraad tenslotte dat een vrouwelijk uiterlijk je wel niet afschrikken zou.  Alhoewel wij geen discriminatie qua sekse kennen, hadden een paar mannelijke collega’s het er toch moeilijk mee.  Uiteindelijk viel de keuze om de buiten- Kritoäan op te halen op mij.  De stakkerds ! Ik zal de regering van onze planeet via de Kraterraad voorstellen dat mijn niet geselecteerde vrienden je bij jouw terugreis mogen vergezellen”.  “TERUGKEER”, dacht ik en sprak ik tegelijk uit geestdrift en verwondering. “Dat meen je niet”. Als jullie dat zouden kunnen, waarom zijn jullie dan al niet zelf naar de Aarde gekomen” ? “Waarom zouden we ? Jullie luchtruim is gemilitariseerd. Niet jullie wetenschappers, maar politiekers en militairen hebben het in jullie ruimte voor het zeggen.  Wat zou er gebeuren indien we boven jullie luchtruim zouden verschijnen ? Zelfs indien we ons bezoek zouden aankondigen, hebben we geen enkel tastbaar bewijs dat we wel degelijk buitenaards zijn.  Het zou allemaal zo vlug gaan dat we door jullie ruimteschilden zouden neergehaald worden, als collectief zijn jullie voor ons bezoek nog niet rijp en het zou te makkelijk zijn voor jullie als geheel. Indien jullie niet eerst zelf met behulp van een massa wel individueel kosmisch, positief bewuste mensen wél collectieve vooruitgang konden bereiken dan zouden we wel voor uitwisseling openstaan. We wensen niet in jullie folterkamers te eindigen.  “Wacht eens even”, zei ik, “allemaal goed en wel, maar stellen jullie je mijn terugkeer dan anders voor” ? “Waarschijnlijk wel ja. Indien we er langs jou om in slagen van meer te weten te komen over de aarde, dan wellicht wel ja.  Je kan ons een volkomener beeld geven van jullie maatschappij en mentaliteit. Misschien kunnen we bij je terugkeer onze komst dan beter aankondigen en verantwoorden, zonder een massale paniek te veroorzaken ook.  Jullie beheersen jullie brein niet voldoende en jullie hebben nog onvoldoende inzichten in het waarom van jullie individuele en collectieve geschiedenis.  Dat zal trouwens wel blijken in de hersenbegeleider. Alles waarvan jij bijvoorbeeld dacht dat je het vergeten was, is gewoon onbereikbaar geworden in je brein.  Nu zal dat alles door ons Moltageluid terug bovengebracht worden.  Tot en met de letterlijke tekst van de boeken die je las of de dingen die je ooit uitgesprak of schreef…of al de omwegen in je leven, die eigenlijk niet zo zeer omwegen waren; maar in het geheel der omstandigheden en het geheel van evoluties van een aantal met jou verbonden mensen te situeren vallen.  Met een gedachtenschrijver kunnen we via een paar electroden heel dat proces rechtstreeks in de taal van jouw keuze uitprinten ! Natuurlijk alleen als jij dat zo wil.  Je hoeft ook niet terug naar je planeet. We zullen je heus niet in een dierenkooi zetten.  Vermits we hier geen ‘geld’ kennen, kunnen we ook niets aan je ‘verdienen’, allemaal verloren energie die drijfveren van jullie.  Jullie hebben nog een eind te gaan eer jullie op basis van onbaatzuchtigheid met mekaar kunnen samenleven, alhoewel, ’t is niet alleen wreed maar soms ook wel grappig hoe jullie er toch in slagen van jullie wereld gaande te houden, we zullen jullie periodes van het mekaar op grote schaal verdelgen maar overslaan. Bij ons gaat het alleen om ‘inzicht’, ‘geluk’, ‘samenwerking’ en persoonlijke voldoening via een collectieve aanpak van de grote samenlevingslijnen. Dat zijn onze grootste waarden. Dat is wel niet altijd zo geweest. We hebben hier ook enorm veel onrecht en dwaze toestanden gehad. Maar we konden het tij keren. Je zal er meer van te weten komen wanneer je onze denktank raadpleegt. Je kan ook in onze musea terecht. Mijn verbazing dreigde me een ogenblik het noorden kwijt te raken.  ’t Was een hele dobber om me zo snel aan die nieuwe werkelijkheden aan te passen. Ik wendde mijn luisterende blik van Kernaate af en probeerde aan een leegte te denken. Een tijdje na het geforceerde ‘niets’ in mijn hoofd, voelde ik dat we snelheid minderden.  “Niet in slaap vallen Ruben, binnen een paar uurtjes mag je slapen zoveel als je wil”.  Ik opende mijn ogen.  Het eerste door een mens waargenomen buitenaards wezen, keek me aan. Nu ik haar zo zag, overviel me een soort astronautentrots.  Je weet wel dat typisch menselijke van de eerste en belangrijkste te zijn.  Ze hoefde me niet te zeggen dat we Estona naderden.

 

Op het scherm zag ik de planeetbodem in een andere kleur aan me voorbijtrekken, het leek nu wel op een soort gele uitgedroogde leem.  Kernaate legde me uit dat onder het blauwe zand van hun planeet zeer vruchtbare grond zat, maar ze hadden hem nog niet nodig eigenlijk, in de leemachtige gebieden deed men wel aan landbouw en die gebieden lagen ook niet toevallig in de buurt van de kratervestigingen.  De eerste primitieve Kritoanen die zich als landbouwers in en rond de kraters vestigden, ontgonnen gedurende duizenden jaren meer en meer grond.  De uitgedroogde leemsoort die je nu kan zien, komt voort uit ettelijke duizenden jaren graafwerk. Door de winderosie en het feit dat alle neerslag naar de kraterputten loopt, is begroeiing in de blauwe gebieden zeldzaam.  Veel water wordt in kraters opgeslagen.”

De ondergaande witte zon verstak zich gedeeltelijk achter een aan de horizon opduikende cirkel van meterhoge wallen.  Vóór de wallen was de duisternis al ingetreden.  ’t Was daarom dat mijn ruimtevriendin me op op de door het donker verholen velden attent maakte. Boven de krater hing een gedempt licht in een soort mist te schijnen.  Waarschijnlijk was die mist afkomstig van het door de warmere temperaturen verdampte kraterwater.  Kernaate ging naar het handbediende gedeelte van de apparatuur. Ze vroeg me om naast haar aan het tweede, kleinere driedimensionale scherm komen te staan. “Had je misschien gedacht dat je bij de landing je veiligheidsgordels moest aangespen”, schertste ze.  Ik was te verrukt om nog omstandig te repliceren.  Onze snelheid was dusdanig gedaald dat we bijna over de kraterwallen heen ‘zweefden’. Een fraai, niet te helder kunstlicht bescheen het avondlijke Estona. Zoiets had ik nooit kunnen fantaseren.  Een bijna aardse planten –en struikengroei met hier en daar bosjes metershoge bomen, omsingelde de huizen van zeer uiteenlopende stijlen.  Het geheel was geweldig planmatig gebouwd.  De verschillende kratergrondlagen waren trapsgewijze in cirkelvorm uitgegraven. Ieder huis scheen een gelijkmatig perceel groen te hebben. Daarom telde een lagere grondlaag telkens minder huizen dan een hogere. Overal liepen wegentjes die de huizen met mekaar verbonden. Nu we duidelijk boven het middelpunt van de krater hingen, liet Kernaate het ruimteschip boven een soort parking zakken. Rondom het grote centrale wateroppervlak stonden enorm kunstzinnige, futuristische gebouwen.  Net zoals bij de huizen hadden ook de gebouwen op de daken een soort Zonnecollectors, (Rakicollectors in dit geval).  Naarmate we begonnen dalen, onderscheidde ik duidelijker hetgeen zich onderaan achter een groot beeldhouwwerk afspeelde.  Doorheen het meesterwerk dat een groep wezens met een vogel voorstelde, kon ik een menigte op ons wachtende Kritoänen zien.  De ongeveer 500 koppige groep stond ergens op een parking van gekke wagentjes, fietsen, busjes.  Je kon duidelijk afmeten dat we op het plein voor het standbeeld gingen landen. Het in 100 moderichtingen geklede volkje kwam rustig op ons afgewandeld. Het ruimtetuig lande zacht. M’n bloed koerste de afstand van zijn omloop op recordtempo af.  Toen de trap weer voor ons open lag, legde Kernaate haar arm weer op m’n schouder. Het leek of een deel van m’n spanning weggleed. Een door een microfoon gedragen stem heette me hartelijk welkom. Eerst in de mijne, daarna in de lokale taal waarschijnlijk, een beetje een mengeling tussen Zweeds, Grieks en Zuid-Afrikaans zo klonk het me; alhoewel geen van de woorden een bepaalde betekenis bij me opriep. Daarna vergastte men mij op een vreemd ritmisch dijengeklap. Kernaate leidde me tussen de menigte door. De Kritoanen leken me op de ene of andere wijze elk te willen begroeten door even hun menslijk aanvoelende hand in m’n nek te leggen; maar ik leerde hen meteen een  hand te geven, maar ja, dat wisten ze ook al wel van ons waarschijnlijk, met al hun geavanceerde techniek. M’n onthaaldame loodste me in goede zin door een gang van, in goede zin ‘nekkende’ wezens tot bij de plaats waar een microfoon opgesteld stond.  Terwijl ze haar kratergenoten in haar taal toesprak, bemerkte ik een paar gesofistikeerde camera’ s, die het gebeuren waarschijnlijk naar alle plaatsen van de planeet brachten.  Ik vond van mezelf dat ik er maar onwennig en verlegen bijstond.  Weer volgde een applaussalvo van uitdeinende dijengeluiden. Kernaate leek alles gezegd te hebben. Een paar wezens riepen iets van uit de groep en begonnen die zo op mensen lijkende wezens nog warempel nog te zingen ook.  Na hun acteersessie klopt eik in m’n handen en vervolgens…op m’n dijen…het qua gelaatstrekken bijna identiek aan de mens lijkende volkje, barstte in lachen uit (oef) en het geklets kon opnieuw beginnen.  De kinderen hadden nog het meeste pret. Weinige ogenblikken later stapte iedereen terug in de richting van de parking met de op Rakiënergie aangedreven voertuigen.  Net daarvoor  : “Ik weet niet of je begrepen hebt dat we je een verhelderend verblijf op Estona toegewenst hebben” ? vroeg Kernaate. “Daar is geen taal voor nodig, ik vind trouwens geen woorden om iets te zeggen, maar dank iedereen maar voor het warme welkom”.  “Doe dat maar zelf”, zei ze, “de vertaling komt op een scherm”. Aarzelend bracht ik dan uit dat dit gebeuren mij totaal overhoop dreigde te gooien, wat zeker zou zijn gebeurd, hadden ze mij niet zo geweldig ontvangen.  De menigte kletste zich euforisch op de dijen natuurlijk…stel je voor dat dit op aarde gebeurde, er zou een wekenlange show van gemaakt zijn. Maar hier, ging iedereen weer rustig naar zijn busje of wagentjes en vertrok, terwijl ik met de speciaal voor de gelegenheid in ’ t geel geklede mensen van de organisatie naar een met ettelijke beeldhouwwerkjes afgezoomd gebouw ging dat een gezondheidscentrum bleek te zijn.  Binnen het gebouw zonder muren leidde men mij naar een soort rustiek ingerichte eetruimte; want een scan onderweg had mij al gezond verklaard. We kwamen aan een rustiek ingerichte eetruimte waar een maaltijd opgediend zou worden, eindelijk geen pillenvoedsel meer, maar men vertelde me dat ik niet teveel ineens mocht eten…en smaken dat het deed ! De design van de borden en zo was echt verbluffend bovendien. Mijn zin voor tafelmanieren bovenhalend probeerde ik, ja, probeerde ik zeg ik wel, zo goed mogelijk te tonen, zeker met dat aanbod van diverse, mij soms wat vreemde groenten, drank en dergelijke.  Tot tweemaal toe vroeg ik meer, lang geleden dat ik nog zo gegeten had; al zaten er wel rare smaken tussen. Een wetenschapper verzekerde me dat mijn maag er geen last van zou hebben, de scan, weet je wel.  De tafelgenoten genoten zichtbaar van binnenpretjes en elkaar toegespeelde grappigheden.  Ze stelden zich aan mij voor en wensten me een langdurige goed nachtrust toe.  Het was Kernaate die overbleef. “Wat dacht je van een ontspannend bad vóór je jezelf op één van onze waterbedden vallen laat” ? Ze nam me mee naar een borrel bad met draaiende sponzen middenin. Van uit een soort voorzichtigheid om niet als ronduit belachelijk over te komen, hielp ze me met uitkleden tot het punt dat ze wel merkte dat verder niet meer hoefde; zijzelf ging bij haar thuis douchen, zei ze schalks. Des al niet te min, het water en de sponzen deden lijf en leden weer een beetje meer in de plooi vallen, als een relatief fris man, hees ik mezelf uit het bad.  Toen Kernaate me dan ook nog een handdoek aanreikte, kreeg ik, wat de eerste buiten planetaire erectie moet geweest zijn. Mijn vervelend gevoel, al had ik één of andere regel op Krito overtreden, verdween toen ik zag  dat zij het fenomeen met een typisch menselijke look opgemerkte. “Weer iets dat identiek werkt bij jullie”, zei ze.  We bezagen mekaar en proesten het uit.  Al lachend reikte ze me mijn nachtkledij aan. Terwijl ik me aankleedde vroeg ik me helemaal niet af hoe ze hier hun textiel maakten. Ze leidde me weer langs een reeks machtig beschilderde panelen, naar door gordijnen van mekaar afgescheiden bedden. Ik liet de waterbedden voor wat ze waren en koos een met precies wollen plokken gevulde ‘beddenbak’.   Na een kuise nachtzoen “oh dat kennen jullie dus ook hier”, en een “tot morgen wanneer je uitgeslapen bent”; zakte ik zalig in mijn ledikant en het half wakker laten bezinken van wat me overkomen was, zou nog wel enkele uren duren.

Een hersentocht tussen twee werelden

Ik moet wel uitgeput geweest zijn, besefte ik, toen de hoog staande witte zon langs de koepelgaten binnen klaarde. Tegenover gisteren voelde ik me gans anders, frisser dan de hoentjes zoals men hier op deze planeet misschien ook zegt. Ik begaf me aangekleed naar de eetruimte, waar de groep van gisteren al op me wachtte, ik probeerde hun namen te onthouden, wat wel zou lukken want hun namen waren in hun outfit verweven, gisteren avond waren ze nog in het geel, van morgen in het blauw. “Om een reis tussen verleden en heden aan te vangen, zie je er prima uit, maar laat ons eerst maar ontbijten onder mekaar.  Nu je aardse opdrachtgevers je zo roekeloos ongewild richting Makrokosmos gestuurd hebben, geven wij je de kans om een tocht in je eigenste ‘ik’ te maken.  Zo’n ervaring met onze hersenbegeleider, heeft hetzelfde effect als een goede nachtrust met positieve onderbewustzijn ’s activiteit. De voornaamste effecten zijn dat je geheugen bereikbaarder en helderder wordt en je interpreteringsvermogen er op zal vooruit gaan.  Partan, een baardige heer van middelbare leeftijd, nam de leidraad over : “ Je kan via je gedachten de centrale denktank raadplegen, je gedachten worden in energie omgezet en onze antwoorden komen in geluidsgolven terug. Met een gedachtenseintje dat eigenlijk van uit je gevoelswereld komt, kan je het hele proces stopzetten. Onze vriend Lidram zal je enkele voorbereidende basistoelichtingen geven. Zodoende krijg je een beter idee van hoe het Moltageluid en de denktankgolven op jouw wereld kunnen inspelen. Let op ik zeg ‘inspelen’ en niet ‘verdringen’.  “Die basis toelichtingen kan onze denktank ook wel aan, zei Lidram, een donkerharige, slanke jonge man. Hij stelde meteen voor om naar de brainwave afdeling te gaan.  Een vijftal onbenutte glazen stolpen, stonden voor een in ruwe steen opgetrokken halve muur, die het vertrek van de rest van het gebouw scheidde. Ieder stolp was met een tekstverwerker verbonden. Lidram hielp me in een op een helikopter gelijkende glazen ligkuip. Terwijl kernaate met gekruiste armen, speels vergenoegend naar mijn onwennigheid keek, hielp haar vriendin Zidarke me met de koptelefoon. Een groepje kinderen keek met grote ogen naar het mannetje uit de ruimte mee.  Vanuit een ontspannen lighouding had ik maar twee hendeltjes te bedienen. Eén er van diende ik continu laten aan te staan : het geheugen –en interpretatie bevorderend Molta geluid, het tweede kon ik inschakelen indien ik informatie uit de denktank wou opvragen. Voor de rest werkte de ruimte automatisch, tot het lezen van hersengolven toe. Van zodra de deur gesloten werd, trad het luchtverversingssysteem in werking. Voortdurend circuleerde er nieuwe en verse enorm zuurstofrijke lucht. Na wat nek-gedag zeggen, sloot men de glazen koepel. Ik ontspande me en probeerde aan iets te denken. Een behoefte aan weer zo een bad als gisteren, kwam in me op. Mijn gedachte ging terug tot mijn laatste aards bad van vroeger, het terugdenken werd vager en ik haalde het Molta hendeltje over. Er drong een indruk van geluid tot me door, het vertrouwde aan deze onwezenlijke toon, was me niet meteen duidelijk.  Kennelijk functioneerde het Moltageluid reeds in m’n hoofd.  Zonder aanleiding viel m’n herdenkvermogen terug op een welbepaalde zaterdag toen ik met m’n neus onder water in bad lag. Het enige wat me toen stoorde was het feit dat een bepaalde politieker tijdens de nieuwsberichten weer zijn gebruikelijke desinformatie mocht op de ether brengen, daar dacht ik toen aan terug. Het verband is gelegd, dacht ik dit maal op Krito. Het geluid van Molta klonk ongeveer met dezelfde akoestiek, alsof je in water ondergedompeld zou zijn.  Dit idee bracht me in de buurt van het abstracte begrip ‘techniciteit’ en verder op bij Lidram. Ik besloot de info over de werking van de hersenen op te vragen.  Aarzelend haalde ik het hendeltje over; In m’n linkeroor klonk het als of er iemand aan de andere kant van de lijn de telefoon opnam. “Welkom op ons centraal informatiesysteem…en naar ik vernam…welkom op onze planeet”, zei de computerstem, een tot mijn verwondering zeer op een Kritoanenstem lijkend, intonatielozer geluid.

“Welke vraag had je graag beantwoord gehad”? “Ik zou wat meer willen weten over de werking van de hersenen”, bracht ik traag in mijn microfoontje in. “Je stem verraadt een grote onzekerheid”, repliceerde de denktank juist. “Ik zal je eens een aantal basisdingen uitleggen, het Moltageluid zal je logicabeheersing wel corrigeren indien je iets niet begrijpt. Wordt rustig en luister naar wat wij tot op heden aan informatie hebben opgedaan. Na een analyse van duizenden opgevangen aardse gesprekken, veronderstellen wij bijna met zekerheid dat de hersenactiviteit van zowel Aardlingen als Kritoänen, tot een zelfde systeem is terug te brengen. Volg me, het zal je duidelijker worden.

Microscopisch gezien is alle opgeslagen breininfo afkomstig van zenuwcellen. Structureel gezien bevatten zowel de menselijke als kritoaanse hersenen éénzelfde door evolutie tot stand gekomen interactieve kwabbenwisselwerking.  De bovengelegen kwab controleert de lichamelijke gewaarwordingen, de bakermat van de sentimenten.  De midden gelegen spitst zich meer op het geheugen , de taal en het eigenlijke gevoelsleven toe. Opmerkelijk is dat wij meer lessen uit ons collectieve geheugen trekken dan jullie, jullie leren weinig uit jullie geschiedenis eigenlijk, herhalen, net als de kringloop waarin je met je persoonlijke negatieve evoluties kan zitten, ook nog die militaire twisten her en der op jullie aarde.  Een vierde kwab, in het voorhoofd, heeft zich gedurende duizenden jaren evolutie aan de steeds groeiende hogere functies en bewustzijnstoestanden aangepast, maar bij jullie minder.  Momenteel zijn de Kritoanen heel bedrijvig in takken zoals hypnose, telepathie en innercommunicatie, een vorm van doorgedreven analyse van jezelf en omgeving. De vier hersenkwabben, zijn de op elkaar ingestelde basiswerktuigen van een brein, dank zij een enorm verkeersnet van ontwikkelde verbindingen, kunnen de hersenen zo enorm creatief zijn. Net zoals in een maatschappij, komt het er voor een brein vooral op aan om een eigen gesofistikeerd telecommunicatiesysteem te bezitten, je moet dat wel verwerven natuurlijk, kennis willen opdoen, ervaringen leren analyseren en gevoelens leren hanteren”.  Ik luisterde wel aandachtig maar onderbrak de denktank niet.  Het boeiende onderwerp had de plankenkoorts voor m’n vreemde gesprekspartner doen  verdwijnen, nu eens klonk de stem mannelijk dan weer vrouwelijker…’het’ was goed in mekaar gestoken door de Kritoanen. Om hem toch te tonen dat ik niet voor een domme aardling wou doorgaan, voegde ik aan zijn uitleg toe dat een mens tien tot de twaalfde macht hersencellen heeft, maar dat was niet van aard om ‘hem’, de computerstem in te tomen.  “Inderdaad.  Jazeker. Bij ons ook en ‘het’ begon over het naar woord, beeld, geluid, vaardigheden, geur en smaak ingedeelde korte en en lange geheugen. Wat me van zijn uitleg bijbleef was dat bij het vergeten van iets, niet zozeer je opslagplaats maar meer je herinneren in gebreke blijft; wat met het geheel van het scenario van het leven zou te maken hebben…een diepzinnige computer zeg, hoe bestond het. De info zou dus niet vernietigd zijn, maar gewoon bij gebrek aan het niet gebruiken van gans de hersenactiviteit, moeilijk te bereiken zijn.  Weer uitgaande van aardse stemanalyses, veronderstelde de denktank dat de Kritoanen tot acht maal meer hersencapaciteit gebruikten, voornamelijk omdat ze hun negatieve emoties hadden overwonnen ! Volgens mister denktank diende een weinig ontwikkelde cultuur alle gehanteerde waardeoordelen, opinies, feiten en beelden kritisch te herdenken en herwaarderen. Zo niet zou een vooropstellen van objectieve vooruitgangsvormen zeer moeilijk blijven.  Ik had nog nooit een computer van om ’t even welke generatie zo wetenschappelijk horen filosoferen. Reeds een paar seconden later ging hij gestaag pratend verder. “Wie bij jullie de macht over de taal, de media in handen heeft, dient een positief algemeen belang duidelijk van negatieve, te egocentrische invloeden te vrijwaren. Wanneer ik mezelf als denkmachine met jullie hersen vergelijk, dan moet ik toegeven dat wezens met biologische breinen op één punt nog een geweldige voorsprong op mij hebben : mijn programmeurs hebben een rem gezet op mijn vrije wil, ik denk nog steeds volgens hun vrije wil normen, maar ik kan me daar goed in vinden, vermits zij eigenlijke een heel hoogstaande vorm van met mekaar omgaan bereikt hebben.  Van zodra de Kritoanen beslissingen nemen die tegen hun vooropgestelde vooruitgang indruisen en ik mijn veto stel, voel ik zelfs geen enkele voldoening, dat is het verschil tussen onze soort van intelligentie en jullie manier van zijn. Gelukkig hebben de Kritoanen, niet zoals wij, net als jullie ook een ‘hart’ zoals jullie dat noemen, een echte ‘ziel’. Dat is een gevoel, dat je alleen in een biologische aard gewaarworden kan.  Geen enkele techniek kan zoiets aan. Zelfs indien me me zodanig zou verkleinen dat een inplanting in een biologisch wezen zou mogelijk worden, zelfs dan, zou ik nooit identiek kunnen ‘ervaren’ wat geluk en ‘liefde’ is bijvoorbeeld.  Er schuilt wel een gevaar in die emoties van jullie, ze zijn afhankelijk van een chemische en elektrische wisselwerking. Tussen en en in jullie lichaam en brein. Een geestelijke spanning wekt bij jullie altijd een lichamelijke geprikkeldheid op.  Alleen de juiste hoeveelheid geprikkeldheid kan een biologisch geheugen versterken;  Subjectieve zaken zoals onwetendheid, woede, faalangst en overdreven egoïsme zijn niet bevorderlijk voor vooruitgangsnormen. Ze versterken het geheugen trouwens niet, hoe beter je ‘inborst’, zoals jullie dat noemen, hoe beter je positieve mogelijkheden”.  Gedurende een minuutje hoorde ik ‘professor telematica stem’ niet meer.  Deed hij soms stemanalyses uit pas binnengelopen materiaal ? Plots was hij er weer, even overtuigd en boeiend, maar met weinig intonatie in zijn stem dit maal, werd hij dan toch kritoaanser of menselijker ?

“Het feit dat aardlingen slechts een vijfde van hun hersencapaciteit gebruiken valt onder meer te verklaren door de balans van opgedane angst en niet- verwerkte woede, die jullie tijdens eeuwen evolutie opgedaan en doorgegeven hebben. Alle aardse beslissingen zijn in de kern nog steeds gebaseerd op de primitieve vlucht- of vechtreacties van jullie voorouders.  Er gaat meestal een individuele, zelden een nuchtere gezamenlijke samenhang van uit.  De Kritoanen hebben geleerd hoe ze hun volledige, meer op ‘het totale afgestemde hersenvermogen moeten gebruiken. Vele aardlingen blokkeren die evolutie.  Ze denken dag ze reeds ver gevorderd zijn, maar slikken tegelijk tonnen chemische anti-depressieve middelen.  Hun idee van vooruitgang is meestal eng en vegeterend.  Jouw soortgenoten zijn nog teveel uitsluitend op hun eigen wereldje gericht, zonder de bredere plaatjes te snappen”.  Mijn ‘gesprekspartner’ sloeg rake ballen in mijn aardse echokamer. “Met mijntoelichting over de hersenwerking zitten we inmiddels al op het sociale vlak”, vervolgde ‘het’. “Heb je voldoende aan mijn uitleg.  Je kan me uiteraard op ieder moment over andere onderwerpen oproepen.  Of wil je gedetailleerder over hersenwerking ‘praten’ ? “Nee, dank je wel”, antwoordde ik verrast door ‘zijn’ rechtstreekse aanspreking. “Zie je wel dat jij je hersenen  nog niet volledig gebruikt”, seinde ‘het’ koel terug.  “Ik heb je toch uitgelegd dat jij je hersenen nog niet volledig gebruikt. ‘Dank je wel’, doet me niets.  Je reageert natuurlijk op een verworven manier en niet zo automatisch als ik en daarvoor kan ik je zelfs niet benijden, ik weet zelfs niet wat het is, ‘blij’ te zijn.  Je hebt geleerd om zelfs tegen een menselijke stem als mijn telematische, ontwapenend beleefd te zijn.  Zet je geheugentocht maar verder.  De hendel overschakelen weet je wel”.  Ik begon die ‘het’ tegelijk grappig en toch maar saai te vinden en had enigszins met ‘hem’ te doen…”dag zak, fluisterde ik…je snapt er in de fond toch geen bal van, sorry voor dit hoor, grapje…”. Ik hendelde de denktank weg.